Veel van mijn voorouders spraken in streektaal. Het gros sprak in het Groninger dialect, het Grunnegs. Een zeer efficiënt dialect, geen lange verhalen, maar doelgericht en kort. Een begroeting als 'Moi' zegt alles. In dat licht bezien is het een wonder dat er Groninger overleveringen zijn!

Een ander kenmerk is het gebruik van de letter H. Deze wordt vaak uitgesproken waar-ie niet hoort en weggelaten waar 'ij zijn plaats toch echt verdient. 

Een voorvader als Amel Hartenhof werd dus aangesproken als Hoamel Aartenof. En Hoamel is nog best lastig, dus dat werd kort en goed Hommo. Zou er dan toch iemand zijn naam in het Nederlands kennen, dan werd het uitgesproken als Hamel Artenof! Ik denk niet dat iemand van zijn generatie ooit geweten heeft dat de beste man Amel heette. Ja, de ambtenaar van de burgerlijke stand, die wel! Da's ja kloar.