Udema, John P.

LOOKING FOR RELATIVES

John P #Udema was as far as I know the son of Pieter Udema. Pieter was a sibling of my (great)grandmother Anje Udema. Pieter also was the boy next door to my other grandmother Martje Hansma. As such they kept contact by mail, at least for some time in the previous century. Pieter has visited my grandmother in the seventies en presented me with a “gulden” (a dutch coin). This is how I still have a letter and a picture of Pieter Udema on his horse, roping or trying to rope calfs. The letter gives a beautiful and characteristic insight in the differences in Dutch Pieter and American girls :-)

If any relative of Pieter is interested, please contact me at info (@) yinnar.nl




Huwelijkscontract Edzo Udens x Weije Udens

Verzegelingen Meeden, 24 januari 1661

Anno 1661 den 24 januari is na Gods instettingen een christelijk houwelick beraemt, gedediget en besloten tuschen den E. Edzo Udens, sone van wijlen Udo Menses ende Bauwe in haar echte stant procreeert, bruijdegom ter eener, Ende de duegetsame dochter Weje Udens, wijlen Udo Nantkens ende Sijben gewesen echtelieden echte dochter, bruijdt ter ander zijde, waer van de hylxvoorwaerden alhier zijn overeengekomen.
Inden eersten wordt belooft van des bruijdegoms zijdt dat hij alle goederen so hem weder angeerft zijn en in compstig anerven moghen an en tot sijn bruijdt in te brengen sal de welcke na erfscheijdinge met sijn medeerven sullen begroot ofte prijseert worden ende alsdan op de rugge van de hylxbrief geteikent ende na behoor underteickent worden.
Hijrtegens wordt belooft van de bruijdtszijdt dat sij oock de goederen so her weder angeerft zijn gerekent op duisen [slechte] dalers en een bedde met seselven toebehoer boven haer part landes in de Buirmanse heerdt ende gedurende dese echtestand anerven moghen, an en tot haer bruidegom in te brengen.
Wijders is accordeert dat winst en verlies staander echte sal gemien zijn sulksschulde sulcks bate. De goederen helfte sullen blijven ofte bij versterf van eender erven en person an de zijdt en linie daer se heer gecomen zijn. Exempt dusend slaegte dalere van de bruidts zijdt ende duisent rijxdaelr van de bruijdegoms zijdt de welcke t samen als in een pot gesmeten gemien zullen zijn ende halff en halff gedielt worden,. Indien sonen ende dochteren van haer procreeert werden, sal niet de sone met twe handen ende de dochter met een hant toetasten na olderdampster landtreght: maar tegens landrecht gelijcke sibbe zijn tot vader en moederlijcke goederen t sampt alle andere erfenissen
Belangende lijfgave heeft de bruijdegom de bruijdt begiftigd met honder rijxdaler en daertegens de bruidt haeren bruijdegom mit hondert slichte dalers in cas so geen lijffs erven nablijven ofte nablijvende comen te versterven. beijder zijdts
haer ofte sijn leevent lanck na laaster doot sal dese lijffgave erven an de sijdt daeroff se gecomen is. Aldus beraemt ende overeen gekomen in bijwesent van vrinden van de bruijdegoms zijn oom ende voormondt, de E. Tiddo Eppens ende de E. Eltio Eppes, sibbe vooget itim de E Tiacko Tiddes, vreembde vooget, nevens sijn broeder Eppo Udens en neef Frerick Eltiens.
Van de bruijdts zijdt haar L. moeder Sijben Sijbels en broeder Menso Udens ende swageren Egbart Jans, Tiarck Edzes en Jan Bonnens itim Bouwo Nanktens, oom
Oorkunde onderteickeninge actum in t supra, in kennis van getugen hijronder geschreven, Diurcko Ouwes en Reewen Aipkens.

Tekenen:
Udo Udens
Weije Udens
Tiddo Eppens
Eltio Eppens
Tiacko Tiddens
Eppo Udens
Frerick Eltiens

Sijben Sijbels
Menso Udens
Egbert Jans
Tijarck …
Jan Bonnens
Bouwo Nantkens

Rewen Aijpkens
Duircko Ouwes




Scheidingsbrief wijlen Menso Ude(n)s

Verzegelingen Meeden, 6 maart 1635

Transcriptie

Hommo Wigboldi, Pastor, Ouwo Rinnolts, kerckvooget op de Meeden. Doen kundt en betuighen dat in persoon erschenen en gekomen, die Erbare Udo Nantkens, in qualitaet als voormundt, Haicko Gerardi, sibbe, Tiarck Tiarcks, mede kerkvooget, als vreemde vooghden tot en over wijlandt Menso Udens dochter Sijben Menses, neffens die Erbare Udo Mensens, soone van Menso Udens en Ide en die Erb. Aijoldt Luppens en Murcke sijn huisfrouw; bestonden en behouden voor haer, ende haeren pupill ‘t sampt der selve arfhe een stede laste onwederroeplijke en eeuwigdurende arfscheidinge gemaket en t samen ingegaen van alle en alinge goederen [replijke] roeplijke, onroeplijke alse haer overleden vader Menso Udens op sijn sterfdagh heeft naegelaten, en op haer drie kinder verarvet.

In den ersten sal Udo Menses voor sijn part genieten en arflijken possideren, vijff ackeren in t wester einde van de Meeden geleghen, Eltie Wier genoemt, hebbende Bene Janssens ten oosten, in de selve heerdt tot naesten swette Eltie Fockes als meijer ten westen, de neije wateringe ten Noorden, streckende ten suiden in t vehn nabuir landen gelijk. Met nog drie ackeren in d’ooster heerdt onverscheiden in de selve heerd; van welcke heerdt Harcko Aijelkes ten oosten binnen de wegh naest beswettet, buten de wegh Johan Wever, Olde Hindricks Campe, Eggo Tiapkens, Geerdt Hendricks, Eede Jans, ten Westen Matthias Haijens arfhe ten noorden an de sijpe gaerwijs uutlopende, ten suiden streckende in t veen nabuir landen gelijk.
Noch ook ten derden de gerechte helfte van haer kinder landt op het sovenwoldt geleghen, waervan het kerckenlandt in de Eext ten oosten, de wegh ten westen naest an beswettet streckende ten Noorden en Haijcko Gerardi en Ide kampe itim de olde Ehe en Tiapko Poppens, Eedoch hebbende over de olde dijck Haicko en Ide campe ten oosten en Tiapko en Waldrik Poppens ten westen tot naeste swetten lopende ten suden ande sovenwolster dwarss wegh. Dese helfte sal Udo Mensens genieten en beholden an de oostzijdt van dit landt met allen der selver bovengenoembder landen eigendoom vrij en gerechticheiden item ook lasten en swaricheiden daerop vallende in d’arf. Dese percsilen alle sal Udo Mensens genieten vrij van behuijsinge. Hijrtegen sullen Aijoldt Luppes en Murcke voor Murcken part genieten en arflijken beholden tom eersten de huisheerdt, daerop Aijoldt en Murcke woenen, groot sijnde vijff ackerenn te weten vier acker eighen landt en een acker kercken landt, hebbende Richte Jans arfhe ten oosten, Hicko Hannes als provincie meijer ten westen strekkende tot naeste swetten, strekkende ten noorden an de Ehe, ten suiden in t vehn nabuir swetten gelijk.
Noch ten anderen de gerechte vierde part van haer kinder landt boven gelimiteert op het sovenwoldt geleghen wel te verstaen de westerse zijdt van dit landt. Met noch ten derden Olde Hindriks kampe, groot ongeveer twe deimten en een verendeel, Udo en Sijben met haer ooster heerdt ten westen, Eggo Tiapkens ten oosten ende ten noorden Johan Wever, ten suiden naest an beswettet.
[F/kantlijn: dese kampe voor de behuisinge so Aijolt en Murcke tot haer lust holden],
Wijders sal Sijben voor haer part ook genieten ende arflijken possideren ten eersten vier ackeren in de ooster heerdt daervan de swetten boven genoemt onverscheiden in deze heertdt geleghen acker, acker gelijk [toe]rekent; met noch ten anderen de gerechte vierde part van het sovenwoldt so boven verbepalet staet, te weten int midden haer part tussen haer broeder en suster genietende, dese percsielen sal ook Sijben genieten vrij van behusinge unde so voortsz. Een iegelijk sijn toegedeelde landt met allen eigendoom vrij ende gewechticheiden itim ook lasten ende swaricheiden op de landen vallende, possiderende en gebruikende.
Bovendien beholden de beide susters Murcke en Sijben in de mande twe kampen, d’ene geleghen an de olde wegh, Ouwo Rinnoldts ten oosten ende ten noorden de olde wegh; ten suiden de pastorije [gare], ten westen met haer laene ofte uutdrift naest beswetten, d’ander geleghen in Remene Frerijks [Eeblincken] so sie van Harmen Jacobs en Harmen Hindriks heeft gekoft midden in geleghen, lopende met het suder einde an de wateringe en met het noorder einde an een dwarssloot, groot ongeveer drieverendeel deimts. Noch ook de gerechte helfte van het vehn op [k/h]olde Munneken geleghen, so haer zal. vader op haer verarvet heeft, groot dese helfte twe ackeren na luid der koopbrief daer af sijnde, dese parten ook met haer eighendoom vrij en gerechtinheden itim lasten en swarincheiden daerop vallende, eedoch vrij van behuijsinge. Toe desen sullen ook de susters genieten en beholden twe ackeren vehn bij Winschoot geleghen uutgegraven veen en bouwte, onverscheiden in vier acker geleghen. De meente tot Winschoot ten oosten, ten westen de Munnekesloot, ten Noorden Haicko Eggerijcks, ten suden Haicko en Ide. Dit ook in qualiteet als vooren, eedoch beklemt onder het huir daerop staende. Comende tot de obligatie: sint twee obligatien bij Haicko Gerardi en Ide belopende t samen hondert vijftig daler principael, waarvan Sijben twedeelen te weten hondert daler en Murcke een deel vijftich daler sal genieten.
Noch twe obligatien bij Aijolt Luppens waeraf ook Sijben twe delen en Murcke de derde deel sal genieten [F/kantlijn: omreden Murcke te vooren hyrtegens so Vele der genoten hadde ]
Noch een versegelde rentebrief bij Tammo Tyddinga, sprekende van 50 daler principael, welcke de beide susters sullen gelijk deelen. Hijrmede sint dan opgenoembde vrinden, curatoren, broeder en susters vreedlijk geschiet en gesloten van weghen de bovengenoemde arfnisse van haer overleden vader Menso Udens op haar kinderen verarvet.

Beloven daerom contragenten opgenoemt geen [actie], anspraeck ofte questie weghen dese arfnisse op ofte tegens malkanderen te solden moveren ofte moveren laten.
Sonder arge list belijt tot versegelinge in kennisse van getughen alse die Erb. Geert Hindriks, en Ulcko Ulckens.
Oorkunde ondertekening gescheet den 6 maart 1635

Udo Nanckens
Haeijcko Gerardij
Tyarck Tyarcks
Sijben Menses
Udo Menses
Aeijelt Luppens
Murcke Aeijelts

Bij de transcriptie van bovenstaande akte worstelde ik met name met de aanduiding van een gebied dat ik later kon onderscheiden als sovenwoldt. Deze aanduiding kwam ik nergens in boeken over Meeden of in zoekmachines tegen.

Lang leve internet en dan met name twee twitteraars: @Gelkinghe kwam met de verklaring zeven en woud en @JanetBosmaH stuurde een link naar landschapsgeschiedenis en wees op de oude benaming van Duurswold: Zevenwolden. Daarmee werd zoeken een eitje.

In de atlas van Kuiper 1867 staat de Zevenwolsterweg vermeld: past precies bij de aanduiding in de acte. De weg bestaat nog steeds: de Zevenwoldsterweg.




16 Kinderen, 5 namen

Hilje Arens en Hendrik Waldrix woonden in het huis, getekend nr. 116 te Nieuwolda. Lang geleden heb ik de samenstelling van hun gezin onderzocht. Ik kan me nog goed herinneren, hoeveel indruk het op me maakte dat zij véel jonge kinderen verloren. Meer dan dat nog, werd ik geraakt door de hardnekkigheid waarmee zij elke nieuw geborene naar hun respectievelijke ouders bleven vernoemen. Zo stierven er maar liefst vijf Martjes, voordat er in 1732 eindelijk een Martjen bleef leven. Gelukkig maar! Zij, het veertiende kind, werd mijn voormoeder. Het laatste van de in totaal 16 kinderen, kreeg de naam van een overgrootmoeder. Zij werd vernoemd naar Dewer van Lingen, de moeder van Remen Hindriks Camminge.

De statistieken:

Waldrik: 6 x

Riemen: 2 x

Martje(n): 6 x

Arent: 1 x

Dievertjen: 1 x

Gezinsstaat Hendrik & Hilje

Hendrik Waldrix, zn. van Waldrick Nantkes en Remen Hindricks Camminge, geb. na 1682, ovl. (hoogstens 85 jaar oud) in 1767, begr. op 14 jul 1767 te Nieuwolda; kerk.huw. (resp. hoogstens 29 en ongeveer 20 jaar oud) op 30 sep 1711 te Nieuwolda

met Hilje Arents, dr. van Arent Egges en Martien Hibels, geb. te Baamsum, ged. op 10 apr 1691 te Termunten, begr. op 6 dec 1765 te Nieuwolda.

Uit dit huwelijk:

1. Waldrik Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 5 nov 1713 te Nieuwolda. Overleden voor november 1721.

2. Riemen Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 28 okt 1714 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 1 jaar oud) voor 24 nov 1715 te Nieuwolda.

3. Riemen Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 24 nov 1715 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 48 jaar oud) voor 17 aug 1764, kerk.huw. (ongeveer 24 jaar oud) op 8 mei 1740 te Nieuwolda met Hilke Menses, ovl. voor 17 aug 1764.

4. Martje Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 25 dec 1716 te Nieuwolda, ovl. (ongeveer 1 jaar oud) in 1718.

5. Martje Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 30 jan 1718 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 1 jaar oud) voor 26 mrt 1719 te Nieuwolda, begr. te Nieuwolda.

6. Martje Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 26 mrt 1719 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 5 jaar oud) voor 3 sep 1724 te Nieuwolda, begr. te Nieuwolda.

7. Arent Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 7 jun 1720 te Nieuwolda, ovl. (minstens 41 jaar oud) na 1765.

8. Waldrik Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 2 nov 1721 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 1 jaar oud) voor 1723 te Nieuwolda.

9. Waldrik Hindriks, ged. op 11 apr 1723 te Wagenborgen, ovl. (hoogstens 3 jaar oud) voor 1727.

10. Martje Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 3 sep 1724 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 1 jaar oud) voor 25 nov 1725 te Nieuwolda, begr. te Nieuwolda.

11. Martje Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 25 nov 1725 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 6 jaar oud) voor 1732 te Nieuwolda.

12. Waldrik Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 22 jun 1727 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 2 jaar oud) voor 1730 te Nieuwolda, begr. te Nieuwolda.

13. Waldrik Hindriks, geb. te Nieuwolda, ged. op 23 jul 1730 te Nieuwolda, ovl. (hoogstens 3 jaar oud) voor 1734 te Nieuwolda, begr. te Nieuwolda.

14. Martjen Hindriks, geb. op 2 nov 1732 te Nieuwolda, ged. op 9 nov 1732 te Nieuwolda,ovl. (hoogstens 75 jaar oud) voor 1808, kerk.huw. (resp. 21 en ongeveer 29 jaar oud) op 27 okt 1754 te Nieuwolda met Udo Wypkes, zn. van Wijpke Martens en Wieke Udens, geb. te Meeden, ged. op 12 aug 1725 te Meeden,, ovl. (hoogstens 82 jaar oud) voor 1808.

15. Waldrik Hindriks, geb. op 1 mrt 1734 te Nieuwolda, ged. op 5 mrt 1734 te Nieuwolda, ovl. (3 maanden oud) op 9 jun 1734 te Nieuwolda.

16. Dievertjen Hindriks, geb. op 5 jun 1735 te Nieuwolda, ged. op 12 jun 1735 te Nieuwolda, ovl. (minstens 37 jaar oud) na 1773, kerk.huw. (28 jaar oud) op 13 nov 1763 te Finsterwolde met Geert Geerts, afkomstig uit Finsterwolde, ovl. na 1773.