Wedde, Protocol van verzegelingen, nr. E1-2, Jan. 1696-1729 Juni
29-5-1705
Geeske Bulters tr. (1) met Riemt Nn, ovl. voor 29 mei 1705. Uit dit huwelijk:
Ockijn Riemts.
tr. (2) met Abel Geerdts, ovl. voor 29 mei 1705 Uit dit huwelijk:
Geerdt Abels.
Conraat (Conraad, Conraedt) Abels.
Jan Abels
Dochter krijgt 600 Caroligulden na overlijden moeder. Erfenis in tweeëen: één deel gelijkelijk tussen de drie broers uit tweede huwelijk; één deel gelijkelijk tussen de vier kinderen uit beide huwelijken.
Wedde – een paar akten
mei 26, 2021
Beetje rommelend in de court records op familysearch, transcriptie, gestart op eerste pagina, to whom it may concern:
Berent Aldringa Joncker en Hovelinck tot Wirdum, Loppersum, Garmerwolde, Tesinghe, ten Buijer, St. Anne, en in Westerdeel Langewoldt , Drost der Heerlijckheid Wedde, Westerwoldinghelandt, Bellinghwolde, Blijham, Pekel A, met diens angehorige Fortressen doet kundt en betuige met desen open verzegelden brief…
⦁ Focko Luitjes en Martjen Meinders cederen de erfenis van Wilt Hindrick Geerts, zoon van Wilt Geert Hindricks en Aelke Aeijlkens; aan Derck Egberts nomine uxoris in Blijham voor twee derde parten, Eltje Jacobs nomine uxoris in Pekel A voor resterende derde part; voor een bedrag van 450,– caroliguldens, 21-1-1696 ⦁ Adde Sijbes, voor zichzelf en met volmacht voor zijn zuster, Bellingwolde draagt over aan Aijte Harrems, een zeker stuk land op de Ham gelegen, zwettend aan Hessen Tonnis ten W; de Aa ten N,; de ontvanger Eeck[esteijn] ten O; en de koper zelf ten Z. Koopsom 800, — caroliguldens 10-4-1696 ⦁ Jan Wessels, Berend Wessels en Frans Franssens, erfgenamen van zal. vader Wessel Berends; ter ener, en de Mstr. Haije Heckmans verkopen behuizinge en grond, beklemd op Heer Clant van Hanckema, benevens de wendakker en de barghakker van Carelsbrugh in waren eigendom alsmede een legerstede op het kerkhof. eerste 350,- betalen in termijnen. 11-8-1695 ⦁ Wijger Hindricks in Pekel A namens hem en zijn erfgenamen draagt over aan Derk Tabingh en Geert Jans Dreuge eveneens in Pekel A, een lot veen aan de zuidkant van de Pekel, met daarop de behuizing zoals Wijger in gebruik heeft, zwetteb: Pieter Jans Schuiringh ten W; en Eltje, de weduwe Wilt Pieters Jacobs ten O; 992 Caroli guldens. De zoon van de verkoper Reinder Wijgers staat borg. 15-1-1696 ⦁ Lijsebeth wed van Berent Berents, en haar zoon Berent Berents verkoopt aan de proviandmeester Johan van [Baten] 21,5 deimt land gelegen in Blijham; zwettend aan Pekel A ten N; Mucke Jans ten O, de scheiding met Lutje Loo ten Z; Lucas Haselhoff ten W. 2050 Caroli guldens 30 juni 1693 ⦁ Pieter Jans en ev Gartje Berents, verkopen een huis in Blijham, aan Feije Herens en desselfs erfgenamen, staande op Tjarcke Luppens nomine uxoris grond; zwettend aan de Blijhamster weg ten O; de versche Dijk ten Z; en Lucas Haselhofs huis ten noordwesten; 340 caroli guldens, 20-7-1694 ⦁ Peter Jans Everts en Gartje Berents hebben een schuld aan Lucas Haselhoff en Eltijn Elzes zijn hv; 150,– boven een verzegeling van 250,– uit 1692 ⦁ Lucas Haselhoff verkoopt aan Hindrik Berents Hovinck een huis en land in Blijhammer Westereinde, Harmen Christiaans B[ei]hausen ten N; Jan Cruijse ten Z, door Gerrit Roelfs meijerwijse gebruikt; 556 Caroli gld; 23-10-1696 ⦁ Jan Mennes en hv Nantje Berents en Jan Hitjes en ev Grietje Eenes verkopen aan hun neef Berent Geerts en zijn hv Lucretia Haselhoff zekere landerijen in Blijham zoals die onder het huis van Berent Geerts in beklemming liggen; Focke Sijbers heerd ten O; Jan Aeijlts ten W; de erfgenamen Loewert Bouckes, ten Z, strekkende van het Zijldiep, veenwaerts; met nog hun deel in de zes akkers zoals de koper gebruikt en ook onder zijn huis beklemd ligt, Mathias Haickes, ten O; Loewert Bouckes erven ten W; en de koper, de heer Richter Dillingh en de scriba Rustebij erven. 630,– 13-11-1696 ⦁ Jan Luickens en desselfs [] …u Engelkes, Jan Willems en Jarcke Meeninghe, voorstanders over Pastor Folkert Besselincks minderjarige dochtertje Imel Beckerincks verkopen aan Boele Doedes desselfs huisvrouw en erfgenamen, twee campies land in Berent Geerts heerd in Blijham, zwettend aan Jan Luijringe ten N; Coene Aeijlkes ten O; Jan Dercks ten Z; Berent Geerts ten W. 300,– Caroli gulden. 22-2-1697 ⦁ Haijo Heckman verkoopt aan d’E Conraedt Abels en diens hv Lucretia Haselhoff een huis op grond van de heer van Clant van Hanckema tot Wedde, benevens de wendakker en barghacker van Carelsbrugh in eigendom benevens de legerstede op het kerkhof , verwijzing naar coopbrief van 11-8-1695. 600,– Caroli Gulden, 22-3-1697 ⦁ Gerrijt Reinders en Grietjen Jans woonachtig in Pekel A, verkopen aan Sjurt Roelefs en Cornelisjen Jans echtelieden in Veendam, zekere plaats, zijnde de 25e plaatse in de Suidtsijt in de Pekel nabuir breedte en swetten gelijk, alles in voegen comparanten van de heer Raetsheer Henrick Fickens Veltman en de luitenant Abraham Coops ingevolge verzegeling dd 13-2-1697. Raetheer Willem van Borck, 1160 Caroli gld. 6-3-1697 ⦁ Mr. Marcus Relotius nomine uxoris met meester Jan Geerts Bloem een stedevaste afcoop wegens de nalatenschap van desselfs overleden dochter Eltjen Jans, Jan Geerts Bloem betaalt aan Relotius 100 Caroli gl.; 16-4-1698
⦁ Convoijmester Evert Scheltes met zijn hv Janna Kenneken, lenen van Edze Harrems en diens hv Eltjen Claessen, 650,– Caroligulden. Ze geven onderpand vier deimt land bij de dreijerij naast t Pastorieland gelegen. 28-4-1697 ⦁ Eltjen Willems, voor haar en haar erfgenamen verkoopt aan Hindrik Jan Cuiper Fennejen Hermans haar plaatse bestaende in de veenbouwte en annexen liggend aan de zuidkant van de Pekel A, zwettend aan haar eigen grond, en Berent Berents Jonge ten NO; Derck Tabing en consorten ten ZW; opwaarts strekkend in het veen, het is voor dezen in gebruik geweest bij wijlen Peter Jacobs. 1050,– Caroli Gld. 1-3-1697 ⦁ Eltje Willems, wed. wijlen Peter Jacobs, ontvangt van haar broer Derck Willems 100 gld op rente. 1-3-1697
Kolham – Watermolen Westerpolder
mei 26, 2021
Aaltje Vos-Steen
Gedurende een aantal jaren ben ik vrijwilliger op molens geweest. Indrukwekkende werktuigen, waarmee vakkundig en voorzichtig moet worden omgegaan. Mijn overgrootvader Broekema was watermulder in Vriescheloo. Zijn kinderen en kleinkinderen mochten niet in de buurt van de wieken en het water komen, daar was hij erg streng in. En dat was natuurlijk niet zonder reden. Door de jaren heen zijn er vreselijke ongelukken gebeurd in of bij molens. Onlangs vond ik dit krantenbericht over Aaltje Vos-Steen uit Kolham. Zij wilde de molenas van de poldermolen smeren, maar heeft de molen waarschijnlijk niet op de vang (rem) gezet. Haar kleding werd gegrepen door de draaiende raderen en zij was vervolgens machteloos.
Bob Poppen heeft haar geschiedenis hierbeschreven. Ik kom tot de conclusie dat het ongeval plaatsvond op de Westerpoldermolen in Kolham. Deze is inmiddels verdwenen. Meer over deze molen in de databaseverdwenen molens.
Drentsch diep – Albert van der Zwier
mei 26, 2021
Het was een zinderende voorjaarsdag. Het water van het Foxholstermeer was kalm en weerspiegelde de zon in de kleine golfjes die door de beweging van de schuit ontstonden. Grote ladingen hooi moest worden vervoerd en eigenlijk was dat niet te doen met deze hitte. Albert was al vanaf het krieken van de dag bezig met laden, vervoeren en lossen van het hooi van de weilanden in de madelanden tussen Kropswolde en Zuidlaren. Albert en zijn vrouw verdienden de kost met hun schip en woonden er ook op. Vandaag was Zwaantje, zijn vrouw, niet mee. Ze had zich voor de dag elders uitbesteed. Dat was maar goed ook, overdacht Albert, want sinds het overlijden van hun jongste kindje Trijntje, afgelopen maart, was ze nog niet weer de oude. Gelukkig had ze wel een beetje afleiding aan hun driejarige handenbindertje Filippus, maar het verlies van een kind was echt wel één van de zwaarste dingen die het leven je te stellen gaf, overdacht Albert.
Hij keek eens om zich heen. Een reiger vloog op om een paar meter verder aan de rand van het Drentsch Diep te landen. Een futenpaar zwom in de richting van het Zuidlaardermeer. Uitgebloeide lisdodden versierden als bossen sigaren tussen het riet de oevers van het diep. Vijf minuten rust, dat moest toch kunnen. Hooi van het land halen en in het schip steken in deze hitte, met al dat droge gras dat aan zijn zweterige huid plakte, dat was flink afzien. Je kon beter aardappels laden, dat was weliswaar zwaar werk, maar de weersomstandigheden waren meestal anders en je had niet dat vreselijke gekriebel van het hooi dat werkelijk in elke plooi van je lichaam terechtkwam en daar ellendig prikte. In de verte zag hij pluimen stoom boven het aardappelstroopfabriekje van Scholtens opstijgen. In de herfst zou hij vast wel weer aardappels voor Scholtens kunnen vervoeren. De komst van fabrikant Scholtens had het dorp Foxhol veranderd. Veel buurtgenoten werkten in plaats van op het land nu in de fabriek. Dát, bedacht Albert, was niets voor hem. Hele dagen of nachten binnen vier muren? Daar moest hij niet aan denken. Hij had het beter getroffen: dankzij de grootvader van zijn vrouw had hij schipper kunnen worden, varend vanuit Foxhol. Daar lag zijn schip in de haven, westelijk van de sluis in Martenshoek, die veel te druk bevaren was. Vanuit Foxhol kon hij zó naar het meer of het Winschoterdiep varen. Een mooie bijkomstigheid was dat onderhoud van zijn schip ook geen probleem was, omdat er bij Foxhol meerdere scheepswerfjes waren.
Terwijl hij, zittend op de walkant een prakje koude aardappels at, keek hij naar het water voor zich. Wat was het mooi helder! Hij gleed er even met zijn hand door. Dat voelde bijzonder fijn, dat water zo over je pols. Het was net of je hele lijf dan iets verkoelde. Hij zag waterplantjes onder water wuiven. Daar zigzagde een paling richting het riet. Wat een mooi gezicht. Hij riep zichzelf tot orde: “Albert, jong, zo komt t wark nooit doan! Vort!”, pakte de hooivork op en stak weer een grote partij hooi in het schip. Na een kwartiertje stevig doorwerken, voelde hij zijn spieren in armen en benen verkrampen, het zweet gustste aan alle kanten van zijn gespierde werkmanslijf. Boven op de hooiberg op het schip strekte hij zijn krampende ledematen. Een mens was niet gemaakt voor dit weer, bedacht hij. En dat water, dat was zo uitnodigend helder en koel. Zou hij het doen, even in het water afkoelen? Hij was een goede zwemmer, hij was jong en de boog kon ook niet altijd gespannen zijn! Hij deed zijn klompen, kiel, broek en sokken uit en liep over de hooiberg naar de achterzijde van het schip. Met een klein aanloopje sprong hij in het water, een flinke plons veroorzakend. Het koele water omsloot hem van top tot teen. Plotsklaps trok er zo’n kramp door zijn lijf, dat hij zich niet meer kon bewegen. Het water omsloot hem. In de verte scheen nog de zon…
stamreeks van Albert van der Zwier, patriarchaal
Generatie VI Albert van der Zwier, geb. op 27 november 1826, trekschippersknecht op 1 april 1851 , arbeider op 13 mei 1853, schipper op 24 juli 1854 , ovl. (27 jaar oud) op 22 juli 1854, erblijf houdende aan boord van zijn vaartuig te Foxhol,(getuigen Mechiel Groenewold, 66, visser, Foxhol, grootvader van de overledene, en Kornelis Woldendorp, 57, winkelier, nabuur van de overledene, akte 25 juli 1854, Hoogezand), tr. (resp. 23 en 22 jaar oud) op 6 juni 1850 te Hoogezand met Zwaantje Groenewold, dr. van Klaas Berends Groenewold en Trijntje Michiels Groenewold, geb. op 17 april 1828 in Hoogezand, schipperse, ovl. (73 jaar oud) op 12 maart 1902 hertrouwd met Geert Pieters Nijman, (1823-1893).
Generatie V Filippus (Philippus, Filippus Jannes) van der Zwier (Swier), geb. op 3 februari 1803 te Oosternieland gem. Uithuizermeeden, ged. op 20 februari 1803 (Philippus) in Oosternieland, schipper, woont Martenshoek huis A. nr 45, nationaal militair op 29 augustus 1825, arbeider op 29 augustus 1825 -1837, woont voor 30 november 1826 Slochteren, woont op 30 november 1826 in Kalkwijk, woont in huis A, 43 in 1828 te Martenshoek, schipper vanaf 1840 Hoogezand, ovl. (56 jaar oud) op 28 oktober 1859 Foxhol, tr. (resp. 26 en 33 jaar oud) op 14 maart 1829 (met wettiging van 3 kinderen) met Marijke Alberts Buringa, dr. van Albert Pieters Buringa en Martje Reinkes Gnodde, geb. op 13 maart 1796 Hoogezand, schipperse, inlandse kramer op 29 augustus 1825 Hoogezand, schippersche op 24 april 1845 te Martenshoek, ovl. (65 jaar oud) op 16 september 1861 leeftijd 64 jaar, geboren te Hoogezand, overleden op 16-09-1861 te Martenshoek gem. Hoogezand. Ze woonden in 1826 (voor het huwelijk) samen in het huis Letter E, getekend 55 Kalkwijk.
Generatie IV Jan Melles, afkomstig uit Oosternieland, ged. op 24 oktober 1773 Oosternieland, dagloner (bron ovl. akte dochter Ebeltje), ovl. (ongeveer 36 jaar oud) op 10 april 1810; [Jan Melles, gewoond hebbende op nr. 6, alhier, nalatende een vrouw en drie minderjarige kinderen, waarvan het oudste uit het eerste huwelijk en de jongsten staande de huidige echt verwacht. 36 en een half jaar oud] kerk.huw. (ongeveer 34 jaar oud) (2) op 15 november 1807 Oosternieland met Trijntje Klasens, geb. ’t Zand, ovl. op 30 november 1845 (Trijntje Melles) Oosternieland, kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 22 jaar oud) (1) op 7 december 1800 te Oosternieland met Trijntje Philippus, dr. van Philippus Harms en Sara Pieters, afkomstig uit Garsthuizen, ged. op 13 september 1778 [een van tweeling] te Garsthuizen, ovl. op 22 februari 1807 [Trijntje Philippus, oud plusminus 26 jaren, gewoond hebbende bij de kerk alhier, no 6, gehuwd geweest aan Jan Melles, Nalatende haar man en 2 minderjarige kinderen, uit één huwelijk] te Oosternieland.
Generatie III Melle Tjarks, afkomstig uit Warffum, ged. op 21 september 1727, woont in 1755-1772 in Stitswerd, daarna in Oosternieland, ovl. (minstens 46 jaar oud) na 1774, kerk.huw. (ongeveer 26 jaar oud) (1) op 9 juni 1754 Stitswerd met Trijnje Pieters, afkomstig uit Middelstum, ovl. voor 22 maart 1772, otr. (2) op 22 maart 1772 Stitswerd attestatie naar Oosternieland, kerk.huw. (ongeveer 44 jaar oud) op 22 maart 1772 te Oosternieland met Geeske Jans, afkomstig uit Oosternieland, tr. (1) met Jan Mennes, ovl. voor 22 maart 1772.
Generatie II Tiark Ebels, geb. Warffum, ged. op 4 april 1690 Warffum, strandvoogd Rottumeroog [gemeld op 13-10-1828 bij overlijden dochter Trijntje], schipper op 21 september 1727 Warffum, kerk.huw. (ongeveer 49 jaar oud) (2) op 5 juli 1739 Warffum met Korneliske Jacobs, afkomstig uit Warffum, kerk.huw. (ongeveer 34 jaar oud) (1) op 21 januari 1725 Warffum met Jantjen Pieters, dr. van Pieter Nn, afkomstig uit Warffum.
Generatie I Eebel Ockes, afkomstig uit Uithuizermeeden, woont op Zeewijk op 4 april 1690 in Warffum, ovl. circa 1693, otr. op 23 december 1677 in Uithuizermeeden, kerk.huw. op 13 januari 1678 te Warffum met Grietien (Greetjen) (Greetjen) Hindriks, afkomstig uit Usquert, kerk.huw. (ongeveer 24 jaar oud) (1) op 30 oktober 1670 met Geert Alberts (Nolleman), schiller [schelpenvisser], ovl. voor 23 december 1677, kerk.huw. (ongeveer 47 jaar oud) (3) op 23 april 1693 Warffum met Jan Lues, afkomstig uit Warffum.
Anno 1661 den 24 januari is na Gods instettingen een christelijk houwelick beraemt, gedediget en besloten tuschen den E. Edzo Udens, sone van wijlen Udo Menses ende Bauwe in haar echte stant procreeert, bruijdegom ter eener, Ende de duegetsame dochter Weje Udens, wijlen Udo Nantkens ende Sijben gewesen echtelieden echte dochter, bruijdt ter ander zijde, waer van de hylxvoorwaerden alhier zijn overeengekomen. Inden eersten wordt belooft van des bruijdegoms zijdt dat hij alle goederen so hem weder angeerft zijn en in compstig anerven moghen an en tot sijn bruijdt in te brengen sal de welcke na erfscheijdinge met sijn medeerven sullen begroot ofte prijseert worden ende alsdan op de rugge van de hylxbrief geteikent ende na behoor underteickent worden. Hijrtegens wordt belooft van de bruijdtszijdt dat sij oock de goederen so her weder angeerft zijn gerekent op duisen [slechte] dalers en een bedde met seselven toebehoer boven haer part landes in de Buirmanse heerdt ende gedurende dese echtestand anerven moghen, an en tot haer bruidegom in te brengen. Wijders is accordeert dat winst en verlies staander echte sal gemien zijn sulksschulde sulcks bate. De goederen helfte sullen blijven ofte bij versterf van eender erven en person an de zijdt en linie daer se heer gecomen zijn. Exempt dusend slaegte dalere van de bruidts zijdt ende duisent rijxdaelr van de bruijdegoms zijdt de welcke t samen als in een pot gesmeten gemien zullen zijn ende halff en halff gedielt worden,. Indien sonen ende dochteren van haer procreeert werden, sal niet de sone met twe handen ende de dochter met een hant toetasten na olderdampster landtreght: maar tegens landrecht gelijcke sibbe zijn tot vader en moederlijcke goederen t sampt alle andere erfenissen Belangende lijfgave heeft de bruijdegom de bruijdt begiftigd met honder rijxdaler en daertegens de bruidt haeren bruijdegom mit hondert slichte dalers in cas so geen lijffs erven nablijven ofte nablijvende comen te versterven. beijder zijdts haer ofte sijn leevent lanck na laaster doot sal dese lijffgave erven an de sijdt daeroff se gecomen is. Aldus beraemt ende overeen gekomen in bijwesent van vrinden van de bruijdegoms zijn oom ende voormondt, de E. Tiddo Eppens ende de E. Eltio Eppes, sibbe vooget itim de E Tiacko Tiddes, vreembde vooget, nevens sijn broeder Eppo Udens en neef Frerick Eltiens. Van de bruijdts zijdt haar L. moeder Sijben Sijbels en broeder Menso Udens ende swageren Egbart Jans, Tiarck Edzes en Jan Bonnens itim Bouwo Nanktens, oom Oorkunde onderteickeninge actum in t supra, in kennis van getugen hijronder geschreven, Diurcko Ouwes en Reewen Aipkens.
Sijben Sijbels Menso Udens Egbert Jans Tijarck … Jan Bonnens Bouwo Nantkens
Rewen Aijpkens Duircko Ouwes
Scheidingsbrief wijlen Menso Ude(n)s
mei 26, 2021
Verzegelingen Meeden, 6 maart 1635
Transcriptie
Hommo Wigboldi, Pastor, Ouwo Rinnolts, kerckvooget op de Meeden. Doen kundt en betuighen dat in persoon erschenen en gekomen, die Erbare Udo Nantkens, in qualitaet als voormundt, Haicko Gerardi, sibbe, Tiarck Tiarcks, mede kerkvooget, als vreemde vooghden tot en over wijlandt Menso Udens dochter Sijben Menses, neffens die Erbare Udo Mensens, soone van Menso Udens en Ide en die Erb. Aijoldt Luppens en Murcke sijn huisfrouw; bestonden en behouden voor haer, ende haeren pupill ’t sampt der selve arfhe een stede laste onwederroeplijke en eeuwigdurende arfscheidinge gemaket en t samen ingegaen van alle en alinge goederen [replijke] roeplijke, onroeplijke alse haer overleden vader Menso Udens op sijn sterfdagh heeft naegelaten, en op haer drie kinder verarvet.
In den ersten sal Udo Menses voor sijn part genieten en arflijken possideren, vijff ackeren in t wester einde van de Meeden geleghen, Eltie Wier genoemt, hebbende Bene Janssens ten oosten, in de selve heerdt tot naesten swette Eltie Fockes als meijer ten westen, de neije wateringe ten Noorden, streckende ten suiden in t vehn nabuir landen gelijk. Met nog drie ackeren in d’ooster heerdt onverscheiden in de selve heerd; van welcke heerdt Harcko Aijelkes ten oosten binnen de wegh naest beswettet, buten de wegh Johan Wever, Olde Hindricks Campe, Eggo Tiapkens, Geerdt Hendricks, Eede Jans, ten Westen Matthias Haijens arfhe ten noorden an de sijpe gaerwijs uutlopende, ten suiden streckende in t veen nabuir landen gelijk. Noch ook ten derden de gerechte helfte van haer kinder landt op het sovenwoldt geleghen, waervan het kerckenlandt in de Eext ten oosten, de wegh ten westen naest an beswettet streckende ten Noorden en Haijcko Gerardi en Ide kampe itim de olde Ehe en Tiapko Poppens, Eedoch hebbende over de olde dijck Haicko en Ide campe ten oosten en Tiapko en Waldrik Poppens ten westen tot naeste swetten lopende ten suden ande sovenwolster dwarss wegh. Dese helfte sal Udo Mensens genieten en beholden an de oostzijdt van dit landt met allen der selver bovengenoembder landen eigendoom vrij en gerechticheiden item ook lasten en swaricheiden daerop vallende in d’arf. Dese percsilen alle sal Udo Mensens genieten vrij van behuijsinge. Hijrtegen sullen Aijoldt Luppes en Murcke voor Murcken part genieten en arflijken beholden tom eersten de huisheerdt, daerop Aijoldt en Murcke woenen, groot sijnde vijff ackerenn te weten vier acker eighen landt en een acker kercken landt, hebbende Richte Jans arfhe ten oosten, Hicko Hannes als provincie meijer ten westen strekkende tot naeste swetten, strekkende ten noorden an de Ehe, ten suiden in t vehn nabuir swetten gelijk. Noch ten anderen de gerechte vierde part van haer kinder landt boven gelimiteert op het sovenwoldt geleghen wel te verstaen de westerse zijdt van dit landt. Met noch ten derden Olde Hindriks kampe, groot ongeveer twe deimten en een verendeel, Udo en Sijben met haer ooster heerdt ten westen, Eggo Tiapkens ten oosten ende ten noorden Johan Wever, ten suiden naest an beswettet. [F/kantlijn: dese kampe voor de behuisinge so Aijolt en Murcke tot haer lust holden], Wijders sal Sijben voor haer part ook genieten ende arflijken possideren ten eersten vier ackeren in de ooster heerdt daervan de swetten boven genoemt onverscheiden in deze heertdt geleghen acker, acker gelijk [toe]rekent; met noch ten anderen de gerechte vierde part van het sovenwoldt so boven verbepalet staet, te weten int midden haer part tussen haer broeder en suster genietende, dese percsielen sal ook Sijben genieten vrij van behusinge unde so voortsz. Een iegelijk sijn toegedeelde landt met allen eigendoom vrij ende gewechticheiden itim ook lasten ende swaricheiden op de landen vallende, possiderende en gebruikende. Bovendien beholden de beide susters Murcke en Sijben in de mande twe kampen, d’ene geleghen an de olde wegh, Ouwo Rinnoldts ten oosten ende ten noorden de olde wegh; ten suiden de pastorije [gare], ten westen met haer laene ofte uutdrift naest beswetten, d’ander geleghen in Remene Frerijks [Eeblincken] so sie van Harmen Jacobs en Harmen Hindriks heeft gekoft midden in geleghen, lopende met het suder einde an de wateringe en met het noorder einde an een dwarssloot, groot ongeveer drieverendeel deimts. Noch ook de gerechte helfte van het vehn op [k/h]olde Munneken geleghen, so haer zal. vader op haer verarvet heeft, groot dese helfte twe ackeren na luid der koopbrief daer af sijnde, dese parten ook met haer eighendoom vrij en gerechtinheden itim lasten en swarincheiden daerop vallende, eedoch vrij van behuijsinge. Toe desen sullen ook de susters genieten en beholden twe ackeren vehn bij Winschoot geleghen uutgegraven veen en bouwte, onverscheiden in vier acker geleghen. De meente tot Winschoot ten oosten, ten westen de Munnekesloot, ten Noorden Haicko Eggerijcks, ten suden Haicko en Ide. Dit ook in qualiteet als vooren, eedoch beklemt onder het huir daerop staende. Comende tot de obligatie: sint twee obligatien bij Haicko Gerardi en Ide belopende t samen hondert vijftig daler principael, waarvan Sijben twedeelen te weten hondert daler en Murcke een deel vijftich daler sal genieten. Noch twe obligatien bij Aijolt Luppens waeraf ook Sijben twe delen en Murcke de derde deel sal genieten [F/kantlijn: omreden Murcke te vooren hyrtegens so Vele der genoten hadde ] Noch een versegelde rentebrief bij Tammo Tyddinga, sprekende van 50 daler principael, welcke de beide susters sullen gelijk deelen. Hijrmede sint dan opgenoembde vrinden, curatoren, broeder en susters vreedlijk geschiet en gesloten van weghen de bovengenoemde arfnisse van haer overleden vader Menso Udens op haar kinderen verarvet.
Beloven daerom contragenten opgenoemt geen [actie], anspraeck ofte questie weghen dese arfnisse op ofte tegens malkanderen te solden moveren ofte moveren laten. Sonder arge list belijt tot versegelinge in kennisse van getughen alse die Erb. Geert Hindriks, en Ulcko Ulckens. Oorkunde ondertekening gescheet den 6 maart 1635
Udo Nanckens Haeijcko Gerardij Tyarck Tyarcks Sijben Menses Udo Menses Aeijelt Luppens Murcke Aeijelts
Bij de transcriptie van bovenstaande akte worstelde ik met name met de aanduiding van een gebied dat ik later kon onderscheiden als sovenwoldt. Deze aanduiding kwam ik nergens in boeken over Meeden of in zoekmachines tegen.
Lang leve internet en dan met name twee twitteraars: @Gelkinghe kwam met de verklaring zeven en woud en @JanetBosmaH stuurde een link naar landschapsgeschiedenis en wees op de oude benaming van Duurswold: Zevenwolden. Daarmee werd zoeken een eitje.
In de atlas van Kuiper 1867 staat de Zevenwolsterweg vermeld: past precies bij de aanduiding in de acte. De weg bestaat nog steeds: de Zevenwoldsterweg.
Huwelijkscontract Hitio Themmes x Geeske Tiddes
mei 26, 2021
Verzegelingen Winschoten, 6 maart 1649
Is na Goodes ordeninge een Christlijcken ehespant beramet, gededinget ende beslooten tusschen den E. Hitio Themmes, Temmo Cornelijs en Z.(zaliger #pt) Haijcke gewesen eheluiden ehelijcke soon, bruijdegom, eenes; beneffens de deugetsame Geeske Tiddes, Tidde Gerhardï en Z.Anne gewesen eheluiden, ehelijcke dogter, bruijdt, anderdeels, somet der antwesende vrunden raedt in forma nabeschreven.
In den eersten zijn hijlixvoorwaarden, dat de Vader Temmo Cornellijs belooft ende sich verplichtet sijn soon tot een [boedel] mede te confererten een summa van duijsent Car. Gl. den gulden tot twinting [sp strat].den stuijv. tot acht pl. geestimeert, heerckomende dit goedt uit kracht van moederlijcke arfnis te betalen op twie Meijtijden, de gerechte helfte op eerstkompstigen Meij, de andere resteerende helfte op Meij 1650. Daertegens verbindet sich de Vader Tiddo Gerhardi sijn dochter Geeske tot een bruijdtschat mede te dielen een summa van penningh, als namentl. twie duijsent vijfhondert Car. Gl. den Gulden van valoir als boovengeneomt, sulx insgelijx op voorgedachte Meijtijden, in gelijcke termijnen als booven genoemt is, te voldoen en erleggen, sullende mede de dogter voorschr. behoorlijcken ende eerlijcken werden gekleet, en met een bedde ende sijn toebehoorn voorsien; wesende dese bruijdtsgave [pvisioneelijck] het moederlijck goedt, met vorbeding dat soo de andere kinderen haren vader meerder afpersten, sullen dese jonge eheluijden hetselve voordiel noch hebben te genieten en na laesten doet van vader. Hiermede verklaren de vrunde ten beide sijden tevredelijk en genoetachtigh zijn.
Ten twieden is verwillekeurt dat t gene dese eeheluijden staender Echte muchten winnen ofte verliesen, sal sulx tot gemeenen proffijt ofte schade strecken.
Ten Darden, indien Godt dese eheluijden mede sijn segen-rijcken genade met zijnen vruchten werdt begaven, sullen soons en dochteren tot des vaders en moeders goedt ende worden alle arff en verstarff gelijkce sibbe zijn, in voegen dat een dochter soo veel sal hebben te genieten als een soon, ditselvige tegens landtrechte.
Entelijcken is lijfstuchts wijse ingewilliget, dat soo de Eheman voor sijn Ehevrouw aflijvich wordt, geen lijves arven nalatende, begiftiget hij haer tijde des levents met vijfhunder Car. Gl. en vice versa, sal hij uit haer nalatenschap participeren [kantlijn:} gelijcke Vijffhundert Car. gl. van paijmenten bovenges. te verstaen beijde haer levent-lanck, als daer geen lichamelijcke vruchten nablijven. Andersins krachteloos, en na laetster doot, sal dese lijfsgave, als oock angebrachte en angearfde goederen wederom devolveeren andie sijdt daerheer sij oorspronckelijkcken gekoomen zijn.
Oorkonde bruijdegoms en bruidt sampt bruids en getuigens handen Actum den 16. Martij Anno 1649
Dit aldus verwillekeurt, ingegaen en beslooten met kennes en advijs van nabeschreven vrundden,
an sijde des bruijdegoms: De E. Temmo Cornellijks, vader de Eerentf. Welgel. Phebo Temmes, Redger De E. Sicco Harmens, en De E Hebbel Eggens, swageren.
An sijde van de Bruijdt De E. Tiddo Gerhardi, vader De E. Haijco Gerhardi, Ohm De E. Haijco Tiddes, Broeder en De E. Hillebrand Boels neve
bij getuigen De E. Eltjo Popkes De E. Welgel. Pompejus Oomkes.
Hanno (Hanne Jurjens) Jurriens, woont in 1696 Nieuw-Beerta, ovl. tussen 18 mei 1716 en 19 mei 1716 Nieuw-Beerta kerk.huw. (1) op 28 jul 1667 Nieuw-Beerta met Wendel Harrems. Uit dit huwelijk:
Trijnje Hannes, ged. op 21 nov 1669 Nieuw-Beerta.
.remke Jurriens, ged. op 1 jun 1671 Nieuw-Beerta {Harremke wellicht}.
kerk.huw. (2) op 6 sep 1674 Beerta met Bettie Jans. Uit dit huwelijk:
Trijnje Hannes, ged. op 27 feb 1676 Nieuw-Beerta.
Martjen Hannes, ged. op 30 aug 1677 Nieuw-Beerta.
Wendel Hannes, ged. op 28 mei 1678 Nieuw-Beerta (aanname, doopnaam niet te lezen)
Jurjen Hannes, ged. op 23 mei 1681 Nieuw-Beerta.
kerk.huw. (3) op 15 feb 1685 Nieuw-Beerta met Hilke Andries. Uit dit huwelijk:
Jurjen Hannes, geb. op 26 jan 1686 Nieuw-Beerta, ged. op 30 okt 1686 Nieuw-Beerta, begr. op 24 jul 1702 Nieuw-Beerta.
Andries Hannes, ged. op 24 okt 1687 Nieuw-Beerta, ovl. (hoogstens 37 jaar oud) voor 1725.
Ha.. Hannes, ged. op 21 dec 1689 Nieuw-Beerta.
Trijntje Hannes, begr. op 23 apr 1691 Nieuw-Beerta.
Heebe Hannes, ged. op 4 jul 1692 Nieuw-Beerta, begr. op 14 aug 1692 Nieuw-Beerta.
Trijntje Hannes, ged. op 4 jul 1692 Nieuw-Beerta, begr. op 11 jan 1693 Nieuw-Beerta.
Heebe Hannes, geb. Nieuw-Beerta, ged. op 10 dec 1693 Nieuw-Beerta, begr. op 3 jul 1696 Nieuw-Beerta.
Edske Hannes, geb. tussen apr 1696 en jun 1696 Nieuw-Beerta, ged. Nieuw-Beerta, ovl. (hoogstens 48 jaar oud) circa 1745.
Heebe Hannes, ged. op 16 apr 1699 Nieuw-Beerta.
Nn Hannes, ged. op 15 apr 1702 Nieuw-Beerta.
Henje Jurriens Hoppe – geen zoon van Hans Valentijn Hop
mei 26, 2021
In meerdere genealogien op het internet is mijn voorouder Henje Jurriens Hoppe (alias Hanno Jurriens) vermeld als zoon van Hans Valentijn Hop en Jitze Hendriks. Ik ben niet overtuigd van deze relatie, integendeel: er bestaat mijn insziens geen familieband tussen Henje Jurriens Hoppe en Valentijn Hans Hop.
Mijn zoektocht naar Henje begon bij zijn zoon, mijn voorouder Jurrien Hannes (Han nijs), in 1785 getrouwd met Hindriktje (Hindertje) Edzes Blokje. Jurrien was eerder gehuwd met Maria Wessels en zijn oudste zoon uit dat huwelijk kreeg de naam Hanne. Ik zocht derhalve naar een grootvader Hanne, Hanno, Hannes of Johannes. Ik kwam er echter niet uit. De enige die wat betreft naam en plaats in aanmerking kwam, was inderdaad Valentijn Hans Hop, maar de vernoemingen van Jurriens kinderen kwamen daarmee helemaal niet overeen.
Wat wèl klopt: het echtpaar Hans Valentijn Hop en Jitze Hendriks had inderdaad een zoon Hanno Jurrien, gedoopt op 18 oktober 1716 te Beerta, overleden (minstens 28 jaar oud) na 1745. Voor wat betreft leeftijd en tijdsspanne zou het kunnen. Ik denk echter dat deze zoon naar een andere Hanno Jurriens is vernoemd. Voor 1716 was er een echtpaar Hanno Jurriens en Hilke Andries in de Beersterhamrik (Nieuw-Beerta), waarvan ik inmiddels heb onderzocht of er een link zou kunnen zijn. Dit echtpaar had plaatselijk aanzien en was redelijk vermogend, zo blijkt uit de vele verzegelingen in o.a. de boedelbeschrijving, die werd opgemaakt door de voogden bij het overlijden van deze Hanno Jurriens. Ik vermoed dat Valentijn Hans Hop zijn zoon naar deze Hanno Jurrien heeft vernoemd, hetzij omdat hij gerelateerd was ofwel omdat deze financiële ondersteuning heeft geboden.
Terug naar Henje Jurriens Hoppe. Een huwelijkscontract in Woldendorp zette me op een ander spoor. Op 17 juni 1803 maakte Hindrik Engelkens, de zoon van Engelke Hindriks en Maria Hannes, een contract op met zijn toekomstige bruid Etje Willems. Mijn voorouders Jurjen Hannes en Hindrikje Edzes waren daarbij als zijn oom en tante aanwezig, evenals zijn tante Anna Hannes en haar man Harm Jurjens. Aan de hand van deze drie genoemde siblings kon ik gerichter zoeken, helemaal omdat ik de overlijdensdata (met leeftijden) van Jurjen en Anna Hannes vond. Een paar simpele rekensommetjes brachten me naar het echtpaar Henje Jurriens Hoppe en Harmke Jacobs. Zij trouwden op 13 november 1740 in Beerta. De familienaam Hoppe is slechts éen keer vermeld en wel bij het huwelijk. Als het echtpaar haar kinderen laat dopen is er vijf keer consequent Henje Jurriens, zonder toevoeging, vermeld. Als Harmke Jacobs in 1755 als lidmaat wordt aangenomen wordt ze vermeld als echtgenote van Henje Jurriens (obiit). Harmke is mogelijk een dochter van Jacob Boeles en Trijntje Harmens, gedoopt op 18 november 1714 in Blijham.
Spijtig genoeg vind ik geen ouders van Henje. Soms is het niet anders.
Het echtpaar krijgt vijf kinderen:
Trijntje (Trientje) Henjes (Hannes), geb. op 26 okt 1741, ged. op 27 okt 1741 Beerta, ovl. (85 jaar oud) op 22 feb 1827 Beerta, kerk.huw. (28 jaar oud) (1) op 27 mei 1770 Beerta Wiertje Hommes, ovl. voor 1783, kerk.huw. (41 jaar oud) (2) op 16 feb 1783 Beerta Harm Jurjens.
Jurrien Hannes, ged. op 2 feb 1744 Beerta, landgebruiker, ovl. (64 jaar oud) Geefsweer, begr. op 17 okt 1808 Farmsum, kerk.huw. (beiden ongeveer 34 jaar oud) (1) op 9 aug 1778 te Nieuwolda met Maria Wessels, ged. op 12 jul 1744 Finsterwolde, ovl. (hoogstens 40 jaar oud) voor 1785, otr. (2) op 19 dec 1784 Beerta, kerk.huw. (resp. ongeveer 40 en ongeveer 22 jaar oud) op 12 jan 1785 Woldendorp Hindriktje Edzes Blokje, ged. op 12 mrt 1762 Beerta, landbouwersche, ovl. (ongeveer 72 jaar oud) op 19 dec 1834 Oterdum.
Maria (Marijke) Hannes (Henjes, Hannijs), ged. op 26 jul 1747 Beerta, arbeidersche, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) op 28 mei 1817 te Beerta, kerk.huw. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 29 jaar oud) op 15 mei 1769 in Beerta met Engelke Hendriks Timmer, geb. circa 1740 in Blijham, ovl. (ongeveer 89 jaar oud) op 27 dec 1829 Beerta. Op 3 maart 1788 wordt te Beerta als lidmaat aangenomen Marieke Henjes.
Jacob Henjes, ged. op 1 feb 1750 Beerta.
Anna Henjes Hannes, ged. op 16 mrt 1753 Beerta, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) op 10 jan 1823 te Beerta, kerk.huw. (ongeveer 26 jaar oud) op 25 apr 1779 in Beerta met Hindrik Harms.
In de rechterlijke archieven kom ik het echtpaar een paar keer tegen. Zo kopen ze als Henje (Hanno) Jurriens en Harmke Jacobs op 2 mei 1741 een woning van Haijo Meinders in Beerta, en in 1742 lenen Henje Jurriens en Harmke Jacobs 200,- gulden.
Als Henje Jurriens de zoon van Hans Valentijn Hop zou zijn geweest, dan waren Hans Valentijn en Jitske ongetwijfeld vernoemd. Ook zouden er dan sporen in de rechterlijke archieven te vinden moeten zijn. Die zijn er niet, dat wil zeggen: er zijn wel sporen van de mensen afzonderlijk, maar niet in combinatie.
Op internet wordt Hans Valentijn Hop als zoon van Hanno Jurriens en Hilke Andries geplaatst. Ook dat betwijfel ik. Hans en Jitske Hendriks komen vanuit den Haag naar Beerta. Ze krijgen vijf kinderen. In geen van de tot nu toe gevonden acten in de rechterlijke archieven heb ik bewijs daartoe gevonden.
André Oudman suggereerde via een opmerking onder dit blog een mogelijk ouderpaar. Hindrik Jurriens en Maria Jans laten op 9 oktober 1698 een zoon Jurrien dopen. Op basis van vernoeming en vwb tijdpad kunnen ze in aanmerking komen als mogelijke ouders van Henje Jurriens. Maar Henje Jurriens zou dan Henje Hindriks moeten zijn geweest, tenzij hij voluit naar zijn vader is vernoemd (komt sporadisch wel voor). Ook is het mogelijk dat de hier genoemde zoon Jurrien de vader van Henje is. Helaas heb ik geen doop gevonden en ook geen andere primaire bron. Het blijft daarom bij een mogelijkheid.
De familie- of bijnaam Hoppe wordt in 1740 één keer gebruikt. Pas in 1813 wordt de naam Hop als familienaam aangenomen door de nazaten van zoon Jurjen Hannes. Tussen 1740 en 1775 is de schrijfwijze van de voornaam Henje, daarna komen er wijzigingen. Ook Henje blijft in gebruik, in 1853 voor het laatst. 1775 Hannijs, in 1860 voor het laatst 1778 Hanne, Hanno, Hannes, met name voor zoon Jurjen consequent
1740 Henje Jurriens Hoppe T 1741 Henje Jurriens D Trijntje Henjes 1744 Henje Jurriens D Jurrien Henjes 1747 Henje Jurriens D Maria Henjes 1750 Henje Jurriens D Jacob Henjes 1753 Henje Jurriens D Anna Henjes 1769 Maria Henjes 1770 Trijntje Henjes T 1770 Maria Henjes 1771 Trijntje Henjes 1773 Marieke Henjes 1774 Trijntjen Henjes 1775 Marijke Hannijs 1777 Trijntje Henjes 1778 Marijke Henjes 1778 Jurjen Hannes 1779 Anna Henjes br – Henje Jurjens v- Marijke Henjes z – Trijntje Henjes z 1780 Anna Henjes 1781 Marijke Hannijs 1783 Henje Jurjens 1783 Trijntje Henjes 1783 Anna Henjes 1783 Marijke Henjes 1784 Jurjen Hannijs – T 1785 Anna Hannijs 1785 Jurjen Hannes 1787 Jurjen Hannes 1788 Jurjen Hannes 1787 Maria Hannijs 1790 Marieke Hannijs 1790 Jurjen Hannes 1792 Jurjen Hannes 1793 Anna Henjes 1794 Jurjen Hannes 1796 Jurjen Hannes 1797 Trijntje Hannes 1798 Jurjen Hannes 1800 Jurjen Hannes 1802 Jurjen Hannes 1808 Jurjen Hannes O. 1813 Anna Hannijs 1813 Jurjen Hannes – zoon Edse Jurjens Hop 1817 Marijke Henjes O. 1820 Jurjen Hannes – dochter Trijntje Jurjens Hop 1823 Anna Hannes O. 1825 Jurrien Hannes – dochter Zwaantje Jurriens Hop 1827 Trientje Hannes 1830 Jurrien Hannes 1831 Jurrien Hannes 1832 Jurrien Hannes 1834 Jurrien Hannes Hop 1853 Anna Henjes 1854 Maria Hannijs 1860 Anna Hannijs
De drie dochters Trijntje, Maria en Anna gebruiken geen familienaam.
Zoon Jurjen Henjes is overleden in 1808, zijn kinderen nemen de familienamen van Dijk en Hop aan.
Jurrien Hannes oudste zoon uit eerste huwelijk met Maria Wessels: Hanno Jurjens van Dijk: kleinzoon Jurjen Hannes van Dijk
Jurrien Hannes oudste zoon uit tweede huwelijk met Hindrikje Edzers: Edze Jurriens Hop; kleinzoon Jurjen Edzes Hop
Jurrien Hannes oudste dochter uit tweede huwelijk: Boelke Jurjens Hop (gebruikt familenaam voor het eerst in 1818)
Jurjen Hannes tweede zoon uit tweede huwelijk: Boele Jurjens Hop, kleinzoon Okke Boelens Hop.
Personen in boedelbeschrijving Hanno Jurriens 1716 – Nieuw Beerta
mei 26, 2021
De boedelbeschrijving van de bezittingen van Hanno Jurriens in Nieuw-Beerta is een bron van informatie, doordat een aantal verzegelingen met naam en datum beschreven werd. De eerste tabel is op chronologische volgorde, in de twee op alfabetische volgorde van voornamen.