Gezocht: nazaten Gosse Hansma en W. de Groot
Ik zou graag even in contact komen met nazaten van bovengenoemd echtpaar. U kunt me bereiken via info(@)yinnar.nl, haakjes verwijderen.
Ik zou graag even in contact komen met nazaten van bovengenoemd echtpaar. U kunt me bereiken via info(@)yinnar.nl, haakjes verwijderen.
Een apart berichtje over een principieel man…
“Een arme daglooner, zekere Holtrop, die voor eenigen tijd met vrouw en kroost uit Kolham naar Amerika was vertrokken en zijn ouden doctor een sommetje schuldig was gebleven, zond hem dezer dagen uit de Nieuwe Wereld een derde der som in mindering der rekening. Zulke dingen worden tegenwoordig in de courant vermeld!”
BINNENLAND. Amsterdam, 4 November.. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 06-11-1882, p. 2.
Volgens het bovenstaande krantenberichtje betrof het een zekere Holtrop die met vrouw en kinderen uit Kolham zou zijn vertrokken. Ik trof echter geen Holtrop in Kolham aan. De gegevens van Ellis Island gaven iets meer informatie: een Arend en een Haren zijn in 1880 naar de USA vertrokken. Dit bleek te gaan om Arijs en Harm Holtrop, vader en zoon uit het volgende gezin:
Arijs Holtrop, zoon van Harm Roelfs Holtrop (daglooner) en Renje Arijs Hoogteil (dagloonersche), x Catharina (Katharina) Pruim, dochter van Arend Izebrands Freerks Pruim x Trijntje Pieters Hofman (dagloonersche), het huwelijk werd gesloten op 22-10-1863 in Leens, hij was een dagloner van 23 jaar oud, geb. Oldehove, zij was 17, dienstmeid, geb. Pieterburen.
In 1881 vertrokken vader, moeder en vier kinderen vanuit Eenrum naar Michigan. Het gezin was Christelijk Gereformeerd. Reden van vertrek: Verbetering van bestaan, vallend in de categorie Behoeftigen. De leeftijd van de Emigrant was 41 jaar. Het gezin van Arijs reisde met het schip Rotterdam (Rolludam volgens Ellis Island register).
Arijs broer Roelf, weduwnaar, was al eerder geëmigreerd, in 1880, 41 jaar oud, met zijn beide kinderen Renje en Lucas, aan boord van het schip Caland.
Huwelijk op 06-06-1868 te Leek: Roelf Holtrop, arbeider, leeftijd 30 jaar, geboren te Oldehove, zoon van Harm Roelfs Holtrop (arbeider) en Renje Arijs Hoogteil (arbeidster) met Weike Croeze (naaister), leeftijd 31 jaar, geboren te Oldehove, geboren te Leek, dv Lukas Jacobs Croeze (kuiper) en Aaltje Roelfs Reitsema. Moeder Weike overleed twee dagen na de geboorte van het jongste zoontje op 12-06-1875 te Veenhuizen gem. Onstwedde.
Bronnen:
www.Delpher.nl
www.allegroningers.nl
https://www.statueofliberty.org/discover/passenger-ship-search/
BEKENTMAAKINGEN.. “Groninger courant”. Groningen, 18-12-1787, p. 2. 1
In december van 1787 wordt een verkoop van een buitenverblijf aangekondigd die plaats zal vinden in de herberg van de weduwe Planter in Hoogezand. Ook in de jaren erna wordt de locatie van deze weduwe regelmatig genoemd als plaats van verkopingen van onroerend goed. Wie was deze weduwe en hoe kwam ze aan de herberg?
In één van de advertenties is een initiaal toegevoegd: de weduwe G. Planter. Dat maakt dat de zoektocht al iets gerichter kan worden uitgevoerd. Zoekend op de achternaam Planter landen we dan al snel bij Geert Berends Planter2, die op 10 januari 1785 een huwelijkscontract sluit met Jantje Tomas. Voor Geert zijn aanwezig: Meike Alberts3, weduwe Albert Jans, volle moeij en Geesje Geerts4, volle moeij, gehuwd met Pieter Pieters Weijer. Jantje Tomas wordt vergezeld door haar schoonzoon Evert Cornellis Borst, echtgenoot van haar dochter Aaltje ter Spil, eveneens aanwezig, haar zoon Bronne ter Spil, en drie voorstanders over haar minderjarige kinderen bij Hiskias de Jonge (waaronder schoonzoon Evert). Dit contract5 biedt genoeg aanknopingspunten om verder te zoeken en we kunnen ervan uitgaan dat Jantje dus voor de derde keer trouwt.
Zoekend op Jantje Tomas en achternaam Planter is haar overlijdensakte al snel gevonden: op 15 oktober 1814 is het overlijden geregistreerd van Jantje Thomas, leeftijd 82 jaar (ergo geboren rond 1732), overleden op 13 januari 1814 te Hoogezand, overleden echtgenoot Geert Berends Planter, in het huis 40, letter B, aangifte door Conraad Smith, 58, leerlooiersknecht, en Frederik Ewolds, 32, verver en glazenmaker, naburen te Hoogezand. Nu we haar vermoedelijke geboortejaar kennen, moet de doop ook vrij makkelijk te vinden zijn.
In de Kerkelijke gemeente Kropswolde is op 04-04-1723 een registratie van het huwelijk van Tomas Jans van Kropswolde en Aeltien Jans van Kropswolde, (lidmaten 11-03-1729 Kropswolde: Lidmaat Tomas Jans en Aeltien Jans, Echtel.; in november 1753, Kropswolde, “In Wolde Lidmaat Tomas Jansen en zijn Vrouw Aaltien”) en zij laten de volgende kinderen dopen:
Daar hebben we dan onze weduwe Planter. Maar eerst was ze nog weduwe de Jonge en daarvoor weduwe ter Spil. Het huwelijk tussen Hiskias Jans van Nieuwolda en Jantje Thomas van Kropswolde, weduwe van J. ter Spil, werd op 21 december 1766, in de kerkelijke gemeente Hoogezand, geregistreerd. Hiskias is geboren op geboren 31 maart 1740 in Nieuwolda, als zoon van Jan Hanssen en Anje Jans, aldaar gedoopt op 03 april 1740. In 1771 is Hiskias de Jonge herbergier in Hoogezand. Op 29 augustus 1780 is er nog een advertentie ‘ten huize van Hiskias de Jonge’op 29-08-1780, de advertentie van de volgende verkoping op 13 december 1782 is ten huize van de weduwe Hiskias de Jonge. Hiskias is dus in de periode daartussen overleden. Kinderen uit dit huwelijk:
We hebben nu dus vastgesteld dat Hiskias tussen 29 juli 1780 en 13 december 1782 is overleden, en dat hij herbergier was. Jantje, de weduwe de Jonge zet het bedrijf voort. Maar hoe kwamen Hiskias en Jantje aan de herberg? We zoeken verder, naar het eerste huwelijk van Jantje en dat vinden we in Hoogezand.
In bovengenoemde advertentie is sprake van een Wed. ter Spil op ‘t Hogezant. Deze weduwe, Jantje Jans, dreef de herberg van haar overleden man Hugo Adolfs ter Spil. Hun zoon Jan, gedoopt in Engelbert op 25 december 1717, trouwt op 23 april 1758 in de kerkelijke gemeente Hoogezand met Jantje Tomas. Jan is een zoon van Hugo Adolf en Jantjen Jans. Jan ter Spil (41) en Jantje Tomas (25) krijgen twee kinderen:
Jan Ter Spil is eerder gehuwd geweest met Gesina Stenhuis en heeft met haar maar liefst tien kinderen6. Dochter Hendrica (Henrica) wordt later als halfzuster genoemd in het huwelijkscontract van Thomas de Jonge, Jantje Tomas’ zoon uit het tweede huwelijk). Jan Ter Spil en Gesina Stenhuis trouwden op 6 juni 1740 in Hoogezand. Met de geboorte van het tiende kind is het huwelijk voorbij: vermoedelijk is Gesina Stenhuijs gestorven na de geboorte van dit dochtertje, dat vervolgens naar haar vernoemd werd. Jan ter Spil is met een grote kinderschare achtergebleven. Zou Jantje, 25 jaar oud, hebben geweten waaraan ze begon? Of zouden ze met elkaar gered zijn? Zes maanden na het huwelijk werd hun eerste kindje geboren. Jan Ter Spil is overleden voor december 1766.
Jan ter Spil was collector en had een herberg, zoals blijkt uit een advertentie in de Opregte Groninger Courant van 1749.7 Ze bieden daarin hun ‘wel ter nering staande behuizing’, die tegenover het verlaat staat aan. De verkoop vindt plaats ten huijze van de de weduwe Hugo ter Spil.
In de Groninger Courant is in 1762 de volgende advertentie geplaatst: De Procureur J. Soenvelt in qualité zal op Vrijdag den 23 Julij 1762 des s avonts om 5 uur, ten huize van monsigneur R. Groeneman in de Vonk buijten t Kleijne Poortje bij Groningen, presenteren te Verkopen een Huis, zijnde een Herberge, staande op t Hogezant, daar het Oldamster Wapen uijthangt, voorzien met verscheijden Vertrekken, Schuur, Pomp en Regenwaters Bak, met deszelfs Heemstede Hof en twee Koe Weyden, wordende bij Jan ter Spil en vrouw gebruijkt voor 75 gl. jaarlijks , doende jaarlijks an de Stad tot Lanthuure 3 gl-2 st-4 ct.8
Jan ter Spil en vrouw (Jantje Tomas) wonen nu nog in het huis van de Erven A. Vos, maar verhuizen naar Hoogezand in het huis van Willem Ebbing, tegenover mevrouw Keysers plaats. Hij is voornemens daar in het vervolg Herberge te houden en beveelt zijn diensten beleefd aan aan alle Heeren Borgers en Ingezetene. 9
Ik acht het zeer aannemelijk dat Jantje Tomas tweede echtgenoot, Hiskias de Jonge, in de boedel van weduwe Jantje is ingetrouwd en dat ze samen de herberg hebben voortgezet. Nadat Hiskias is overleden trouwde Jantje met de zeeman Geert Berends Planter (ook Plenter), afkomsting van de Lula (Hoogezand) kapitein van het schip Maria Sophia. Zijn laatste scheepstijdingen waren van Elbing op 17-10-1786 en op 6 december 1786, van Rouaan. Op de 18e december 1786 is er een advertentie waarin de Wed. Planter genoemd wordt geplaatst. Geert Berends Planter is dus met zekerheid voor 18 december 1786 overleden. Een klein half jaar later wordt zijn smakschip Maria Sophia verkocht.
Na dit speurwerk rest er maar één conclusie: de eerste schoonouders van Jantje Thomas, Hugo Adolfs ter Spil en Jantjen Jans hadden een herberg. Via hun zoon is Jantje Tomas in het vak gerold en heeft ze het in haar volgende huwelijken uitgeoefend. Misschien wel tot haar dood. Van haar kinderen had ook zoon Thomas de Jonge een herberg, en wel in Groningen.
Bronnen:
Voetnoten:
Nanko Medendorp en Nicolaas Bakker +1847 Foxhol
Toen ik bovenstaande -trieste- artikeltje las, leek het me niet zo moeilijk om uit te vinden wie de beide jongelingen waren. En dat was het ook niet. Een snelle query op datum en plaats et voilá. Wat ik echter niet verwachtte, was dat ik de slachtoffers al ‘kende’.
Eén dag ervoor schreef ik namelijk het blog over Lange Oamel uut Foxhol wiens achternaam onbekend zou zijn. Dit bleek bij onderzoek te gaan over Amel Medendorp, in het vroegere Foxhol bekend als één van de kleurrijke figuren die daar woonden. Bij het onderzoek naar het gezin waaruit hij stamde, bleek dat zijn jongere broer Nanneco op 23-jarige leeftijd was gestorven.
Het is toch wel heel toevallig dat bovenstaand berichtje betrekking blijkt te hebben op deze Nanneco (Nanko) Medendorp (23j) en het jongetje Nicolaas Bakker(7j). Nicolaas was het tweede zoontje van Geert Pieters Bakker en Aaltje Andreae. Deze Aaltje was ik in het eerdere onderzoek al tegengekomen als echtgenote van Amel Medendorps oudere broer Cornelis. Aaltje was ten tijde van het overlijden van Nicolaas in verwachting van het eerste en enige kind dat ze met Cornelis Medendorp zou krijgen.
Wat ik óók niet had verwacht, was dat dat zowel Nanko als Nicolaas volgens de aangevers beiden op hetzelfde adres woonden, namelijk in huis letter B, nummer 11 te Foxhol. Nanko woonde eerder in Foxham en Martenshoek. Het is natuurlijk mogelijk.
Nanko’s broer Cornelis was zoals gezegd getrouwd met Aaltje Andreae (Andree), die sedert 19 februari 1847 weduwe was van Geert Pieters Bakker, trekschipper van beroep. Tussen Aaltje en Geert was een leeftijdsverschil van 17 jaar. Aaltje was 22 toen ze met Geert trouwde, die toen al twee keer getrouwd was en in beide huwelijken kinderen had verwekt. Huis letter B, nummer 11 is via Geerts eerste vrouw Trijntje Harms Bleker in zijn bezit gekomen. Haar voorkind, Harmanna Krol, erft de helft van deze woning op 21 maart 1825. Als moeder Trijntje medio maart 1827 sterft, wordt Harmanna – voor zover ik kan bepalen – samen met haar halfbroertje Petrus Bakker erfgenaam voor het moederlijke deel. Ze zou dan 3/4 eigendom van de woning hebben. Niet dat Harmanna daar iets aan heeft: ze sterft binnen zes weken na haar moeder en het lijkt mij voor de hand liggend dat de weduwnaar de woning van de erfgenamen heeft overgenomen. Hij woonde er immers toch al.
De gezinskaart van Nanko Medendorp is te vinden in de blog Kiekerekie Poeie.
Hieronder het verloop van de bewoning van huis B nr. 11 in Foxhol door de families Krol-Bleker, Bakker-Andree en Medendorp:
Trientje Harms Bleker (22), gedoopt 07-04-1793 in Hoogezand, dv Harm Hindriks Bleker (broodbakker) en Bina Jans, wonende te Martenshoek, huwt op 10-02-1816 te Hoogezand met Gerrit Gerrits Krol (32), schippersknecht, woont Martenshoek zv Gerrit Robes en Tjakje Jans, overleden op 24-01-1825 in huis Letter B, nr 11, te Foxhol (get. Joseph Pekeskamp, kleermaker en Jan Brassinga, schoolonderwijzer). Uit dit huwelijk:
k. Harmanna Krol, geboren aan boord 26-09-1818 te Groningen, ouders liggen met het schip in de Noorderhaven (moeder Catharina Harms Bleker), overleden op de leeftijd van 8 jaar 6 maanden, overleden op 24-03-1827 te Martenshoek gem. Hoogezand (get. Gerrit Pieters Nap, tapper, en Uneko Reinders, winkelier, beide te Martenshoek). Het kind Harmanna erft na het overlijden van haar vader de helft van de woning B nr.11 in Foxhol, in gemeenschap met haar moeder (registratie op 21 maart 1825). Zij heeft haar moeder echter slechts een kleine zes weken overleefd.
Geert Pieters Bakker (trekschipper), zv Pieter Geerts Bakker (arbeider) en Ebeltje Ernst (inlandsch kramersche), gedoopt 12-11-1797 te Hoogezand, leeftijd 49 jaar, geboren te Hoogezand, zeeman (1825), schuitevaarder (1826), trekschipper (1837) overleden in huis letter B, nummer 11, op 19-02-1847 te Foxhol (get. Albert Jans Vossen, kleermaker, Remko Sijbolts Siertsema, schoolonderwijzer, beiden te Foxhol)
trouwt drie keer:
H.1.) op 29-12-1825 te Hoogezand
(get. Derk Jans Spoor, trekschippersknecht, Jan Brassinga, schoolonderwijzer, Hindrik Everts Jonker, trekschippersknecht, alle drie uit Foxhol, Fokke Stopper, zeeman, uit Kalkwijk)
met Trientje Harms Bleker (32), tappersche, dan wonende te Foxhol, d.v. Harm Hindriks Bleker (zeeman) en Bina Jans Mulder, overleden op 15-02-1827 in huis B nr. 11 te Foxhol, gem. Hoogezand (David Jans Braam, tapper, Jan Brassinga, schoolonderwijzer), weduwe van Gerrit Gerrits Krol, overleden in huis B nr. 11 op 24-01-1825 te Foxhol (get. Joseph Pekeskamp, kleermaker, Jan Brassinga, schoolonderwijzer)
k.1.1. Petrus Bakker, geboren 01-10-1826 in huis B nr. 11 te Foxhol (Jan Hindriks Smit, smid en Jan Brassinga, schoolonderwijzer), trouwt 13-8-1853,(get. neef vd bruid en drie goede bekenden uit de schipperswereld) met Janna Kroder, woont dan in Foxhol bij zijn stiefvader Cornelis Medendorp,
GRONINGEN, 15 November.. "Groninger courant". Groningen, 16-11-1852, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 07-11-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010773682:mpeg21:p002
Bruidegom krijgt opheffing curatele, door arrondissementsrechtbank Groningen, (inschrijving bevolking: 1850 bij C. Medendorp inwonend) overleden op 22-10-1871 te Groningen.
H.2.) op 18-08-1827 te Hoogezand
(get. Meindert Reints Sluis, rentenier, oom bruid; Gerrit Hugoos Jager,goede bekende; Ailke Berends de Jonge,aangetrouwde oom bruid, beide landbouwers, Wiert Jans Schoonbeeg, aangehuwde neef bruid)
met Wichertje Sluis (26) leeftijd 26 jaar, gedoopt op 15-02-1801 en geboren te Kropswolde, dv Bron(s) Sluis (landbouwer) en Roelfje Melles, overleden op 31-08-1835 in huis B nr. 11 te Foxhol (get. Wiert Jans Schoonbeeg, winkelier, behuwd neef, Jan Hindriks Smit, smid, nabuur)
k.2.1 – Bakker, geboren 01-07-1829 te Foxhol, overleden op 01-07-1829 te Foxhol gem.Hoogezand. (Jan Filippus Froon, tapper, Wiert Jan Schoonbeeg, winkelier)
k.2.2 Roelfje Bakker geboren 13-04-1831 in huis B nr. 11 te Foxhol (get. Wiert Jans Schoonbeeg, winkelier, Jan Hindriks Belgraver, schoolonderwijzer), overleden huis B nr. 11 op 16-04-1832 te Foxhol (Jan Hindriks Smit, smid, Wiert Jan Schoonbeeg, winkelier)
k.2.3 Roelfie Bakker, geboren 25-11-1832 in huis B nr. 11 te Foxhol (David Jans Braam, tapper, Jan Hindriks Smit, smid), overleden op 12-07-1836 in huis B nr. 11 te Foxhol (Wiert Jans Schoonbeeg, winkelier, Albert Jans Vossen, kleermaker);
k.2.4 Bronno Bakker, geboren 09-06-1834 in huis B nr. 11 te Foxhol (Lambert Schierbeek, bakker, Jan Hindriks Belgraver, schoolonderwijzer), schippersknecht, overleden op 16-05-1856 te Zoutkamp gem. Ulrum (Teunis Jacobs Kroos, schipper, Martenshoek, Heije Rickers Ruhaak, schipper, Alblasserdam);
k.2.5 Hebelina Bakker, geboren 22-08-1835 in huis B nr.11 te Foxhol (Lambert Schierbeek, Bakker en Wiert Jans Schoonbeeg), overleden op 10-10-1835 in huis B nr.11 te Foxhol (Wiert Jans Schoonbeeg, winkelier, Jan Hindriks Smid, smid)
H.3.) op 16-09-1837 te Hoogezand
(get. Harm Rosing Andree, broer vd bruid, Hendrik Stoffers de Bij, landbouwer, Harm Everts Heuker, landbouwer, Oetze Atzema Kruiger, predikant, laatste drie goede bekenden, te Kropswolde)
met Aaltje Andree (22), geboren 25-01-1815 te Kropswolde, huis letter 5F (get. Jan Pieters Spijk, Jacob Roelfs Swiers, landbouwers, Kropswolde), dochter van Jacob Cornelis Andree (visscher) en Margien Harms Boschma. Overleden 24-02-1851 in huis B nr. 11 te Foxhol (Albert Jans Vossen, kleermaker, Remko Sybolts Siertsema, schoolonderwijzer)
k.3.1. Jacob Bakker geboren 04-02-1839 te Foxhol, (aangifte door Hinderika van Ham, vroedvrouw, uit Hoogezand, de vader is door ziekte verhinderd aangifte te doen; get. David Braam, tapper, Albert Jans Vossen, winkelier, beiden te Foxhol), overleden op 12-11-1878 te Groningen, echtgenote Jeselina Baas;
k.3.2. Nicolaas Bakker, geboren 24-12-1841 te Foxhol ( get. David Jans Braam, tapper, Albert Jans Vossen, kleermaker, beiden te Foxhol); overleden op 26-04-1849 te Foxhol, woont huis B nr.11 (get. Albert Jans Vossen, kleermaker, Remko Sybolds Siertsema, schoolonderwijzer);
k.3.3. Margien Bakker geboren 19-01-1845 te Foxhol, (get. Jan Hindriks Smit, smid, Albert Jans Vossen, kleermaker, beiden te Foxhol), overleden op 29-09-1920 te Schildwolde gem. Slochteren, overleden echtgenoot Koop Mulder (Koop was een zoon van Hindrik Hillebrands Mulder en Menje Koops Bruininga, deze Menje was de derde vrouw van Cornelis Medendorp, de stiefvader van Margien Bakker (volgt u het nog?!)
k.3.4. Geert Bakker, postuum geboren 04-03-1847 te Foxhol (aangifte door Hinderika van Ham, vroedvrouw te Hoogezand, get. Albert Jans Vossen, kleermaker, Remko Sijbolts Siertsema, schoolonderwijzer, beiden te Foxhol), overleden op 11-02-1851 in huis B nr. 11 te Foxhol (get. Hindrik Jans Smit, smid en Albert Pieters Evenhuis, dagloner, nabuur)
Aaltje Andree, (Aaltje Jacobs Andreae) trouwt voor de tweede keer op 30-12-1847 te Hoogezand
(get. Derk Pieters Medendorp, broer bruid, dienstknecht, Foxham; Harm Azing Andree,35 landbouwer te Kropswolde, Klaas Pieters Bakker, arbeider, Kolham, behuwdbroeder van de bruid; Brons Sluis, landbouwer, Kropswolde, goede bekende van beiden)
met Cornelis Medendorp, geboren 28-07-1820 te Foxhol, huis B 36, (get. Johan Joseph Pekeskamp, kleermaker en Lukas Bakema, schoenmaker) trekschipper (1847), overleden (commissionair) op 28-03-1889 te Foxhol, huis B 92 (get. Johannes Berhardus Holtvester, kleermaker, Engelko Zijl, hoofd der school):
k. Fenna Petronella Medendorp, geboren 18-10-1849 te Foxhol (get. Albert Jans Vossen, kleermaker, Hindrik Jans Smit, smid), trouwt met Pieter Meijwes op 29-04-1876 in Hoogezand (get. oa Koop Mulder, zwager; overleden op 8 maart 1925 te Leeuwarden.
Cornelis Medendorp hertrouwde nog twee keer:
H.2) op 14-02-1852 te Hoogezand
(get. Pieter Cornelis Medendorp, arbeider, vader van bruidegom; Derk Medendorp, broer bruidegom, dienstknecht te Martenshoek, Albert Sijpko’s Kempinga, landbouwer Kropswolde, stiefvader bruid, Jan Schabels, broer bruid, landbouwer, Kropswolde)
met Elsje Schabels, geboren 15-07-1825 te Nieuwe Compagnie, dv Jan Everts Schabels (landbouwer) en Hinderkien Jans Maathuis; overleden op 08-05-1853 in huis letter B, nr. 11 te Foxhol gem. Hoogezand (Albert Jans Vossen, kleermaker, Remko Sijbolds Siertsema, schoolonderwijzer)
k. Hinderkie Medendorp, geboren 22-12-1852 te Foxhol gem. Hoogezand (get. Remko Sijbolds Siertsema, schoolonderwijzer, Hindrik Jans Smit, smid), trouwt 31-03-1877 in Hoogezand met Roelof Hammink Buirma (koopman), weduwnaar van Trijntje Doedens, trouwt 2) 05-02-1880 te Scheemda met Ammo Lantinga (commissionair); overleden op 20-07-1883 te Groningen.
H.3.) op 23-05-1863 te Hoogezand
(get. Albert Sijpko’s Kempinga, landbouwer, Kropswolde, stedevader van de comparant (hij was getrouwd met Hinderkien Jans Maathuis, moeder van Elsje Schabels, de overleden tweede vrouw van Cornelis), Sijpko Kempinga, halfbroeder van de comparant, Albert Vossen, kleermaker, Remko Sijbolts Siertsema, schoolonderwijzer, naburen)
met Menje Bruininga (45), geboren 25-11-1817 te Middelbert gem. Noorddijk, dv Koop Hindriks Bruininga en Trijntje Geerts Boerma. Ze is overleden op 11-12-1874 in huis B, nr. 90 te Foxhol, overleden echtgenoot Hindrik Hilbrands Mulder, bakker (get. Abraham Kanon, schipper, Engelko Zijl, hoofdonderwijzer, naburen). Tussen april 1859 en mei 1860 verloor Menje drie kinderen en haar echtgenoot. Haar zoon Koop Mulder trouwde met Margien Bakker, de dochter van Aaltje Andree en Geert Pieters Bakker.
Note: Foxhol lag in de gemeente Hoogezand, thans is dat de gemeente Midden Groningen.
Het vermelden van de getuigen heeft een doel: ik krijg daarmee een beeld van de buurt waar de families wonen en de sociale cirkel waarin men zich bevindt.
Bijvangst! Een interessante huwelijksketen:
Bronnen:
delpher.nl: NIEUWSTIJDINGEN. ZWOLLE, den 31 Mei.. “Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant : staats-, handels-, nieuws- en advertentieblad”. Zwolle, 01-05-1849, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 06-11-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010113348:mpeg21:p001
Boek: Foxhol en Foxholsterbosch: Daan Hulsebos
Groninger Archieven: allegroningers.nl
Historisch Archief Midden Groningen: Inventarisnummer 1182 van archiefnummer HS01-001 in Archieven
Dorpskarakter in Foxhol: Amel Pieters Medendorp
Foxhol was een broedplaats van bijzondere mensen, volgens het zondagsblad van de Noord-Ooster uit 1947. Neem bijvoorbeeld het verhaal over ‘Lange Oamel’, die bij iedereen in Hoogezand bekend zou zijn geweest, maar niemand wist zijn achternaam. Amel is een toch wel bijzondere voornaam die hier in slechts enkele families voorkomt. Het artikel bevatte een paar aanknopingspunten: vrijgezel en woonde bij zijn zuster in Foxhol.
Na enig onderzoek bleek al snel dat deze Amel een loot aan de stam van de familie Hartenhof is en Lange Oamel kriegt ook zien achternoam terugge: hai is aine van Medendorp.
Pieter Cornelis (Kornelis) Medendorp, geboren 21-09-1794 te Uithuizen, zoon van Kornelis Pieters en Nanje Jans (woonden te Westerbroek in 1820, beiden zonder beroep, volgens ovl acte Pieter waren zij arbeiders). Pieter was in 1820 woonachtig te Westerbroek en was toen zonder beroep. Vervolgens komt hij in de archieven voor als trekschipper te Foxhol in 1820; als tapper te Foxhol in 1823; als landbouwer te Kropswolde, letter C nr. 47, in 1824, 1825, 1827. In 1850 was hij arbeider en woonde hij in huis letter B, nr. 17 te Foxhol; arbeider in Foxhol in 1852, 1857, 1860. In 1863 woondachtig in Foxhol, zonder beroep. Pieter is overleden op 12-08-1869 te Foxhol (gem. Hoogezand) (get. Jan Frinks, arbeider, Harm Klein, arbeider)
Pieter huwt op 14-12-1819, te Slochteren (resp. 25 en 30 jaar oud) met
Fennechien Cornelis Hartenhoff (Fennegijn Cornelis Hartenhof), geboren 08-11-1789 te Kolham, dv Kornelis Amels Hartenhof en Hindrikje Derks, overleden op 01-05-1851 te Foxhol gem. Hoogezand, huis Letter B, nr. 17 (get. Kornelis Woldendorp, winkelier en Jan van Bruggen, scheepjager)
De ouders van de bruidegom stemmen schriftelijk in met het huwelijk. De ouders van de bruid zijn overleden. O.a. haar broer Amel Cornelis Hartenhof en neef Jans Velthuis zijn getuigen. Fennechien had al een dochter, Hinderkien Hartenhof, geboren 7 juli 1815 in Kolham, huis nr.40, aangifte door grootvader; overleden op 08-06-1836 te Foxhol, huis letter B nr.28, (get. Jannes Schutte, timmerman, Geert Rammelaar, smid).
Pieter Kornelis Medendorp woonde in 1850 samen met zijn zoon Amel in huis nr.17 B Kropswolde, dat was in Foxhol. Oorspronkelijk stonden geregistreerd: Pieter, en de beide zoons Amel en Derk en schoondochter Anje Aikes in behuizing B, nr. 73K. Derk en zijn vrouw vertrokken in 1864 naar Sappemeer.
Kinderen uit dit huwelijk:
k. Cornelis Medendorp, geboren 28-07-1820 te Foxhol gem. Hoogezand, (Johan Joseph Pekeskamp, kleermaker en Lukas Bakema, schoenmaker); trekschipper (1847), commissionair, overleden op 28-03-1889 te Foxhol gem. Hoogezand.
k. Amel Medendorp, geboren 17-03-1823 te Foxhol gem. Hoogezand (get. David Jans Braam, tapper en Gert Hensen, smid), overleden op 15 september 1888 in Foxhol, woonde in huis letter B nr. 25 (get. Hindrik Nieboer, timmerman, nabuur en Klaas Woltman, arbeider, nabuur);
k. Derk Medendorp geboren 13-05-1824 te Kropswolde gem. Hoogezand, (get. Remke Jacobs Tepper, landbouwer, en Harmannus Lammerts Schierbeek, wolkammer), overleden op 28-01-1892 te Veendam, aan het Westerdiep, (Salomon Polak, koopman en Derk Bentum, kastelein);
k. Nanneco (Nanko) Medendorp, geboren 21-10-1825 te Kropswolde gem. Hoogezand (get. Remke Jacobs Tepper, landbouwer, en Remko Jans Smit, korenmolenaar), dienstknecht, overleden op 26-04-1849 te Foxhol gem. Hoogezand, huis letter B, nr. 11 (get. Albert Jans Vossen, kleermaker, Remko Sybolds Siertsema, schoolonderwijzer); Nanko kwam dramatisch aan zijn einde: meer op De dood in de sloot.
k. Jantje Medendorp geboren 08-04-1827 te Kropswolde gem. Hoogezand (get. Remke Jacobs Tepper, landbouwer, Hendrik Meints Pras, wever), overleden op 17-02-1907 te Foxhol gem. Hoogezand, overleden echtgenoot Hindrik Nieboer (get. Henderikus Veld, arbeider en Jakob Nieborg, arbeider), huis letter B, nr. 26. (Er was een zus van Pieter Kornelis Medendorp, Jantje, gehuwd met Bront Vos. Zij stierf als Jantje Cornelis Medendorp leeftijd 31 jaar, geboren te Uithuizen, overleden op 31-12-1818 te Groningen. In het huwelijk van Pieter en Fennichje zijn geen dochters naar de moeders vernoemd, er was maar één dochter en dat was deze Jantje. Vermoedelijk is ze vernoemd naar haar jonggestorven tante)
Bronnen:
www.delpher.nl Een halve eeuw geleden “De Noord-Ooster”. Wildervank, 22-03-1947. Geraadpleegd op Delpher op 04-11-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMVEEN01:000084440:mpeg21:p003
https://historischarchief.midden-groningen.nl/
Dienstontduiking in Napoleontische tijd
‘K duur t joe hoast nait vroagen.’ stamelt Aldert, een forse jongeman met een hoogrode kleur, wiebelend van het ene op het andere been. ‘K overvaal joe dermit, mor t zol mie ja zo helpen!’ De oude vrouw zeeg langzaam terug in haar armstoel. Totale verbijstering stond op haar gezicht geschreven. Al wat Siwertje had verwacht, niet dit onbeholpen, dringende verzoek.
Hun kleine wereld was veranderd sinds Napoleon de Nederlandse republiek in 1795 had ingelijfd en de Bataafsche Republiek had uitgeroepen. Daarvoor kabbelde het leven op de Warven, een streekje met een vijftal huizen en boerderijen bij de dijk boven in Groningen, rustig voort. De bewoners verdienden er sinds eeuwen de kost met landbouw en visserij. Aldert had als boerenknecht altijd werk en leefde, bijna volwassen, tevreden zijn leven. Maar nu stak de kleine Franse keizer een spaak in het wiel met zijn dienstplicht voor mannen tussen de 20 en 25 jaar. Aldert moest er aan geloven, maar zag het helemaal niet zitten. Zelfs in de afgelegen Warven sijpelden de verhalen van de veldslagen en afschuwelijke, besmettelijke soldatenziekten door. Maar boven alles voelde hij: Napoleon was niet zijn keizer en voor deze agressor wilde hij niet vechten.
Koortsachtig had hij allerlei mogelijkheden bedacht om onder de dienstplicht uit te komen, maar hij zag geen enkele kans. Hij was gezond van lijf en leden, hij was niet onmisbaar als ondersteuning van zijn familie en hij was geen kostwinner. Hij had niet genoeg geld om een plaatsvervanger te kopen, zoals veel boerenzoons deden. Er zat niets anders op: zeer binnenkort moest hij zich toch gaan melden op het gemeentehuis.
Om zijn hoofd even leeg te maken besloot hij naar de zee te wandelen. De vertrouwde zee, waar iedereen hier zo’n ontzag voor had, met zijn zilte lucht en het geruis dat deel uitmaakte van hun bestaan. Hij volgde de zandweg, passeerde een oud, bijna vervallen huisje en groette, zoals altijd bijna achteloos, het oude vrouwtje dat achter het raam zat te breien. Hij beklom de dijk, zag en hoorde de grauwe watermassa die onafgebroken tegen de voet van de dijk klotste. Oneindig. De zee wordt nooit oud, bedacht hij al piekerend. En alsof er een vonkje knetterde in zijn brein, zag hij ineens een uitweg.
Siwertje borg haar breipennen weg en overdacht het bijzondere verzoek. Eerst had ze gedacht dat hij haar voor de gek hield. Ze wist dat de dorpelingen haar wantrouwden. Ze woonde al veertig jaar alleen, sinds heel plotseling haar man en kind tegelijkertijd overleden. Sindsdien deden geruchten de ronde, maar werden nooit hardop uitgesproken. Groeten deed iedereen wel, maar niemand kwam eens bij haar binnen. Tot deze keer. Iets in zijn houding maakte dat ze hem vroeg zijn verzoek toe te lichten. Opgelucht dat ze het voorstel niet radicaal afwees, stak hij van wal. Hij vertelde hoe hij haar oude bedoeninkje zou herstellen, zodat ze comfortabeler zou wonen. En als enige tegenprestatie moest zij dan met hem trouwen, zodat hij de oorlog niet in hoefde. Trouwen deden ze alleen in naam, verzekerde hij haar, en het zou haar voortaan aan niets ontbreken.
En zij voorzag eerst alleen problemen: ‘Wat als hij een jonge vrouw tegenkomt waar hij verliefd op wordt? Wat als hij zijn belofte niet nakomt? Hoe lang zal het dan duren, tot aan de dood?’ Maar daarop volgden kansen: ‘Waarom ook niet? Wat heb ik te verliezen? Ik ben zo eenzaam!’ En ze kwam tot haar besluit.
‘T mos mor deurgoan, mien jong.’
Gieten, 2018
Gebaseerd op genealogische gegevens van Aldert Sijtzes Bos, meer info hier.
Eerder gepubliceerd in Woldwagter.
Een kort berichtje, maar wat een leed bevat het! Een heel gezin, bestaand uit vader, moeder en acht kinderen kwam op 13 april 1896 op de Eems ter hoogte van Statenzijl om het leven. Uit de berichten destilleer ik dat de schipper onverantwoordelijk is geweest. Een met steenkolen vol beladen tjalk, luiken open, ook steenkool op het dek, zonder dekkleden, slecht weer, aangeboden hulp van een passerende stoomsleepboot afslaan, het advies van de sleepboot om in ieder geval te ankeren negeren… een zeer trieste samenloop van omstandigheden die een heel gezin – met hond- wegvaagde.
De familie Kroeze was met hun vrij nieuwe ijzeren tjalk “Alida” (36 ton, in 1895 gebouwd in Martenshoek op de werf van de gebroeders Bodewes) net teruggekeerd uit Engeland. In Delfzijl pikte de schipper een lading steenkool op van het Britse stoomschip SS Dinnington.
Vanuit Delfzijl vertrok de “Alida” met als bestemming Statenzijl, tegenover Oudeschans. Het advies van de Delfzijster sluismeester, dat men beter de binnenlandse vaarroute zou kunnen nemen, werd in de wind geslagen. De schipper verkoos over de Eems te varen. Eenmaal op de Eems bood de kapitein van de passerende stoomsleepboot van Delfzijl nog aan het schip op sleeptouw te nemen, maar dat werd geweigerd. Toen er plotseling wind opstak en er een zware onweersbui overkwam, kwam het zwiepende water via de geopende luiken het schip in en begon de ‘Alida’ te zinken. Het hele ongeluk moet in ongeveer een kwartier tijds zijn voorgevallen. De bemanning van de teruggekeerde sleepboot zag alleen nog de masten boven het water uitsteken. De schipper was vastgebonden aan de mast en bezweken: men gaat er van uit dat hij zich mogelijk wilde ophijsen. Er viel niets meer te redden.
Waar men verwacht had de rest van het gezin aan boord te zullen aantreffen, bleek dat niet het geval. De beide jongste kinderen, Grietje (3) en Henderika (1) bevonden zich vermoedelijk wel in de kajuit en werden op 13 april geborgen, evenals de hond van het gezin. Oudste dochter Webina (15) en zoon Harm (9) spoelden een dag of twee later aan in het Duitse Ditzum en ze werden daar begraven. Eén van de kinderen werd in de tuigen van plaatselijke vissers gevonden, volgens een melding op 15 april 1896. Mogelijk betrof dit Maria (5). Jongste zoontje Hendrik (7) spoelde aan op de Oost-Friese kust tussen 13 en 15 april. Op 20 april werd Aaltje geborgen en in mei werd Johannes (13) in Oterdum bij Delfzijl gevonden.
Schippersvrouw Alida Kroeze-Dennekamp werd op 5 mei gevonden bij de Fimel, de punt van Rheide en door familieleden geïdentificeerd. Hoewel de schipper aan de mast van het schip werd gevonden, werd zijn dood pas officieel vastgesteld op 31 mei 1896 in Termunten. In het zelfde bericht is vermeld dat hij als laatste van de inmiddels acht aangebrachte lijken bij Statenzijl is geïdentificeerd. Daarmee zou het gezin compleet teruggevonden zijn.
De tjalk van de familie, de “Alida”, werd in juni door deurwaarder Achterbos is beslag genomen namens de scheepsbouwer Bodewes, omdat schipper Kroeze nog een schuld op de aanbouw van 1500,– gulden had. De door het ministerie aangewezen procureur Soer uit Veendam zou het schip in juli of augustus gerechtelijk moeten verkopen. Het schip lag in juli 1896 in de Westerwoldsche A, onder beheer van de burgemeester-strandvonder van Beerta. De executieverkoop vond plaats en – plottwist – wie werd voor 1000,– eigenaar? J.J. Soer, procureur…
Eernst Kroeze (Ernst, Erenst, Kroese) geboren 30-07-1859 te Oude Pekela, natuurlijk kind van Webina Klinkenberg, gewettigd bij huwelijksakte op 25-08-1860 te Oude Pekela van Johannes Kroeze en Webina Klinkenberg (arbeidster), overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide (met schip geborgen, vastgebonden aan de mast), akte opgemaakt op 31-05-1896 te Termunten, als weduwnaar van Alida Dennekamp,
huwt 13-11-1880 Oude Pekela huwelijk (als Eernst Kroese (21), schipper),
Alida Dennekamp (21) dv Harm Dennekamp (timmerman) x Aaltje Mattema, geboren in Oude Pekela op 03-10-1859, overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide, geborgen 05-05-1896 te Fimel, Punt van Reide
kinderen uit dit huwelijk:
k. Webina Kroese 19-12-1880 te Oude Pekela, vader 21 arbeider, overleden (15) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896, aldaar te Ditzumerverlaat begraven;
k. Joannes Kroeze 19-10-1882 te Oude Pekela, vader 23 arbeider, overleden (13) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, geregistreerd (gevonden) op 11-05-1896 te Oterdum gem. Delfzijl;
k. Aaltje Kroese 30-07-1884 te Oude Pekela, vader arbeider; overleden (11) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems; 20 april aan land gebracht (waarschijnlijk in Ditzum, geen overlijden gevonden in Groninger akten, Winschoter courant 22-4-1896)
k. Harm Kroese 04-02-1887 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (9) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896; aldaar te Ditzumerverlaat begraven;
k. Hendrik Kroese 02-08-1889 te Oude Pekela, vader dagloner; overleden (6) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems (7 jarig jongetje aangespoeld aan de oost-Friese kust; Franeker courant)
k. Maria Kroeze 28-03-1891 te Oude Pekela, vader schipper; overleden (5) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems
k. Grietje Kroeze 29-04-1893 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (3) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aan land gebracht in Statenzijl (Beerta), begraven in Oude Pekela.
k. Hinderika Kroese 26-02-1895 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (1) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, (bevond zich nog in de kajuit volgens de Franeker courant
Het lijkt zo’n onschuldig berichtje over een flinke senior. Maar als ik een dergelijk berichtje lees, gaan de alarmbelletjes af: het was vast geen fitness-oefening, maar bittere noodzaak! Een goede aanleiding om de wortels van M. Padhuis te onderzoeken.
De krasse wandelaar in bovengenoemd krantenberichtje is Menko Geerts Pathuis, geboren op 10-03-1807 te Oudeschans, zoon van Geerd Jans Pathuis (bakker) en Jantje Harms. Net als zijn vader was hij bakker. Uit het feit dat hij drager van het ‘metalen kruis’ was, blijkt dat hij heeft deelgenomen aan de militaire actie die bekend is als de Tiendaagse veldtocht in augustus 1831.
Hij huwt – voor het eerst – te Bellingwolde op 18-06-1836 met Anna Derks de Voogd, geboren op 04-02-1804 te Oostwolde, overleden op 23-04-1845 te Oudeschans gem. Bellingwolde, dochter van Derk Harms de Voogd (tapper) en Heike Hindriks Bodde. (Anna was weduwe van Eltje Hindriks Doedens, wolkammer tussen 1804 en 1828, overleden als Eltje Hendens Doedens, kanonnier, leeftijd 27 jaar, geboren te Winschoten, op 22-05-1831 te Bergen op Zoom. Eltje is waarschijnlijk onder de wapenen geroepen vanwege de belgische opstand. Er waren drie kinderen uit dit huwelijk.)
Menko en Anna kregen één kind:
k. Jantje Pathuis, geboren 13-02-1837 te Oudeschans gem. Bellingwolde, dienstmeid, overleden op 28-10-1875 te Oudeschans gem. Bellingwolde, leeftijd 38 jaar.
Menko hertrouwt binnen een jaar na het overlijden van Anna met Siebentje Berends Diekhart. Het huwelijk vindt plaats te Bellingwolde op 28-02-1846. Zij is een dochter van Berend Derks Diekhart en Betje Kampes als Sibentje, geboren 03-06-1810 te Scheemda. Siebentje Diekhart, dagloonersche, is overleden op 17-04-1860 te Oudeschans gem. Bellingwolde, als echtgenote van de bakker Menko Pathuis. Zij kregen de volgende kinderen:
k. Geert Pathuis, geboren 05-03-1849 te Oudeschans gem. Bellingwolde, overleden op 29-05-1849 te Oudeschans gem. Bellingwold, 12 weken.
k. Elisabeth Pathuis, geboren 15-11-1850 te Oudeschans gem. Bellingwolde, overleden op 29-07-1851 te Oudeschans gem. Bellingwolde, 8 maanden.
Menko vindt vrij vlot na het overlijden van Siebentje een nieuwe partner in winkelierse Hillechien Zuur, die sinds 04-12-1856 weduwe is van winkelier Bene Nobbe (Beene Alberts Nobbe). Het huwelijk tussen Menko en Hillechien vindt plaats te Bellingwolde, op 15-12-1860. Zij is een dochter van Evert Jans Zuur en Zwaantje Folkerts, geboren op 23-11-1811 in Bellingwolde. Hillechien is overleden op 25-05-1891 te Bellingwolde, 79 jaar oud, dagloonersche van beroep (aangifte door Eppo Kruize, 54j.; Pieter Hendriks, 48j. ; beide dagloners). En zo is Menko voor de derde keer weduwnaar en lijkt de pit er echt uit te zijn, want binnen een jaar na het overlijden van Hillechien en drie jaar na het bewust krantenbericht is Menko overleden, op 09-02-1892 te Bellingwolde.
De aangifte wordt gedaan door werkhuisvader Hendrik Meijer (37) en Adam Scheffer, werkhuispupil (59). We kunnen wel concluderen dat Menko na het overlijden van Hillechien in het werkhuis moet zijn beland. Hij is geregistreerd als Menke Pathuis, zoon van Geert Jans Bakker en Jantje Harms. De tweede en derde echtgenote worden nog genoemd, maar Anna Derks de Voogd komt niet voor op de aangifte. De kennis van de aangevers zal zover niet meer hebben gereikt.
Menko, die op zijn oude dag nog zo dapper langs de straten liep, heeft dus al zijn naasten overleefd. Zijn militaire medaille noch zijn erfenisje noch zijn flinke stapperij heeft hem voor de armoedeval kunnen behoeden.
Op 31 januari 1769 wordt in Slochteren Jan Willems gedoopt. En het is geen gewoon kind, nee, het is een Hoeren kint!
Zijn moeder Janna Willems is ‘eenige Tijdt onderwezen, strengelijks bestraft over hare zonde.’
Of de strenge bestraffing echt heeft gewerkt? Misschien gedurende een poosje, maar zes jaar later…
bevalt Janna Willems van nog een zoon. De dominee noteert het wederom fijngevoelig: ‘Een zoontie gedoopt van Janna Willems, zijnde een hoeren kint genaamd Willem.’
De namen van de in onecht geboren worden ook verticaal geschreven, terwijl die van in echt geborenen kalligrafisch horizontaal genoteerd worden. Verschil moet er zijn!