Voor genealogisch onderzoek hebben we tegenwoordig een geweldig hulpmiddel om ons onderzoek kleur te geven: de digitale kranten van toen, op de site Delpher.nl.  Wanneer  ik een familienaam heb onderzocht, zoek ik de naam -in allerlei variaties-  vaak nog even na op Delpher en dan vind ik vaak gebeurtenissen die personen meer karakter geven. Zo verging het me ook bij de familie Ridderbüsch (Ridderbusch, Ridderbosch, Ridderbos), want behalve op familienieuws stuitte ik op een bijzonder bericht in de Telegraaf van 8 januari 1902, met als kop 'Doodgehongerd'.

In 1793 werd de Franse Republikeinse kalender ingesteld in Nederland, en wel met terugwerkende kracht vanaf 22 september 1792, de datum waarop de Franse republiek was uitgeroepen.

Op 1 januari 1806 ging men weer verder met de Gregoriaanse kalender. Van 1806 tot 1810 was Napoleons broer Lodewijk Napoleon koning van het Koninkrijk Holland en hij schreef het gebruik van Oudhollandse namen voor de maanden wettelijk voor. Je komt ze in die periode ook tegen in verschillende wettelijke acten.

Voortaan heetten de maanden:

Veel van mijn voorouders spraken in streektaal. Het gros sprak in het Groninger dialect, het Grunnegs. Een zeer efficiënt dialect, geen lange verhalen, maar doelgericht en kort. Een begroeting als 'Moi' zegt alles. In dat licht bezien is het een wonder dat er Groninger overleveringen zijn!

Een ander kenmerk is het gebruik van de letter H. Deze wordt vaak uitgesproken waar-ie niet hoort en weggelaten waar 'ij zijn plaats toch echt verdient. 

Een voorvader als Amel Hartenhof werd dus aangesproken als Hoamel Aartenof. En Hoamel is nog best lastig, dus dat werd kort en goed Hommo. Zou er dan toch iemand zijn naam in het Nederlands kennen, dan werd het uitgesproken als Hamel Artenof! Ik denk niet dat iemand van zijn generatie ooit geweten heeft dat de beste man Amel heette. Ja, de ambtenaar van de burgerlijke stand, die wel! Da's ja kloar.