Vriescheloo - altied wat te doun

De voetstappen van een aantal van mijn voorouders liggen in Vriescheloo en omstreken. Ik prijs mij gelukkig dat ik bijna jaarlijks een tour de nostalgie kan maken met mijn moeder (81) en haar oom (!). Dit jaar bezochten we onder andere de begraafplaatsen in Winschoten, Blijham en uiteraard Vriescheloo (spreek uit als "Vrieskeloo" of in het Gronings "Vraiskeloo"). Oudoom heeft zijn jeugd in Vriescheloo doorgebracht. Zo kon hij vertellen waar zich een knekelput moet bevinden, die ergens in de dertig jaren van de vorige eeuw is gedolven, toen de begraafplaats werd geruimd. De restanten van die voormalige begraafplaats - achter de 'Witte Schoule" - zullen zich er nog in bevinden. En ja, er werd destijds op het plein gevoetbald met een schedel...

Op de begraafplaats van Vriescheloo stonden we even stil bij het graf van het destijds erg jonge broertje van oudoom. Slechts een jaar jonger dan hijzelf. Het kind is verstoppertje spelend de weg op gerend en aangereden door een motorrijder. Hij was op slag dood. Wat een drama moet dat zijn geweest voor het gezin. Om nog maar te zwijgen van de brute pech, want hoeveel verkeer zal er helemaal zijn geweest, zo voor de oorlog?

Oudoom zit vol verhalen: dat op 10 mei 1940 Duitse soldaten door Vriescheloo marcheerden. Over de bombardementen door geallieerden, die zich jammerlijk vergisten in de Duitse grens en zo per ongeluk Bellingwolde bombardeerden en dat er wonder boven wonder heel weinig slachtoffers vielen. Over een drager die zich na elke begrafenis verkneukelde over de volgende: niet over de te verwachten dode, maar over het zakcentje dat kon worden bijverdiend en de borrel die werd geschonken. Andere tijden!

Het laatste doet me denken aan een krantenartikeltje dat ik onlangs tegenkwam over Vriescheloo. Op 20 januari 1891 zou er een 'jeugdig' meisje worden begraven. Toen de dragers met de kist aankwamen op het kerkhof, bleek het gedolven gat te klein te zijn en kon men de kist niet laten zakken. De haken werden aan de kant gelegd, en op dat moment viel eén van de dragers dood neer. De lijkwagen was inmiddels vertrokken maar werd teruggehaald en de onfortuinlijke man werd er mee naar zijn huis gebracht, een tiental meters van de begraafplaats verwijderd. Het krantenartikel besluit met "De toestand zijner vrouw, die aan het sterfhuis de nodige werkzaamheden verrichtte en haar man goed en wel had zien vertrekken, laat zich beter gevoelen dan beschrijven." En zo is het!

 

-------------

De overleden man moet Jan Engelkens zijn geweest, daglooner, 58 jaar oud, (*19-6-1832 Vriescheloo, + 20-01-1891, Vriescheloo) zoon van Harm Engels Engelkens en Renske Boelems Heijens (landbouwers); echtgenoot van Diewerke Lammerts Kraak (* 17-04-1839 te Noordwolde gem. Bedum, + 01-04-1922 Vriescheloo). Zij hadden zeven kinderen. Diewerke hertrouwde in 1894 met Luitjen Harms Zwaneveld, bakker.

Over het begraven meisje durf ik geen definitieve uitspraak te doen, maar ik vermoed dat het één van deze drie betreft:
⦁     op 19 januari overleed de negenjarige Johanna de Wijk, maar zij zal niet al een dag later begraven zijn.  Zij kan wel als een jeugdig meisje worden beschouwd;
⦁    op 17 januari stierf Geertruida Stroobosch, 17 maanden oud, dochter van Jan Strobosch en Jantje Mansens, dagloners te Vriescheloo;
⦁    op 15 januari overleed Haike Dijkhuis, 20 jaar, dienstmeid, dochter van Willem Dijkhuis en Hilke Kwak. Kan zij dan als een jeugdig meisje worden beschouwd?

Bronnen:
Krantenartikel: De Grondwet, 29-1-1891, via Delpher.nl
Personen: groninger archieven, via allegroningers.nl

28 oktober 2019, copyright Yinnar.nl