Kinderlijkje in Winschoterdiep, Sappemeer

Albertje van Meurs, geb. Kuiper

In oktober 1895 gonsde het in Sappemeer van akelige geruchten. Er zou een kindermoord zijn gepleegd: een weduwe van 41 jaar werd door justitie verdacht van een heimelijke bevalling en het laten verdwijnen van haar pasgeboren baby. Eén van de verhalen was dat ze haar kind voor de varkens van een buurman zou hebben geworpen en volgens een ander verhaal zou ze het kind in het Winschoterdiep hebben gegooid. De verdenking was zo groot, dat zij werd verhoord door de rechter-commissaris in Winschoten. Zij bekende en belandde vervolgens in het Winschoter Huis van Bewaring. Volgens haar verklaring was zij heimelijk bevallen van het kind, had het de armen en benen afgesneden, in een schort gewikkeld en in het kanaal geworpen. Op last van justitie werd er gedregd in het Winschoterdiep. Zonder gevolg: er werd niets gevonden en de verdachte werd teruggevoerd naar haar Winschoter cel.
Op vier november werd ze samen met een comité van justitie en politie teruggebracht naar Sappemeer: ze moest aanwijzen waar ze haar kind had laten verdwijnen. Men ging er op dat moment volledig vanuit dat haar kind door haar vermoord, vervolgens verminkt en in het water geworpen was. Ze werd ter plekke geconfronteerd met getuigen maar bleef halstarrig ontkennen. De situatie had heel wat bekijks en, voegt de journalist toe, haar eigen kinderen wendden zich van haar af. Die kinderen, acht maar liefst, waren in het werkhuis beland. De oudste was 18 jaar.
Toen een maand later, in december 1895 in Sappemeer een gruwelijke vondst werd gedaan, bleken de verhalen toch goeddeels op waarheid te berusten. Uit het Winschoterdiep werd door een scheepsjager een kinderarmpje opgevist. En later in de week kwam er nog een kinderbeentje bovendrijven. Daarmee leek de zaak rond. Of toch niet?
Op 16 januari 1896 meldt de Assercourant dat de vrouwelijke verdachte in vrijheid was gesteld. Want, hoewel ze op enig moment een complete bekentenis had gedaan, hield ze bij hoog en bij laag vol het kind niet te hebben vermoord. Uiteindelijk bleek de moord, ondanks haar eerdere volledige bekentenis niet te bewijzen en werd ze dus niet vervolgd voor moord. Wel moest ze terecht staan voor het ‘verbergen van een lijk met het oogmerk de geboorte te verhelen”, en ze werd daarvoor veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf.

Mijn verhalen hebben vaak een kleine aanleiding. Ik vind een advertentie of een krantenbericht, hoor een overlevering of iets dergelijks. In dit geval was het een klein krantenberichtje. Al speurende rees er uit de berichten een beeld op van een monsterachtige daad, maar ook van grote wanhoop. Hoe komt iemand tot zijn daden? Het antwoord ligt in de geschiedenis besloten. Het enige wat ik kan doen is een lichtje schijnen op de dader, en haar omstandigheden engiszins toelichten: in het jaar 1893 blijft een vrouw op haar 41e jaar alleen achter met acht kinderen, na 23 jaar huwelijk. Haar echtgenoot, Frederik van Meurs, was al die tijd zaagmuldersknecht in Sappemeer, maar in het jaar van zijn dood was hij houtkopersknecht. Het zal in dit gezin geen vetpot zijn geweest. En met het wegvallen van de man, vader en kostwinner moet de situatie moeilijk zijn geweest voor Albertje Kuiper, want dat is wie de vrouw was. Er was geen liefdadigheid, het waren barre tijden. Albertje verdiende na het overlijden van haar man de kost als ventster. Was dat niet genoeg om de hongerige monden van haar acht kinderen te voeden? Dacht ze dat ze een nieuwe liefde had gevonden? Feit is dat ze twee jaar na het overlijden van haar man zwanger raakte, en zich gedwongen zag heel slechte besluiten te nemen. Kwamen de kinderen na haar terugkeer uit korte gevangenschap bij haar terug? Dat antwoord kan ik (nog) niet geven. Zo ja, dan toch niet voor lang. Albertje overleed twee jaar na haar vrijlating, in 1898. De kinderen zullen in dat geval wederom in het werkhuis zijn terechtgekomen. En het leed van de kinderen van Meurs was nog immer niet geleden: door een wrange speling van het lot werd op 3 juli 1911 Elso van Meurs dood uit het Winschoterdiep, ter hoogte van het Foxholsterbosch, gehaald. Hij was de dag er voor naar de Foxholster kermis geweest. Hij was nog maar 20 jaar. Een jaar daarvoor deed de vader van het werkhuis aangifte van het overlijden van Elso’s eveneens 20-jarige broer Frederik. Uit de overlijdensadvertentie in 1919 van Jan Meurs, de oudste zoon en broer, blijkt dat de rest van het gezin elkaar niet uit het oog verloren is. Ik hoop voor ze dat ze hun moeder hebben kunnen vergeven en een goed leven hebben gehad.

Gezinsblad van Albertje Kuiper
Albertje Kuiper, geb. op 30 jul 1854, Veendam, Beneden Verlaat, ovl. (43 jaar oud) op 4 mei 1898 Sappemeer, [getuige: Kornelis Procé, 36, rijksveldwachter, Hendrik Hollé, 31, gemeenteveldwachter, beide woonachtig in Sappemeer] tr. (resp. 23 en ongeveer 24 jaar oud) op 22 jun 1878 Sappemeer Frederik van Meurs, geb. op 06-10-1853, Sappemeer, zaagmuldersknecht tussen 22 jun 1878 en 30 aug 1892 Sappemeer, houtkopersknecht op 8 feb 1893 Sappemeer, ovl. (ongeveer 39 jaar oud) op 8 feb 1893 Sappemeer.
Uit dit huwelijk:

  1. Jan van Meurs, geb. op 29 sep 1878 Sappemeer, ovl. (40 jaar oud) op 11 aug 1919 Groningen.
  2. Fokko van Meurs, geb. op 26 apr 1880 Sappemeer, ovl. (60 jaar oud) op 23 aug 1940 Bocholtz.
  3. Wicher van Meurs, geb. op 26 feb 1882 Sappemeer, ovl. (82 jaar oud) op 10 mei 1964 Hoogezand‑ Sappemeer.
  4. Rotgert van Meurs, geb. op 22 jul 1883 Sappemeer, ovl. (3 maanden oud) op 28 okt 1883 Sappemeer.
  5. Klaas van Meurs, geb. op 18 sep 1884 Sappemeer, ovl. (1 jaar oud) op 4 sep 1886 Sappemeer.
  6. Roelfien van Meurs, geb. op 5 feb 1886 Sappemeer, ovl. (74 jaar oud) op 15 aug 1960 Winschoten.
  7. Klaas van Meurs, geb. op 30 aug 1887 Sappemeer, ovl. (72 jaar oud) op 2 mrt 1960 Groningen.
  8. Frederik van Meurs, geb. op 6 sep 1889 Sappemeer, ovl. (21 jaar oud) op 19 okt 1910 Aangifte door bestuurder Armhuis Roelf Kolder Sappemeer.
  9. Elso van Meurs, geb. op 25 jun 1891 Sappemeer, ovl. (20 jaar oud) op 3 jul 1911 Foxhol Verdronken in het Winschoterdiep, Foxholsterbosch.
  10. Albertus van Meurs, geb. op 30 aug 1892 Sappemeer, ovl. (ongeveer 85 jaar oud) op 29 nov 1977 Hoogezand Familieadv.

Albertje Kuiper, uit onbekende relatie:

  1. Nn Kuiper, geb. en ovl. in okt 1895 Sappemeer.
    Dit kind is niet aangegeven, het bestaan is ontleend aan krantenberichten: kindermoord Sappemeer.
Geraadpleegde bronnen:
Groninger Archieven: www.allegroningers.nl
Wie was Wie?: wiewaswie.nl
Krantenarchieven: krantenartikelen, familieadvertenties: www.Delpher.nl "Familiebericht". "Nieuwsblad van het Noorden". Groningen, 04-07-1923. Geraadpleegd op Delpher op 11-03-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010884571:mpeg21:a0024
https://www.molendatabase.org/molendb.php?step=details&nummer=8931 Molendatabase
https://www.veenkoloniaalmuseum.nl/nl/in-het-museum/tentoonstellingen/van-hout-en-verre-reizen Veenkoloniaal Museum, Veendam 



Noem mij eenvoudig uw slavin ~ Reinek vs Teuben

Waar werd oprechter trouw Dan tussen man en vrouw Ter wereld ooit gevonden?

In 1891 begint een artikeltje in de Nieuwe Veendammer Courant met bovenstaande regel. En zo lieflijk als het begint, zo dramatisch is de wending. Martenshoekster Geert Teuben meldt in een advertentie aan wie het maar wil lezen, dat hij de kredieten die aan zijn vrouw worden verstrekt niet zal betalen. Dat zit ‘m echter niet glad, want zijn echtgenote, Grietje Reinek, laat zich niet onbetuigd en plaatst een weerwoord zonder weerga!
Zij beschuldigt hem van diefstal van een bijl, hamers en spijkers van zijn vermoedelijke werkgever, scheepsbouwer Bodewes en planken van een zekere J. van der Goot. Want, zo stelt ze, het ‘schot en het hoenderhok’ zijn er van gemaakt. Grietje maakt duidelijk dat zij door Geert als een slavin is behandeld. En subtiliteit is niet aan haar besteed, want zij noemt man, paard en datum: op haar trouwdag, 2 augustus (1890) is ze door Geert mishandeld en in februari (1891) is ze het huis uit gezet. En passant verwijt ze behalve Geert, ook zijn familie van het maken van schulden. Maar, vervolgt ze, over de doktersrekening hoeft Geert zich geen zorgen te maken, want die heeft haar familie betaald.
De beide advertenties werden ook landelijk besproken. Zo meldden het Rotterdamsch Nieuwblad, Arnhemsche Courant, en de Grondwet het geval. De Arnhemsche Courant geeft er een opinie bij: ‘is het geen diep rampzalige toestand die er uit blijkt? Twee menschen veroordeeld om levenslang met elkaar te zijn en welke in die verhouding tegenover elkaar staan? En waren Geert Teuben en Grietje Reinek maar de eenigen in dien toestand!”
Mij verbaast het niet, gezien de furieuze, krachtige reactie van Grietje, maar in die tijd was het echt wel een grote stap: dit stel is gescheiden en dat maakte een eind aan de ‘levenslange veroordeling’.
Grietje hertrouwde in 1900 met Jan Prins, het huwelijk eindigde in 1919 door de dood van Jan. Geert trouwde niet weer. Hij woonde bij zijn moeder en haar man, maar belandde in 1909 in Veenhuizen…

ACHTERGRONDEN
Zowel Grietje als Geert waren kinderen van ongehuwde moeders. Toen Grietje zeven jaar oud was, trouwde haar moeder Eelke Niemeijer met Poppe Reinek en werden Grietje en haar oudere broer Jan geëcht. Het echtpaar Reinek werd nog rijkelijk bedeeld met kinderen: Grietje en Jan kregen zes halfbroers en -zussen.
Geert Teuben had een andere achtergrond. Zijn moeder, Tijdje Teuben, was in 1848 gehuwd met Helmer Veenma (toen zonder werk, later dagloner en arbeider) en met haar man kreeg zij tussen 1848 en 1852 drie kinderen. Haar echtgenoot vertrok echter rond 1855 als militair naar Oost Indië. Tien jaar na zijn vertrek kreeg Tijdje een dochter, Henderika Veenma, en in 1867 en 1869 werden haar zoontjes Geert en Frederik Veenma geboren. Later bleek echter dat Helmer Veenma al in 1866 in Suriname overleden is. Henderika bleef wettelijk een Veenma, alhoewel zij niet het kind van Helmer kan zijn. De geboorteactes van beide kinderen die na 1866 geboren waren, werden aangepast. Geert en zijn broertje Fredrik heetten vanaf toen Teuben.

Grietje Reinek, dr. van Poppo Reinek en Eelke Niemeijer, geb. op 14 aug 1867 Kalkwijk (getuigen: aangifte door Grietje Mulder, 25, arbeidster, Kalkwijk; Sijtse van der Laan, 30, arbeider; Kalkwijk; Willem Agterbos, 24, secretaris, Hoogezand),ovl. (70 jaar oud) op 5 jun 1938 Hoogezand (getuige: aangifte door Evert Lammerts, leedaanzegger, 49, Martenshoek),
tr. 2) (resp. 32 en 34 jaar oud) op 10 mei 1900 Hoogezand met Jan Prins, zn. van Douwe Prins en Albertje Lubberts, geb. op 1 mei 1866 Nieuw Scheemda, scheepsjager, ovl. (53 jaar oud) op 1 jun 1919 Nieuwe Compagnie;
trouwt 1)
Geert Teuben, zn. van Tijdje Teuben, geb. op 7 nov 1867 Martenshoek (aangifte door Henderika van Ham, 71, vroedvrouw, Martenshoek; getuigen Hindrik Onnes Heerlien, 43, arbeider, Martenshoek; Harm Bouwman, 26, scheepstimmerknecht, Martenshoek), ovl. (73 jaar oud) op 25 jul 1941 Groningen;
tr. (beiden 22 jaar oud) op 2 aug 1890 Hoogezand, (gesch. op 13 feb 1892 Hoogezand)
met Grietje Reinek, zie hierboven.
Op 8 augustus 1890 zijn ze samen ingeschreven in Hoogezand, hij kwam van Kropswolde, zij van Hoogezand.


Persoonskaart van Grietjes moeder:

Eelke (Eilke) Niemeijer, dr. van Grietje Jans Niemeijer, geb. op 1 apr 1841 Slochteren, ovl. (88 jaar oud) op 16 mrt 1930 Hoogezand
tr. (resp. 33 en 34 jaar oud) op 31 okt 1874 Hoogezand, (getuige: Albert Smit, 40, scheepstimmerknecht, Sappemeer, aangehuwde broer van bruidegom; Jan Willem Navest, 32, suikerbakker, Groningen, aangehuwde broer van bruid, Johan Heimel, Willem Agterbos, gemeenteambtenaren)
met Poppo Reinek, zn. van Gerrit Jan Reinek en Johanna te Grootenhuis, geb. op 14 mei 1840 Sappemeer, ovl. (76 jaar oud) op 10 feb 1917 Sappemeer.
Beide oudste kinderen worden bij het huwelijk geëcht.
Uit dit huwelijk:

  1. Jan Reinek, geb. op 8 okt 1863 Sappemeer, ovl. (77 jaar oud) op 18 jun 1941 Martenshoek.
  2. Grietje Reinek, geb. op 14 aug 1867 Kalkwijk, ovl. (70 jaar oud) op 5 jun 1938 Hoogezand,
  3. Johanna Reinek, geb. op 19 dec 1874 Martenshoek, ovl. (30 jaar oud) op 30 sep 1905 Groningen.
  4. Geertruida Reinek, geb. op 16 jul 1876 Sappemeer, ovl. (84 jaar oud) op 11 okt 1960 Hoogezand-Sappemeer.
  5. Wolter Kornelis Jacob Reinek, geb. in 1878 Martenshoek, ovl. op 16 apr 1969 Groningen.
  6. Harm Reinek, geb. op 15 nov 1880 Martenshoek, ovl. (1 jaar oud) op 7 apr 1882 Martenshoek.
  7. Harm Reinek, geb. op 17 aug 1883 Martenshoek, ovl. (82 jaar oud) op 16 apr 1966 Groningen.
  8. Poppo Jan Reinek, geb. op 7 mei 1888 Martenshoek, ovl. (74 jaar oud) op 24 feb 1963 Rotterdam.

Persoonskaart van Geert’s moeder:
Tijdje (Tetje, Tietje) Teuben, dr. van Jan Jans Teuben en Elsien Ypes Jager, geb. op 7 jun 1828 Martenshoek, arbeidster, ovl. (78 jaar oud) op 2 feb 1907 Martenshoek
tr. (resp. 20 en 30 jaar oud) (1) op 7 sep 1848 Hoogezand
met Helmer Veenma, zn. van Jan Joestens Veenma en Aaffien Helmers Molema, geb. op 17 mrt 1818 Westerbroek, ovl. (48 jaar oud) op 25 aug 1866 te Suriname.
Uit dit huwelijk:

  1. Jan Veenma, geb. op 30 dec 1848 Martenshoek, ovl. (29 jaar oud) op 14 okt 1878 Martenshoek.
  2. Jan Veenma, geb. op 23 okt 1852 Martenshoek, ovl. (78 jaar oud) op 3 apr 1931 Martenshoek, tr. Grietje van Delden, geb. circa 1856 Hoogezand.
  3. Ipe Veenma, geb. op 13 nov 1854 Martenshoek, ovl. (37 jaar oud) op 21 jan 1892 Groningen, tr. (resp. 23 en ongeveer 23 jaar oud) op 20 jul 1878 Hoogezand Grietje Olthof, geb. circa 1855 Nieuw Scheemda.
    N.B. Helmer Veenma vertrok in 1855 als militair naar Oost Indië en keerde niet meer terug.
    dochter:
  4. Henderika Veenma, geb. op 25 jun 1865 Martenshoek, ovl. (76 jaar oud) op 16 mei 1942 Martenshoek, tr. Hindrik Venema, geb. circa 1864 Martenshoek.
    zonen:
  5. Geert Teuben, geb. op 7 nov 1867 Martenshoek, ovl. (73 jaar oud) op 25 jul 1941 Groningen,
  6. Fredrik Teuben, geb. op 23 okt 1869 Martenshoek, ovl. (76 jaar oud) op 1 feb 1946 Hoogezand,
    tr. (resp. 60 en ongeveer 59 jaar oud) (3) op 22 aug 1888 Hoogezand, getuige: allen ambtenaren van de gemeente Hoogezand
    met Hindrik Heerlien, zn. van Onno Geerts Heerlien en Jantje Pieters, geb. in 1829 Appingedam, woont op 22 aug 1888 Martenshoek, ovl. (ongeveer 73 jaar oud) op 22 okt 1902 Martenshoek. Hindrik is getuige bij de aangifte van Hinderika Veenma, in 1865 en van Geert Teuben in 1867. Hindrik was eerder getrouwd
    (resp. 19 en 24 jaar oud) op 22 mrt 1849 Appingedam met Jantje Mulder, geb. op 29 sep 1824 Farmsum, ovl. 11 okt 1884 in Farmsum, laatstelijk woonachtig in Hoogezand.
Bronnen:
*1) Waar werd oprechter trouw Dan tussen man en vrouw Ter wereld ooit gevonden? Twee zielen gloênde aaneengesmeed, Of vast geschakeld en verbonden In lief en leed. Fragment uit De Gijsbrecht van Aemstel, Joost van den Vondel 1587-1679 (https://seniorplaza.nl/gedichten/waar-werd-oprechter-trouw/)
*2) delpher.nl De originele advertenties hebben gestaan in het blad Goorecht-Oldambt. Ik heb daar geen exemplaar van kunnen vinden. In het Groninger Archief zijn wel exemplaren, maar 1891 lijkt te ontbreken.
*3) allegroningers.nl
*4) alledrenten.nl
*5) https://www.gevangenismuseum.nl/



Persoonskaart van Stijntje Jans (Christina) Langbeek

Stijntje (Christina, Kristina, Stientje) Jans Langbeek, dr. van Johan Jurrien Langbeek en Helena Catharina Kweeboom, geb. op 15 mei 1808 Westerbroek (Acte van bekendheid opgemaakt t.g.v. haar huwelijk met Derk Reilman). Ze woont met Reindert Koning op 9 november 1878 in Schuilingsoord, ovl. (70 jaar oud) op 30 november 1878 te Zuidlaren (get.Hendrik Venema, 46? jaar, arbeider; Lukas Venema, 40, arbeider, beide buren). Bij haar ovl. is als geboorte datum 15 mei geregistreerd, en dat is waarschijnlijk gewoon het midden van de maand. Bij het huwelijk was een acte van bekendheid opgemaakt, toen was slechts de maand mei bekend.
tr. (resp. 22 en 26 jaar oud) (1) (Burgerlijke Stand) op 22 januari 1831 te Slochteren  (get. Geert Hindriks Brink, 35, dagloner, Ewold Harm Groenveld, 48, landbouwer, beide wonende te Harkstede; Henderijkus Jans Helmets, 39 kasteleinsknecht te Slochteren, Willem Matthijs Sluiman, 35, veldwachter, wonende te Scharmer; allen zonder maagdschap)
met Derk Hindriks Reilman (Ruilman), zn. van Henrik Reilman en Anna Middeke, geb. op 2 november 1804 Ankum [Duitsland], arbeider, geboren te Scharmer op 18 mei 1833, ovl. (30 jaar oud) op 10 oktober 1835 te Engelbert, gem. Noorddijk (get. Harm Kornelis Kruijer, 68, arbeider, Lambertus Jans Faber, 44, schoolonderwijzer, beide wonende te Engelbert.)
Voor het huwelijk werd een verklaring van onvermogen afgegeven. Bij de huwelijkssluiting werden hun beide oudste kinderen gewettigd. Jongste zoon Jan was toen twee weken oud.

Uit dit huwelijk:

  1. Hindrik Reilman, geb. op 28 januari 1829 (Erkend bij huwelijk ouders) te Scharmer (aangifte door Derk Hindriks Ruilman, getuigen Berend Alberts Scheper, 30, Eilt Willems Oost, 32, beide arbeiders, te Scharmer) praamschipper (1855), dagloner (1859), koopman (1874), winkelier (1884), ovl. (79 jaar oud) op 1 januari 1909 Veendam, tr. (resp. 22 en 25 jaar oud) op 18 januari 1852 Hoogezand met Catharina Clobus, dr. van Gerardus Clobus en Maria Dorothea Börger, geb. op 15 september 1826 Kalkwijk, dagloonster, ovl. (38 jaar oud) op 3 juni 1865 te Kleinemeer, gemeente Sappemeer.
  2. Jan Reilman, geb. op 4 januari 1831 Scharmer, Westerbroek (aangifte door Derk Hindriks Ruilman, getuigen Willem Matthijs Sluiman, 35, veldwachter; Jan Tonnis Bakker, 34, dagloner,beide te Scharmer). Jan was huwelijksgetuige van Peter Langbeek en Grietje Schievink, zijn halbroer,op 20 januari 1883 te Hoogezand, schoenmaker op 20 januari 1883, woont op 20 januari 1883 Schildwolde, ovl. (68 jaar oud) op 2 april 1899 Hoogezand, tr. (25 jaar oud) op 6 september 1856 Sappemeer met Elisabeth Oosterwijk, dr. van Jan Hindriks Oosterwijk en Thekela Jansen, koopvrouw, ovl. op 7 augustus 1897 Hoogezand.
    Bij aangifte krijgt hij de naam Ruilman. In de kantlijn wordt vermeld dat hij bij Huwelijksacte van 22-1-1831 door Derk Reilman en Stijntje Jans Langbeek, arbeiders te Scharmer, is erkend.
    In 1853 bevalt Elisabeth Oosterwijk van een dochter Stientje. Het is in onecht geboren. Jan Reilman wordt niet genoemd in de acte. Wel echt hij het kind drie jaar later, bij het huwelijk van Elisabeth en hem. Elisabeths moeder heet Tekela, het is m.i. zeer waarschijnlijk dat het kind naar de moeder van de verwekker is genoemd, en dat zou dan dus inderdaad Jan Reilman kunnen zijn.
  3. Aaltje Derks Ruilman, geb. op 17 mei 1833 (vader Derk Hindriks Ruilman, moeder Stientje Jans Langbeck) te Scharmer, gem. Slochteren (get. Harm Hofman, landbouwer, 70; Willem Matthijs Sluiman, veldwachter, 37, beide te Scharmer wonend), ovl. (10 maanden oud) op 9 april 1834 te Scharmer, gem. Slochteren (aangifte door de vader en Harm Hendriks Wever, nabuur, 34, dagloner.)
  4. Geert Reulman, geb. op 22 juni 1835 te Engelbert (get. Engelbert Lambertus Jans Faber, 44, schoolonderwijzer, Willem Spithoff, 44, landbouwer, beide naburen te Engelbert) arbeider (1868, 1874, 1888), koopman (1879, 1881-82, 1884, 1896), werkman (1868),  ovl. (60 jaar oud) op 15 mei 1896 te Veendam, tr. (resp. 26 en 25 jaar oud) (1) op 1 juli 1861 Muntendam met Reina Gorter, dr. van Jakob Jakobs Gorter en Johanna Nikolaas Burggraaf, geb. op 28 oktober 1835 Veendam, arbeister, ovl. (27 jaar oud) op 29 juni 1863 te Muntendam, tr. (resp. 28 en ongeveer 21 jaar oud) (2) op 28 november 1863 Muntendam met Elisabeth Maria Kleine, dr. van Frans Kleine en Marijke Berends Westerbaan, geb. circa 1842, werkvrouw (1868), ovl. (ongeveer 37 jaar oud) op 13 april 1879 Veendam , tr. (45 jaar oud) (3) op 23 april 1881 Veendam met Johanna Westra, dr. van Warnder Roelfs Westra en Elisabeth Borgers, ovl. op 26 juli 1913 Veendam.
    (Aangifte als Geert Reulman, zv Derk Hindriks Reulman en Stientje Jans Langebeek. Bij zijn huwelijken wordt hij steeds.
    Reulman genoemd.)

Uit onbekende relatie(s)

  1. Harm Langbeck, geb. op 17 januari 1842 [Harm, zoon van Christina Langbeek] te Scharmer, gem. Slochteren (getuige: Johan Jurrien Langbeek, aangever, grootvader) Pieter Jakobs Koopman, 39, landbouwer, Pieter Roelfs Nieborg, 42, dagloner, beide te Scharmer, overleden Westerbroek, letter A, nummer 8, Letter A 8 Westerbroek op 5 april 1849, ovl. (7 jaar oud) op 4 april 1849 (leeftijd bij overlijden 7 jaren, z.v. Christina Langbeek, arbeidster, wonende te Westerbroek) Westerbroek, gem. Hoogezand (getuige: Nutte Venema (zwager van Reindert Koning), 31, arbeider, Westerbroek en Klaas Eik 24, dagloner, Westerbroek, naburen.)
  2. Leentje Langbeek, geb. circa 1844, (geen geboorte gevonden in Hoogezand Tienjarentafels 1843-1852; geboorteakten Slochteren doorzocht vanaf sept 1844-1-1-1845. Geen inschrijving Scharmer, overlijden Westerbroek, letter A, nummer 9,) ovl. (ongeveer 3 jaar oud) op 16 september 1847 te Westerbroek gem. Hoogezand, bijna drie jaren (get. Harm Roelfs Stel, 48, landbouwer en Hendrik Jans Krijgsveld, 42, dagloner, beide wonend te Westerbroek, naburen).

relatie met (3) (vermoedelijk 1848)
met Reindert Koning, zn. van Philippus Berends Koning en Stijntje Derks Fijn, geb. op 2 oktober 1828 te Westerbroek (getuige: Johan Josef van der Borg, 59, timmerman, Oomke Bruins Mulder, 37, dagloner, Westerbroek), dagloner, geboren in Westerbroek, letter A, nummer 38, A 38 Westerbroek op 2 oktober 1828, woont op 6 februari 1857 Annen, woont op 9 november 1878 Schuilingsoord , woont met Stijntje Jans Langbeek op 9 november 1878 in Schuilingsoord, woont in huis Letter B nummer 27, Zuidlaren met Hillegien Lamein op 1 januari 1880, vanaf 21 januari 1890 weduwnaar, woont armenhuis Midlaren,letter C, nummer 4, Groningerstraat 34 Midlaren tussen 1901 en 1904.
Ovl. (75 jaar oud) op 24 februari 1904, 07:00 uur te Midlaren (getuige: Derk Strobos, 63, armvader, Midlaren; Jan Liebe, 42, arbeider, Midlaren).
Bij aangifte van de geboorte van Eltje Koning is Reinder 20 jaar oud. Het kind wordt aangegeven als dochter van Reinder en Stijntje, ongehuwd, wonende te Westerbroek. Als hij in 1852 de geboorte van Stijntje Koning aangeeft, is zijn leeftijd genoemd 21 jaar, en zijn hij en Stijntje Jans Langbeek geregistreerd als ehelieden te Westerbroek. Een huwelijk heeft zeer waarschijnlijk niet plaatsgevonden. Tot heden geen bewijs hiervoor. Het laatste kind: Peter, heet ook weer Langbeek, hoewel hij als Koning is aangegeven, en dat zou in geval van een huwelijk niet zo zijn geweest..
In 1850 was het adres van Stijntje en Reindert Borgweg 24 te Westerbroek. In 1852 tekent R.F.Koning (24, arbeider) als getuige de huwelijksakte van Hindrik Reilman met Catharina Clobus.
In 1856 is Stijntje aanwezig bij het huwelijk van zoon Jan Reilman met Elisabeth Oosterwijk. Zij woont dan in Annen, prov. Drenthe en geeft haar toestemming..
In 1863 geeft Stijntje toestemming bij huwelijk Geert, zij woont dan in Zuidlaren. Zij tekent niet omdat ze niet kan schrijven.
Uit deze relatie:

  1. Eltje Langbeek, geb. op 27 mei 1849 Westerbroek, arbeidster, ovl. (75 jaar oud) op 25 maart 1925 te Rolde , tr. (resp. 20 en 25 jaar oud) op 7 augustus 1869 Zuidlaren met Jan Klein, zn. van Klamer Klein en Johanna Frederika Harms, geb. op 10 juni 1844 Kalkwijk, ovl. (77 jaar oud) op 4 december 1921 Deurze, Rolde.
    Bij geboorte geregistreerd als Koning, met als opmerking in de kantlijn, dat zij op 5 augustus 1869 door Stijntje Jans Langbeek als het hare is erkend. Bij haar huwelijk is Eltje als Langbeek geregistreerd, evenals bij overlijden. Bij aangifte van haar kinderen wordt ze Elsje genoemd.
  2. Stijntje Koning, geb. op 25 augustus 1852 (Reindert Philippus Koning geeft Stijntje aan. In de acte is vermeld dat de ouders ehelieden zijn, wonend te Westerbroek) te Westerbroek (get. Jan Cebes van Dijken, 42, landbouwer, Westerbroek; Jelle Gabes Westerdiep, 39, arbeider, Westerbroek) dagloonster, ovl. (52 jaar oud) op 6 januari 1905 te Schildwolde, gem. Slochteren, tr. (resp. 26 en 32 jaar oud) op 9 november 1878 (zij trouwt als Stijntje Koning op 9 november 1878; haar ouders geven via notariele acte toestemming) te Slochteren met Izaäc Streuper, zn. van Derk Jakobs Streuper en Hemke Egges de Ruiter, geb. op 14 januari 1846 Schildwolde, dagloner, (huwelijksgetuige van Peter Langbeek en Grietje Schievink,zijn zwager op 20 januari 1883 te Hoogezand), arbeider op 20 januari 1883, woont op 20 januari 1883 Schildwolde, ovl. (74 jaar oud) op 27 juli 1920 te Slochteren.
    (In de huwelijksbijlagen 68, 1878 Hoogezand is het uittreksel van Stijntjes geboorteregistratie: dochter van Reinder Filippus Koning, en van diens echtgenoote Stijntje Jans Langbeek.)
  3. Peter Langbeek, geb. op 5 februari 1857 Annen (get. Petrus Kornelis, 44, bakker, Eext, Jakob Abels, 44, veldwachter, Eext), boerenknecht op 20 januari 1883 te Kropswolde, woont op 20 januari 1883 Kropswolde, woont met Grietje Schievink tussen 21 mei 1883 en 20 mei 1887  in Slochteren,postbode, woont Kalkwijk in 1904, ovl. (47 jaar oud) op 28 maart 1904 aan de Kalkwijk te Hoogezand (get. Heinrich Theodoor Huizinga, 28, arbeider; Derk Streuper, zesentwingtig, arbeider, beide wonend te Kalkwijk, geen verwanten), tr. (resp. 25 en 23 jaar oud) (Burgerlijke Stand) op 20 januari 1883 te Hoogezand (getuigen: Watze Schievink, broer van bruid, Jan Reilman, halfbroer van de bruidegom, Jan Hendrik Reilman, neef van de bruidegom en Izaäc Streuper, zwager van de bruidegom) met Grietje Schievink, dr. van Jan Schievink en Janna Nieboer, geb. op 15 december 1859 Foxhol (get. Mense Postema, 43, timmerman, Foxhol en Hendrik
    Veldhuis, 25, arbeider, Foxhol), woont in 1880 Foxhol, naaister tot 20 januari 1883, woont op 20 januari 1883 Hoogezand, woont met Peter Langbeek tussen 21 mei 1883 en 20 mei 1887  Slochteren, woonde tussen 26 augustus 1904 en 28 oktober 1905  Kalkwijk,  ovl. (49 jaar oud) op 26 februari 1909 teKalkwijk, gemeente Hoogezand (getuige: Hendrik Dijkema, haar zwager en Johannes Huizing, 28, ambtenaar der secretarie, Hoogezand).
    Het is niet formeel bewezen dat Peter Langbeek een zoon van Reinder Koning was, doch het is uitermate aannemelijk. Reinder deed aangifte van de geboorte, vermeldde daarbij dat het kind te zijnen huize is geboren en Peter’s eerste kind werd Reinder genoemd. Bovendien had Reinder eerder al twee dochters aangegeven van hem en Stijntje met de achternaam Koning. In Genlias is Peter geregistreerd bij geboorte als: Peter Koning geb.5.2.1857 Anloo, Annen, zoon van Reinder Koning (arbeider, 28) en.Kristina Langbeek (zonder beroep). Peter was eerst arbeider, 1883; daarna brievenbesteller, bij aangifte kinderen in 1888, 1891 en bij overlijden werd als beroep koopman geregistreerd.
    Bijzonderheden: Het nieuws van den dag : kleine courant 13-02-1904 : De Staatsraden Mrs. Huber en Asser rapporteerden voorts nog resp. omtrent eene pensioenaanvrage van P. Langbeek, eervol ontslagen postbode te Hoogezand, welke aanvrage werd toegelicht door het lid der Tweede Kamer den Heer Ter Laan, en omtrent de reclame van den gewezen matroos 3e kl. H. Cadovius, te Rotterdam, betreffende de regeling van zijn pensioen.



Christina – Het verhaal van Stijntje Jans Langbeek

1856 – De vroege ochtendzon piept door de wolken als Stijntje Jans Langbeek de deur van haar schamele veenhut opent. Zuchtend leunt ze even tegen de deurpost en plaatst haar handen in de zij. Haar gezicht draagt duidelijke sporen van een zwaar leven, maar ondanks dat heeft ze iets aantrekkelijks en innemends. Misschien zijn het haar heldere blauwe ogen, waaruit de levenslust sprankelt. Die ogen spreken boekdelen, ze lokken en lachen als ze vrolijk is, stralen als ze naar haar kinderen kijkt en worden verdonkerd wanneer de dagelijkse zorgen de overhand krijgen.

Nu staan haar ogen donker. Een nieuwe dag, jawel, maar wel een nieuwe dag vol zorgen. Als je moet rondkomen van een schamel loon, verdiend met hard werken in het veen, brengt elke dag nieuwe moeilijkheden. Zeker als je, zoals Stijntje, een groot gezin hebt. Ze deelt haar hut met Reindert Koning en hun kinderen. Zij heeft kinderen in soorten; een reeds volwassen drietal uit haar huwelijk met Derk Reilman, twee dochters waarvan Reindert de vader is en in de periode voor ze Reindert leerde kennen kreeg ze ook nog een tweetal kinderen, die jong zijn gestorven. Over de identiteit van hun vader of misschien zelfs vaders zwijgt ze; het is niet nodig dat iemand dat weet, vindt ze. Het waren háár kinderen, dat te weten volstaat.

Reindert en Stijntje zijn niet getrouwd; om een huwelijk te laten sluiten heb je immers geld nodig en het aanvragen van de benodigde aktes kost een lieve duit. Dat geld besteden ze liever aan voedsel. En ach, ook zonder het boterbriefje valt goed te leven. Ze weten immers toch wel dat ze bij elkaar horen. Al is Stijntje dan ook twintig jaar ouder dan Reindert, het zit wel goed met die twee. Voor Stijntje is Reindert haar man, gehuwd of niet gehuwd. Maar nu heeft ze zorgen. Ze is inmiddels negenenveertig jaar en als de tekenen haar niet bedriegen, dan verwacht ze óf een kind óf ze is een oude vrouw geworden. Zelf denkt ze het laatste en dat maakt dat ze haar vruchtbare leven overpeinst, staande in de deurpost in het Drentse veenlandschap van Anloo.

Twintig jaar was Stijntje toen ze Derk Hendriks Reilman, die als arbeider werkte in Westerbroek, ontmoette. Hij kwam, net als Stijntje en haar ouders, uit Duitsland. Stijntjes vader, Johann Jürgen Langbeck, had hun geboorteplaats Haarburg (in het Graafschap Hannover) verlaten wegens de bittere armoede daar. Op zoek naar meer voorspoed trokken ze naar Nederland, om in 1804 uiteindelijk neer te strijken in Scharmer, waar zich al meer Evangelisch-Luthersche Duitsers gevestigd hadden. Helaas was het ook hier bittere armoede. De bewoners van de streek stonden niet goed aangeschreven wegens hun liederlijke gedrag, in de ogen van de meer gefortuneerden dan. Maar onderling was de saamhorigheid en hulpvaardigheid groot en daar denkt Stijntje nog altijd met warmte aan terug.

Stijntjes gedachten dwalen af naar haar jeugd. Ze overpeinst de ontberingen en moeilijkheden die haar ouders moeten hebben doorstaan tijdens hun landverhuizing. Eigenlijk was het een dapper avontuur. Haar ouders, met hun oudste zoon Johann, die in 1799 nog in Haarburg in Duitsland was geboren, moesten een barre reis hebben gemaakt. Nog een wonder dat Johann dat had overleefd. Nooit had Stijntje van haar ouders gehoord of er nog meer kinderen tussen Johann en het volgende zoontje – dat in Scharmer geboren was in 1807 en vervolgens alweer gestorven in 1808 – waren geboren. Ze vermoedde van wel. Zo ging het immers, het ene na het andere kind kondigde zich aan, reis of geen reis. Nu kan ze haar ouders er niet meer naar vragen. Moeder Leentje Kweeboom (haar Hollandse naam, in plaats van het prachtige Duitse Catharina Margaretha Magdalena Quebaum) was in 1840 in Scharmer gestorven en vader Jan (Johann Jürgen) stierf vier jaar later. Moeder was negenzestig geworden, vader eenenzeventig. Snel rekent Stijntje: redelijkerwijs heeft ze nog zo’n goede vijfentwintig jaren als oude vrouw te gaan. De tijd vliegt. Als de zorgen maar eens wegblijven, denkt Stijntje.

Derk. Ach ja, Derk. Hij was een goede vent, hij werkte als los arbeider bij een ‘dikke’ boer. Ze waren in januari van het jaar 1831 getrouwd, weliswaar met een bewijs van onvermogen, maar toch: getrouwd. Stijntje moest een verklaring laten opmaken over de datum van haar doop. In de acte van bekendheid werd als geboortedatum mei 1808 vastgesteld en in plaats van de naam die haar ouders haar hadden geven, Christina, noteerde de ambtenaar het afgeleide Stijntje als haar naam. De preciese gebooortedatum schenen haar ouders niet meer te weten en gedoopt was ze ook niet. Reeds twee jaar vóór haar huwelijk met Derk, was er al een kind geboren: zoon Hindrik. En, precies veertien dagen voor hun huwelijk had het tweede kind het levenslicht gezien. Het was een zoon, genoemd naar haar vader, Jan. Beide kinderen waren bij het huwelijk geëcht. Na twee huwelijksjaren werd het eerste kindje bínnen het huwelijk geboren: een teer dochtertje, Aaltje. Groot was het verdriet toen dit kleine meisje binnen een jaar overleed. Er kwam nóg een zoon, Geert. De jongens waren sterk en overleefden de kinderjaren. De tak van de levensboom van de familie Reilman zou doorgroeien. Maar de levensdraad van Derk was in datzelfde jaar afgebroken. Nòg kan Stijntje de ontreddering van dat moment voelen. Haar sterke boom van een kerel, die nog nooit ziek was geweest, nu plotsklaps geveld. Nog maar dertig was hij geweest toen hij ziek werd en stierf en haar achterliet met de zorg voor zijn drie jongens.

Het leven komt zoals het komt, je kunt de tijd niet terugdraaien en dat is maar goed ook. Nu, 25 jaar later, kan ze glimlachen bij de herinnering aan Derk. Ze hebben het goed gehad tijdens hun korte huwelijk. Hun zonen doen het goed, ze verdienen inmiddels de kost en de oudste is al weer twintig. Flinke jongens zijn het, dol op hun Mutti. De tweede zoon lijkt op Derk en dat vindt ze fijn.

De eerste tijd na Derks dood had ze niet getaald naar andere mannen. Maar na een paar jaren, begon haar bloed te kriebelen. En zo kwam het, dat ze inging op de avances van een knappe seizoensarbeider. En het kon niet uitblijven: Stijntje raakte zwanger. Wat een schande! Ze was destijds blij dat haar moeder dat niet meer had meegemaakt. Anderzijds had ze graag haar moeders warme troost gevoeld tijdens deze moeilijke zwangerschap. Moeilijk, want haar knappe minnaar was al weer verder getrokken en wist niet van Stijntjes situatie. In 1842 beviel ze van haar zoon Harm. De naam verwees naar zijn vader en dat was dan ook alles wat het kind van zijn vader te verwachten had. De vader kwam twee jaar later nog eens voor seizoenswerk in Westerbroek maar voelde zich niet verantwoordelijk voor het kind. Ondanks deze houding kwam Stijntje toch weer in zijn ban. Een tweede zwangerschap was het gevolg. Een dochtertje, Leentje, werd geboren, zij werd genoemd naar haar grootmoeder. De vader was alweer gevlogen, waarover Stijntje uiteindelijk niet al te rouwig was. Hij was knap, maar verder: een flierefluiter was het, een vogel die je niet kon kooien.

Het kind Harm was niet sterk en vaak ziek. Nog kan ze zijn beeltenis voor zich zien, blond van haar, bleek van huid en hij had blauwe ogen. Een knap ventje, vrolijk ook, ondanks zijn teer gestel. Hij was haar zonnestraaltje. Uiterlijk een tegenstelling met zijn halfbroers, die sterk en tanig zijn. Voor hem waren zijn grote broers zijn helden. Elke avond keek hij verlangend uit naar hun thuiskomst. Stijntje genoot altijd van het gesnater van de kinderstemmen, gemengd met de bas van haar oudste, die toen de baard al in de keel had. Het kleine meisje, Leentje, was behept met hetzelfde gestel als haar broertje. Wonderlijk, bedacht Stijntje, hun vader leek zo sterk en gezond, en toch waren haar beide kinderen van hem zo ziekelijk teer.

Uiteindelijk won hun ziekte het. Eerst stierf in 1847 haar dochtertje, een klein popje van drie jaar oud. Ook Harm stierf, nu zeven jaar geleden, net zeven jaar oud. Haar kleine kereltje was in haar armen gestorven, met een glimlach om zijn blauwige lipjes. En hoe graag ze haar kinderen ook goed wilde begraven, dat zat er niet in. Bij de diaconie vroeg ze om ondersteuning voor de begrafenissen. Onverrichterzake werd ze beide keren teruggestuurd. Ze moest maar ergens anders vragen, bij de vader van het kind bijvoorbeeld. Nooit, dacht ze. En zo kwam het dat Leentje en Harm werden begraven op het armengedeelte van het kerkhof, zonder steentje. Zelfs in de dood was er onderscheid, bedacht ze bitter, maar haar geloof bood toch voldoende houvast om door te gaan. Reindert maakte later een houten kruisje op de grafjes.

En nu, bedenkt ze, nu is het leven toch weer goed. Want ruim nog voor Harm overleed, had ze Reindert leren kennen. Reindert Philippus Koning, toen twintig jaar jong, en toch al zo volwassen. Nog kon ze zich afvragen wat hij toen zag in haar, een veertigjarige moeder van vijf kinderen, zich aftobbend in het veen.

Reindert maakt wel eens het grapje dat hij een surrogaatmoeder zocht. Ze weet inmiddels wel beter. Toen hij voor de eerste keer in haar ogen keek, keek hij in de ogen van een jonge meid. Dat zegt hij tenminste en zij gelooft hem maar al te graag. Bijna twee maanden na het verlies van Harm beviel ze van Reinderts dochter, die ze Eltje noemden. Zij had Reinderts moeder willen vernoemen, maar Reindert stelde voor om eerst zijn grootmoeder te vernoemen. Ze stemde er mee in, overwegend dat het wel zo praktisch was om geen twee Stijntjes in één gezin te hebben. Maar toen ze drie jaar later werden verblijd met weer een dochter stapten ze over dat bezwaar heen en noemden dit kind toch ook Stijntje. De ambtenaar registreerde haar als Stijntje Koning. Voortaan waren er Grote Stijntje en Kleine Stijntje. Reindert adoreert zijn vrouwen, die alle drie dezelfde mooie blauwe ogen hebben en omgekeerd zijn zij dol op hem. De dochtertjes zijn sterk en dat is een pak van Stijntjes hart. Behalve een paar verkoudheden zijn ze praktisch nooit ziek.

Stijntje rekt zich uit en besluit de ochtendwerkzaamheden aan te pakken. Water halen, geitenmelk koken en er pap van maken, Reindert wekken en dan het veen in voor de dagelijkse arbeid. Plotseling staat ze stil. Er was beweging in haar. Ze weet het zeker, dit was een maar al te bekend gevoel. Ze is nog geen oude vrouw, ze is weer zwanger. Angst overvalt haar. “Negenenveertig jaar ben ik, kan dit wel goed gaan?” vraagt ze zich af. Ze rept zich naar Reindert, die altijd maar moeilijk wakker wordt en schudt hem heen en weer. Hij moet aan de slag bij zijn boer. Morgen zal ze hem vertellen dat hij nog eens vader wordt, maar deze dag blijft het nog haar geheim. Misschien zal het deze keer een zoon zijn? Ze weet dat dat een wens van Reindert is. ‘Met jouw ogen en mijn mond moet een zoon van ons een knappe kerel worden’, zegt hij meer dan eens. Morgen, dan vertelt ze het, zich nu al verheugend op zijn vreugde.

Epiloog

Op 5 februari 1857 wordt Peter geboren. Reindert, trots, geeft hem aan bij de burgerlijke stand. Maar omdat Stijntje en hij niet getrouwd zijn, weigert de onkreukbare ambtenaar te vermelden dat het kind van Reindert is en krijgt het de achternaam Langbeek, met de vermelding dat het is geboren ten huize van Reindert Koning. Weg is de trots, maar niet de liefde voor dit kind. Reindert vervloekt zijn armoede. Armoede tekent zijn leven. Armoede slaat hem lam. Door armoede zal dit kind van hem zijn naam niet dragen.

Jaren later doet Peter Langbeek zijn vader recht: hij vernoemt zijn eerste zoon naar Reindert. Armoe heeft niet altijd het laatste woord. Het is nu duidelijk dat Reindert Koning een zoon heeft. Peter’s kleindochter is er later vast van overtuigd dat Reindert haar voorvader is en draagt dat uit. Een eeuw later groeit Reinderts stamboom verder en draagt veelkleurige bloesem.

Magnus Kerk Anloo (maker onbekend, deelnemer Beeldbank collectie Monumentenzorg)

© www.yinnar.nl : overname alleen met instemming van auteur, na schriftelijke toestemming en met bronvermelding.




Op elk Potje past een dekseltje

Elke genealoog kent het wel: zo’n takje, dat abrupt eindigt omdat er geen ouders meer te vinden zijn. Heel soms lukt het na jaren toch nog om een connectie te maken en vanavond had ik zo’n moment. Na dertig jaar toch nog een Eureka moment in mijn eigen lijntje. Blijft zo leuk!

Mijn lijn met familienaam Pot stopte bij Hendrik Berends Pot. Van hem was alleen bekend dat zijn vader Berend was en zijn moeder Anna. Hendrik was geboren in het hertogdom Lippe, plaats onbekend. Zijn ouders woonden en werkten in Scharmer als arbeiders. En dat was het dan.

In Scharmer werd in 1810 een zekere Berend Pot op belijdenis in het geloof aangenomen. Ik ga er vanuit dat deze Berend op late leeftijd, in het jaar waarin hij stierf, alsnog deel wilde worden van de geloofgemeenschap in het dorp waar hij al zo lang woonde en werkte. Hij moet tussen 1772 en 1774 in de Provincie Groningen zijn neergestreken met zijn “Anna”. Toen Berend Pot stierf, had hij lange jaren in Scharmer gewoond en liet hij drie zoons achter, twee getrouwd en één volwassen, zo vermeldt het begraafboek van Scharmer.

Toen ik eenmaal als uitgangspunt aannam dat dit “mijn” Berend zou kunnen zijn, werd de puzzel makkelijker op te lossen. Als eerste vond ik, na mijn eigen al bekende voorvader Hendrik Berends Pot, de tweede (getrouwde) zoon: Albert Berends Pot, gehuwd met Janna Weites. De vernoeming van hun kinderen klopt: een Berend en een Anna. Maar als Albert sterft, is zijn moeder genoteerd als Veke Men. Wait, what? Veke Men! Dat moest wel een fonetische schrijfwijze zijn, dacht ik zo. Maar al zoekende vond ik een doop in Scharmer: in 1774 laten Berend Pot en Veke Men een zoon Albert dopen. Dus die naam klopte?! Bijzonder.

Toen bleef nog over de ongetrouwde, volwassen zoon. Toch maar weer zoeken op variaties van de vermaledijde Veke Men, dan. En daar kwam ie: Menne Berends Pot, zoon van Feike Mennes en Berend Frans (ja, het zal ook eens consequent zijn, allemaal…) Toen Menne in 1854 overleed waren zijn ouders vermeld als Berend Fransens Pot en Anna Sophia Mennes. En dáár is ze dan: Veke Men! Sophia wordt Feike of Fieke of Veke, en de Anna strookt weer met de overlijdensacte van Hendrik en de vernoemingen van kleindochters. De familienaam Pot komt steeds terug. Volgens mij is dit de correcte oplossing van de Pottenpuzzel!

Berend Pot – (Berent) (Frans, Hendriks, Fransens) geb. circa 1733,  (Lidmaat geworden op belijdenis, Scharmer: Den 14 Septemb. 1810 Scharmer – Heeft belijdenis gedaan van ons geloof, en is daarop tot Lidmaat dezer Gemeente aangenoomen Berend Pot)
Ovl. op 5 november 1810 (Berend Pot, zijnde een arbeider, oud geweest plusminus 77 jaren, ende hier lange jaren gewoond, en drie zoons nagelaten, waarvan twee getrouwd zijn en de derde volwassen, 5 slachtmaand 1810) Scharmer.
Berend had een relatie met en was hoogstwaarschijnlijk in Lippe gehuwd met
Anna (Veke, Feike, Anna Sophia) (Mennes, Men).

Uit deze relatie:

  1. Hendrik Berents Pot, geb. circa 1772 Hertogdom Lippe, Duitsland, daglooner, ovl. (ongeveer 83 jaar oud) op 12 december 1855 (Hindrik Berends Pot geboren in het Hertogdom Lippe, Plaats onbekend, zoon van Berend Pot en Anna (familienaam onbekend) in leven dagloners te Scharmer, beide aldaar overleden.) Scharmer, gem. Slochteren (getuige: Jan Lubberts Postema, 54, landbouwer, Scharmer, Rabbe van Calker, 24, landbouwer, Scharmer; geen bloedverwanten), kerk.huw. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 23 jaar oud) op 5 mei 1793 Scharmer met Engelijna Jans Timmer, dr. van Jan Harms Timmer en Marrechijn Kornelius, geb. Scharmer, ged. Ned.Herv op 6 augustus 1769 Scharmer ovl. (ongeveer 53 jaar oud) op 5 februari 1823 Huis nr. 154, Scharmer (Hendrik Berends Pot, 50, arbeider, man, Gerrit Harms Kuiper, 36, arbeider, Scharmer, nabuur).
  2. Albert Berends Pot, geb. circa 1774, ged. op 24 april 1774 Scharmer, dagloner, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) op 17 februari 1845 Scharmer (Harm Willems Boddema, dagloner, 36, Scharmer, Gerrit Luitjes Huisman, dagloner, 27, Scharmer, geen bloedverwanten), kerk.huw. (resp. ongeveer 32 en ongeveer 35 jaar oud) op 30 maart 1806 Scharmer met Janna Weijtes, (Weijters, Weits, Wieds Weijtens), dr. van Weite Harmannus en Jantje Fritsgers, afkomstig uit Zuidlaren, ged. op 10 maart 1771 Zuidlaren, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) op 13 juli 1841 Scharmer (Harm Willems Boddema, 32, dagloner, Scharmer, Hendrik Jakobs Boelmans, 49, logementhouder, geen bloedverwanten), Janna kerk.huw. (ongeveer 27 jaar oud) (1) op 15 juli 1798 met Klaas Hinderiks. (bruidegom Claas Hindriks van Groningen en Janna Weites van Zuidlaren pro qua Weite Harmannus als vader.Gecopuleerd op het Raadhuis door gecommitteerde uit de municipaliteit. Met belasting tot Haaren Groningen)
  3. Menne Berends Pot, ged. op 12 maart 1780 Scharmer, dagloner op 8 april 1854 Scharmer, ovl. (ongeveer 74 jaar oud) op 8 april 1854 Scharmer (getuige: Joan Diderik Tresling, 54, notaris, Scharmer, geen bloedverwant, Roelf Jans Klunder, 49, zaakwaarnemer, Scharmer, geen bloedverwant).

Bronnen

  1. D Harkstede 1730-1811 (D Harkstede 1730), Type: Doopboek, Archief: Rijks Archief Groningen, Inventarisnr.: 215, doopplaats: Harkstede (24 april 1774)
  2. D (D Scharmer), Type: Doopboek, Archiefnaam: Doop- en Trouwboek Scharmer, Archief: Rijksarchief Groningen, doopplaats: Scharmer, periode: tussen 1721 en 1811 (12 maart 1780)
  3. BS OR (BSO Slochteren), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Slochteren, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Slochteren (17 februari 1845)
  4. BS OR (BSO Slochteren), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Slochteren, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Slochteren (8 april 1854 akte 44)
  5. BS OR (BSO Slochteren), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Slochteren, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Slochteren (15 december 1855 akte 172)
  6. BS OR (BSO Slochteren), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Slochteren, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Slochteren (6 februari 1823 akte 11)
  7. BS HR (BSH Hoogezand), Type: BS Huwelijksregister, Archiefnaam: Huwelijksregister Hoogezand, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Hoogezand (22 juni 1824 akte 20)
  8. Huwelijks Bijlagen Slochteren (HB Slochteren), Type: Huwelijks Bijlagen Burgerlijke Stand, Archiefnaam: Rijks Archief Groningen, Archief: Zoekakten.nl (13 april 1839 akte 19)
  9. BS OR (BSO Slochteren), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Slochteren, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Slochteren (22 juni 1870 akte 97)
  10. D (D Scharmer), Type: Doopboek, Archiefnaam: Doop- en Trouwboek Scharmer, Archief: Rijksarchief Groningen, doopplaats: Scharmer, periode: tussen 1721 en 1811 (6 augustus 1769)
  11. T (T Scharmer), Type: Trouwboek, Archiefnaam: Doop- en trouwboek Scharmer, Archief: Rijks Archief Groningen, Inventarisnr.: 403, trouwplaats: Scharmer, periode: tussen 1721 en 1811 (30 maart 1806)
  12. BS OR (BSO Slochteren), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Slochteren, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Slochteren (17 februari 1845 akte 25)
  13. BS OR (BSO Hoogezand), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Hoogezand, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Hoogezand (16 februari 1885 akte 19)
  14. BS OR (BSO Slochteren), Type: BS Overlijdensregister, Archiefnaam: Overlijdensregister Slochteren, Archief: Rijksarchief Groningen, Akteplaats: Slochteren (4 januari 1845 akte 2)



Niet zo Fijn!

Al een aantal jaren ben ik op zoek naar de voorouders van Stijntje Derks Fijn. Zij is bewezen een dochter van Derk Jans Fijn, geb. op 26 nov 1766 Zuidbroek, ged. op 7 dec 1766 Zuidbroek en Muntendam, schipper, ovl. (25 jaar oud) op 26 jul 1792 Sappemeer, otr. op 12 nov 1791 Sappemeer, kerk.huw. (resp. 25 en ongeveer 28 jaar oud) op 12 dec 1791 Sappemeer en Ellegien Willems Smit, ged. op 6 nov 1763 Sappemeer, schippersche, ovl. (ongeveer 63 jaar oud) op 3 mrt 1827 Sappemeer, otr. (2) op 15 jul 1806 Sappemeer, kerk.huw. (resp. ongeveer 42 en ongeveer 33 jaar oud) op 31 aug 1806 Sappemeer Barent Jans Bakker, geb. in 1773, woont in 1810 Sappemeer Heerenlaan, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) in mei 1810 Sappemeer, begr. op 1 jun 1810 Sappemeer.
Van vader Derk Jans Fijn kan ik vastsstellen dat zijn ouders zijn: Jan (Jannes) Derks Fijn, afkomstig uit Zuidbroek, ged. in okt 1731, Wildervank, schipper, woonde aan de Klapstreek, Zuidbroek; ovl. (ongeveer 44 jaar oud) circa 1776 Zuidbroek, begr. op 12 nov 1776 Sappemeer, kerk.huw. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 27 jaar oud) op 15 jun 1760 Zuidbroek en Muntendam met Stijntje Hindriks (de Jonge), ged. op 31 mei 1733 Sappemeer, ovl. (ongeveer 36 jaar oud) circa 1770 Zuidbroek, begr. Sappemeer.
Daarna loop ik vast. Ik zou ze graag koppelen aan onderstaande familie Fijn, maar tot op heden is dat me niet gelukt.

Over de familienaam: was het een scheldnaam of een toponiem (ergens in het DTB wordt eens een plaats Fienne bij Osnabruck gemeld, ik kan een dergelijke plaats niet vinden)? Fien als in fijn- gelovig lijkt me niet waarschijnlijk, dat past meer bij gereformeerd afgescheidenen en dat was pas in 1847 aan de orde. Of toch? Zie het commentaar van Harry Perton, onderaan deze pagina.

De naam Fijn komt al voor in 1701.
Als beroepsnaam: voor zover ik de familie tegenkom waren het schippers.

Iemand suggesties of nog mooier: bewijzen voor afkomst en naam?

Parenteel van Jan Dercks Fijn, beperkt tot vier generaties.

I. Jan Dercks (Jan Dercks, Jan Fijn, Jan Dercks Fijn, Jan Derks Fijn) Fijn,  woont in op 24  januari  1701 Sappemeer, kerk.huw. (1)  op 16  december  1688 Sappemeer met Grietjen (Greete Lammers) Lammerts,  woont in op 24  januari  1701 Sappemeer.
Uit dit huwelijk:
1. Geesjen Jans, ged. op 4  mei  1690 Sappemeer, volgt IIa.
2. Derck Jans Fijn, ged. op 21  mei  1693 Sappemeer.
3. Lammert Jans Fijn, afkomstig uit Sappemeer, ged. op 22  april  1698 Sappemeer, ovl. circa  17  623, begr. Sappemeer, otr. (1)  op 6  februari  1724 Westerlee, kerk.huw.  op 27  februari  1724 Sappemeer met Stijntien Jans, dr. van Jan Nn  en Hille Jans, geb. Winschoten,  woont op 6  februari  1724 Heiligerlee Kloosterholt, ovl. voor  18  maart  1737, kerk.huw. (2)  op 18  maart  1737 Sappemeer met Aaltje Lucas, kerk.huw. (3)  op 7  december  1742 Sappemeer met Fennigje Harms, afkomstig uit Siddeburen.
4. Jacob Jans Fijn, ged. op 24  januari  1701 Sappemeer.
5. Lukes Fijn, ged. op 20  januari  1704 Sappemeer.
Jan Dercks Fijn, kerk.huw. (2)  op 10  november  1715 Sappemeer met Fennechien Jans, geb. Meppen.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Derks Fijn, geb. circa  1715, volgt IIb.

IIa. Geesjen Jans, (dr. van I), ged. op 4  mei  1690 Sappemeer, ovl. op 27  april  1719 Sappemeer, kerk.huw.  op 10  februari  1714 Sappemeer met Tole Haikes, ovl. op 28  november  1717 Sappemeer.
Uit dit huwelijk:
1. Haike Toles, ged. op 2  december  1714 Sappemeer.
2. Grietien Toles, ged. op 19  december  1717 Sappemeer.

IIb. Jan Derks Fijn, (zn. van I), geb. circa  1715, kerk.huw. (1)  op 15  november  1739 Sappemeer,  woont op 10  februari  1743 Zuidbroek naast de weduwe Duursema,  wonen aan de Klapstreek op 31  oktober  1751 Zuidbroek met Frerikje Ulferts (Olvers) Olferts, dr. van Ulphert Jans  en Aaltje Jansen, ged. op 2  april  1714 Sappemeer.
Uit dit huwelijk:
1. Fennichje Jans, ged. op 13  november  1740 Sappemeer.
2. Olphert Jans, geb. Zuidbroek, ged. op 10  februari  1743 Sappemeer.
3. Aaltie Jans Fijn, ged. op 28  februari  1745 Sappemeer, volgt IIIa.
4. Derkje Jans Fijn, ged. op 2  april  1747 Sappemeer, volgt IIIb.
5. Derk Jans, ged. op 20  juli  1749 Sappemeer.
6. Grietje Jans Fijn, geb. Zuidbroek, volgt IIIc.
7. Lammert Jans, ged. op 1  september  1754 Sappemeer.
8. Jan Jans Fijn, geb. circa  oktober  1757 Sappemeer, volgt IIId.
Jan Derks Fijn, tr. (2)  circa  1782 met Fennigjen Poppes.

IIIa. Aaltie Jans Fijn (Fin Fien), (dr. van IIb), ged. op 28  februari  1745 Sappemeer, ovl. op 11  oktober  1811 Groningen, kerk.huw. (1)  op 1  januari  1771 Sappemeer met Nantje Pieters, schipper, ovl. voor  13  februari  1780.
Uit dit huwelijk:
1. Harmke Nantjes, ged. op 28  november  1773 Sappemeer.
2. Lammert Nantjes, ged. op 3  december  1775 Sappemeer.
3. Freerkje Nantjes Bisschop, ged. op 5  maart  1778 Sappemeer, volgt IVa.
Aaltie Jans Fijn, otr. (2)  op 13  februari  1780 Veendam, kerk.huw.  op 5  maart  1780 Hoogezand met Geert Hendriks Pot, zn. van Hindrik Jans Pot  en Geesjen Geerts, ovl. voor  17  september  1785, (Geert Hendriks tr. (1) met Grietje Jans.).
Uit dit huwelijk:
1. Jan Geerts Pot, ged. op 8  april  1781 Veendam.
2. Geertje Geerts Pot, ged. op 8  december  1782 Sappemeer.
Aaltie Jans Fijn, otr. (3)  op 11  september  1785 Veendam, kerk.huw.  op 17  september  1785 Groningen met Claes Jans (Klaas) de Vries, afkomstig uit Grijpskerk, ovl. voor  11  oktober  1811.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Klaassens de Vriese, ged. op 3  september  1786 Veendam.

IVa. Freerkje Nantjes Bisschop, (dr. van IIIa), ged. op 5  maart  1778 Sappemeer, ovl. op 26  februari  1834 Groningen, tr. met Jacob (Frederika Nantje Bisschop) Roelofs, geb. circa  1772, onderwijzer der jeugd, ovl. op 28  november  1827 Groningen.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje Roelofs, geb. in 1813, werkvrouw, ovl. op 27  februari  1864 Oosterwijtwerd.
2. Elisabeth Roelofs, geb. in september  1820 Groningen, ovl. op 20  juni  1878 Groningen.\

IIIb. Derkje Jans Fijn, (dr. van IIb), ged. op 2  april  1747 Sappemeer, weversche, ovl. op 7  januari  1823 Veendam, tr. met Jan Adam Loorbag (Lobag, Loerbag, Loorbach), geb. circa  1745 Krombach,  Hessen‑ Kassel  [Duitsland], wever, ovl. op 19  december  1822 Veendam.
Uit dit huwelijk:
1. Freerkje Jans Loorbag, ged. op 26  mei  1771 Sappemeer, ovl. vanaf  1822.
2. Christina Jans Loorbag, ged. op 2  mei  1773 Sappemeer, ovl. voor  7  juli  1774.
3. Christina Jans Loorbag, ged. op 7  augustus  1774 Sappemeer, ovl. voor  31  mei  1778.
4. Berent Jans Lohrbach, ged. op 8  oktober  1775 Sappemeer, ovl. vanaf  1822.
5. Kristina Jans Loorbag, ged. op 31  mei  1778 Sappemeer, ovl. voor  16  januari  1780.
6. Christina Lobag, ged. op 16  januari  1780 Sappemeer, ovl. voor  30  september  1781.
7. Kristina Jans Loorbag, ged. op 30  september  1781 Sappemeer, wever, ovl. voor  1822.
8. Adam Jans Loorbach, ged. op 18  januari  1784 Sappemeer, wever, ovl. vanaf  1822.
9. Christiaan Jans (Kristjaan) Loorbag, geb. op 24  mei  1787 Veendam, Wever, ovl. vanaf  1822.
10. Derk Jans Loorbach, ged. op 12  september  1790 Veendam, wever, ovl. vanaf  1822, kerk.huw.  op 26  februari  1816 Veendam met Freerkje Jans Fijn, (dr. van IIId), ged. op 6  september  1789 Sappemeer.
11. Johan Adam (Jan Jans) Loorbach, ged. op 13  april  1794 Veendam, wever, ovl. vanaf  1822.

IIIc. Grietje Jans Fijn, (dr. van IIb), geb. Zuidbroek, ged. op 31  oktober  1751 zuidbroek  en  Muntendam, ovl. op 4  januari  1845 Groningen, kerk.huw.  op 19  maart  1775 Sappemeer met Jan Luitjes, zn. van Luite Jacobs  en Liefke Hindriks, geb. circa  1751 Sappemeer, schipper, ovl. op 6  september  1832 Groningen.
Uit dit huwelijk:
1. Liefke Jans de Groot, ged. op 27  juli  1777 Sappemeer, ovl. op 11  april  1846 Groningen.
2. Freerkje Jans, ged. op 24  januari  1779 Sappemeer.
3. Freerkje Jans de Groot, ged. op 12  maart  1780 Sappemeer, ovl. op 27  december  1850 Groningen.
4. Luitje Jans, ged. op 23  februari  1783 Sappemeer.
5. Jantje Jans, ged. op 29  april  1785 Groningen, volgt IVb.
6. Jan Jans de Groot, ged. op 10  juni  1787 Sappemeer, ovl. op 1  maart  1820 Groningen.
7. Hindrik Jans, ged. op 29  maart  1789 Sappemeer.
8. Hindrik Jans, ged. op 12  december  1790 Sappemeer.
9. Lammert Jans, ged. op 28  juli  1793 Sappemeer.

IVb. Jantje Jans, (dr. van IIIc), ged. op 29  april  1785 Groningen,
een zoon:
1. Frederik Fijn, ged. op 20  maart  1810 Groningen, scheepstimmerman, ovl. op 17  maart  1846 Wildervank, kerk.huw.  op 20  mei  1833 Wildervank met Antje Okkes de Jonge, ged. op 10  mei  1807 Wildervank, ovl. op 20  februari  1846 Wildervank.

IIId. Jan Jans Fijn, (zn. van IIb), geb. circa  oktober  1757 Sappemeer, zeeman, ovl. op 11  september  1832 Sappemeer, tr. met Zwaantje Machiels Dekker, geb. circa  1756, ovl. op 21  april  1820 Sappemeer.
Uit dit huwelijk:
1. Michiel Jans Fijn, ged. op 4  november  1787 Sappemeer.
2. Freerkje Jans Fijn, ged. op 6  september  1789 Sappemeer, tr. met Derk Jans Loorbach, (zn. van IIIb) (zie IIIb).
3. Pieter Jans Fijn.
4. Jan Jans Fijn.
5. Grietje Jans Fijn.

Bron: Groninger Archieven

Van Harry Perton (@Gelkinghe) ontving ik via Twitter de volgende reactie (27-01-2022):

De bij- en scheldnaam ‘Fiene’/’Fijne’ voor bevindelijk-gereformeerde zwartkousen komt al in de eerste decennia van de 18e eeuw voor. Bij de twisten tussen aabhangers en tegenstanders van Schortinghuis bv., rond 1740, valt die term nogal eens in Oldambtster kerkeraadshandelingen
Familienaam Fijn: https://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/detail_naam.php?gba_lcnaam=fijn&gba_naam=Fijn&nfd_naam=Fijn&operator=eq&taal=
Familienaam Fien: https://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/detail_naam.php?gba_lcnaam=fien&gba_naam=Fien&nfd_naam=Fien&operator=eq&taal=.
Een ander scheldwoord, dat er dichtbij zat, was fymelaar (of futzelaar, later femelaar): https://books.google.nl/books?id=JIa8dSHYAP8C&pg=PA159&dq=Fymelaar&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwj7vau-_tH1AhWFzaQKHRE6Aq8Q6AF6BAgHEAI#v=onepage&q=Fymelaar&f=false




Parenteel van Adolph Rix

Resultaat van een klein onderzoekje; niet uitputtend, maar misschien komt het iemand van pas.

Generatie I

I. Adolph Rix, geb. Ercklens,  Gelderland, (was dit wellicht Erkelenz, NRW?) korporaal onder kapitein Groothuis,  (soldaat onder de heer Capitein Groothuis op 29  maart  1712 Groningen,  woont in 1716 Delfzijl,  korporaal onder capitein Groothuis op 1  april  1716) te Groningen, kerk.huw.  op 29  maart  1712 Groningen,  (getuige: Capt. Groothuis, praesent;
Jan Koninck voor bruid, daartoe verzocht) met Anna Margareta Pieters, geb. Groningen.
Uit dit huwelijk:

  1. Balthasar Rix, ged. op 8  januari  1713 Bergen  op  Zoom, volgt II.
  2. Susanna Christina Rix, ged. op 1  maart  1716 Delfzijl.
  3. Elisabeth Rix, ged. 11 april 1717, Groningen, geboren Brede Gang bij het Schuitendiep

kerk.huw. (2)  op 8  januari  1723 Coevorden
met Lubarta (Labrata Adolfs, Lubarta Reux) Arents, geb. Coevorden.
Uit dit huwelijk:

  1. Hendericus Rijx, geb. Groningen, ged. op 28  maart  1726 Groningen.
  2. Gerhardus Reux, ged. op 18  juni  1730 Lieroord.
  3. Daniel Rieks, ged. op 20  juli  1738 Groningen.

Generatie II

II. Balthasar Rix, (zn. van I), ged. op 8  januari  1713 Bergen  op  Zoom,  getuige: Georgius Kerckmaijer, Adriana Brevil, Anna Elisabeth Rex, kerk.huw. (1)  op 6  oktober  1737 Westerlee  en  Heiligerlee met Geesien Aaldrigs, woonachtig te Westerlee, (Geesien tr. (1) met Jan Dideriks.).
Balthasar Rix, kerk.huw. (2)  op 5  augustus  1742 Oude  Pekela met Hilligjen Jans Kleve, geb. Pekel  A, (Hilligjen Jans tr. (1) met Harm Lodewijks Veltrop.).
Uit dit huwelijk:

  1. Adolph Rix, geb. Groningen, ged. op 31  juli  1744 Groningen. Ovl. Voor 1747.
  2. Adolph Rijckx, ged. in 1747 Oude  Pekela. Ovl. Voor 1758

Balthasar Rix, kerk.huw. (3) op 11 november 1757 Oude Pekela met Liefke Tjarks, afkomstig uit Winschoten.
Uit dit huwelijk:

  1. Adolph Rix, ged. op 30  juli  1758 Oude  Pekela, volgt IIIa.
  2. Tjark Rix, ged. op 16  november  1760 Oude  Pekela.
  3. Marten Rix, ged. op 4  april  1762 Oude  Pekela.
  4. Eltje Rix, ged. op 4  augustus  1765 Oude  Pekela.
  5. Margriete Rix, ged. op 23  november  1766 Oude  Pekela.
  6. Paul Baltes Rix, geb. circa  1770, volgt IIIb.

Generatie III

IIIa. Adolph Rix (Rijks), (zn. van II), ged. op 30  juli  1758 Oude  Pekela, kerk.huw.  op 9  juli  1780 Oude  Pekela met Willemijna Jans, afkomstig uit Bellingwolde.
Uit dit huwelijk:

  1. Liefke Adolfs, ged. op 2  juni  1782 Oude  Pekela.
  2. Jan Adolphs Rix, ged. op 7  december  1783.
  3. Liefke Rix, ged. op 25  september  1785 Oude  Pekela, ovl. voor  1789.
  4. Baltes Adolphs Rix, geb. op 26  augustus  1787 Oude  Pekela, ged. op 2  september  1787 Oude  Pekela.
  5. Liefke Adolfs, geb. op 25  augustus  1789 Oude  Pekela, ged. op 30  augustus  1789 Oude  Pekela.
  6. Tjark Adolfs Rix, geb. op 15  juni  1792, ged. op 24  juni  1792 Oude  Pekela.
  7. Wendelke Rix, geb. op 14  mei  1796 Oude  Pekela, ged. op 21  mei  1796 Oude  Pekela.
    IIIb. Paul Baltes Rix, (zn. van II), geb. circa  1770, begr. op 30  augustus  1808 Oude  Pekela, tr. met Harmanna Tobias, dr. van Tobias Willems  en Janna Jans, geb. op 10  juni  1778 Westerlee, ged. op 14  juni  1778 Westerlee  en  Heiligerlee, ovl. op 6  juni  1823 Oude  Pekela, (Harmanna tr. (2) met Jan Berends Lowijs.). Uit dit huwelijk:
  8. Baltes Pauls, geb. op 12  mei  1801 Oude  Pekela, ged. op 18  mei  1801 Oude  Pekela, ovl. voor  10  december  1805.
  9. Tobias Rix, ged. op 13  november  1803 Oude  Pekela, volgt IV.
  10. Baltes Pauls, geb. op 10  december  1805 Oude  Pekela, ged. op 15  december  1805 Oude  Pekela, begr. op 10  maart  1810 Oude  Pekela.
  11. Pauwelina Rix, geb. op 19  februari  1809 Oude  Pekela, ged. op 26  februari  1809 Oude  Pekela, begr. op 21  maart  1810 Oude  Pekela.

Generatie IV

IV. Tobias (Tobias Paules Riks) Rix, (zn. van IIIb), ged. op 13  november  1803 Oude  Pekela,  boerenknecht in 1833,  woont op 3  mei  1833 Jipsinghuizen, ovl. op 18  mei  1868 Oude  Pekela, tr.  op 3  mei  1833 Vlagtwedde met Zwaantijn Christiaans Bomekamp, geb. in 1804 Vlagtwedde, ovl. op 8  januari  1864 Vlagtwedde.
Uit dit huwelijk:

  1. Harmanna Rix, geb. op 3  mei  1845 Vlagtwedde, ovl. op 1  juli  1904 Beerta.
  2. Christiaan Rix, geb. op 2  november  1839 Vlagtwedde, volgt V.
  3. Trjntje Rix, geb. op 26  augustus  1834 Vlagtwedde, ovl. op 12  september  1901 Vlagtwedde.
  4. Harmannus Rix, geb. op 14  februari  1837 Vlagtwedde, ovl. op 17  februari  1890 Tange.

Generatie V

V. Christiaan Rix, (zn. van IV), geb. op 2  november  1839 Vlagtwedde, rijkscommies,  Rijkscommies op 6  maart  1867 Wedde,  commies op 17  januari  1869 Ter  Apel,  woont circa  11  mei  1876 Uithuizermeeden,  woont voor  24  oktober  1893 Veendam,  commies bij Rijksbelasting op 10  augustus  1895 Hoogeveen (bron: huwelijk zoon Theodorus Rix, Wildervank),  woont Ike Winter (zie V) voor  27  juni  1899 Hoogeveen,  woont na  27  juni  1899 Wildervank, ovl. op 9  december  1916 Wildervank, tr.  op 6  maart  1867 Wedde met Ike Winter, dr. van Hindrik Jacobs Winter  en Sietske Berends Hamster, geb. op 27  juni  1841 Bellingwolde,  woont Christiaan Rix (V) voor  27  juni  1899 Hoogeveen, ovl. op 23  juli  1917 Veendam.
Uit dit huwelijk:

  1. Sieka Zwaantina Rix, geb. op 27  april  1867 Vlagtwedde, ovl. op 8  augustus  1868 Ter  Apelkanaal.
  2. Theodorus Rix, geb. op 17  januari  1869 Ter  Apel,  boekbinder in 1914 Veendam, ovl. op 2  juli  1914 Veendam, tr.  op 10  augustus  1895 Wildervank met Roelfina Bieze, geb. circa  1872 Stadskanaal.
  3. Sieka Rix, geb. op 6  mei  1875 Ter  Apel, ovl. op 11  mei  1876 Uithuizermeeden.
  4. Sieka Zwaantina Rix, geb. op 4  december  1877 Uithuizermeeden, ovl. op 18  december  1958 Utrecht.



De Beere

(Beer, De Beer, De Bere, Lubben, Lubbing)

Hindrik Geerts in Pekela was onverbeterlijk. Dat wordt althans beweerd in één van de officiële stukken die zijn zoon Geert bij zijn huwelijk overlegde. “Hindrik Geerts de Beere behoeft geen certificaat van Zijn Edele den Heere gouverneur omredenen hij wegens incorrigibel gedrag is ontslagen.” Tuchthuis, verbanning, het zal Hindrik niet op het juiste spoor gebracht hebben. Zijn familienaam De Beere werd in 1799 als zijn bijnaam gemeld: Hindrik Geerts of de zogenoemde Beer. Hij, Hindrik Geerts, 30 jaar oud, geboren in de Wildervank, werd in dat jaar veroordeeld tot verbanning, wegens het roepen van ‘Oranje Boven’ (en meerdere niet nader omschreven ‘uijtdagende en honende’ uitdrukkingen) in het huis van kastelein en bakker Derk Hindriks. Hindrik kon het vermoedelijk niet echt veel schelen. Bij zijn belediging had hij namelijk geroepen dat er al meer half- of kalfbroers van hem in de toren gevangen zaten, daar moesten ze hem maar bij zetten! Op 16 augustus 1799 gelastte de Wedman van Winschoten inderdaad de overbrenging van Hindrik Geerts, in de Nieuwe Pekela wonende, naar de gevangenen toren van Zuidbroek. Dat lukte niet direct: Hindrik Geerts maakte zich uit de voeten, maar een klein half jaar later, op 22 februari 1800 was hij dan toch het haasje en werd hij overgebracht naar Zuidbroek. Op 26 maart werd hij voor een jaar verbannen, àlsook uit de streek Wedde en Westerwolde. Zou hij zich toch vertonen in het voormalige gewest Stad en Lande, dan wachtte hem alsnog het tuchthuis in Groningen met de daarbij behorende handarbeid. Hij werd ook veroordeeld in de kosten van het proces. Ik ben hem na deze tijd niet weer tegengekomen in de rechterlijke archieven.

Hindrik Geerts de Beere (de Beer), geb. tussen 1761 en 1769 vermoedelijk Wildervank, arbeider, woont huis 312, Nieuwe Pekela op 20 maart 1812, ovl. op 3 maart 1839 Nieuwe Pekela, (getuige: Teunis Hindriks Blaak, 65, landgebruiker; Jan Jans Zuidema, 44, landgebruiker, beide naburen te Nieuwe Pekela) otr. in juli 1794 Wildervank, kerk.huw. op 2 augustus 1795 Nieuwe Pekela met Anna Harms Hannover, geb. circa 1764, woont huis 312, Nieuwe Pekela op 20 maart 1812, ovl. op 5 februari 1839 Nieuwe Pekela, (getuigen: Derk Jans Bot, 46, arbeider; Willem Abrahams de Groot, 39, arbeider, beide te Nieuwe Pekela en naburen).
Uit dit huwelijk:

  1. Geert Hindriks de Beere, geb. op 29 september 1796 Nieuwe Pekela, ged. op 9 oktober 1796 Nieuwe Pekela, ovl. op 28 oktober 1866 Nieuwe Pekela, tr. (1) op 23 mei 1818 Nieuwe Pekela met Marchien (Margien) Harms Warta, dr. van Harm Davids Warta en Marchien Hindriks, geb. op 5 november 1786 Nieuwe Pekela, ged. op 5 november 1786 Nieuwe Pekela, ovl. op 28 januari 1859 Nieuwe Pekela, (Marchien tr. (1) met Nn.), tr. (2) op 18 februari 1860 Nieuwe Pekela met Margaretha Voordewind, dr. van Jurjen Hindriks Voordewind en Stientje Heres Kamminga, geb. op 14 oktober 1830 Nieuwe Pekela, zonder beroep, ovl. op 22 november 1908 Nieuwe Pekela.
  2. Trientje Hindriks de Beere (Lubbing Lubben), geb. op 17 november 1799 Nieuwe Pekela, ged. op 1 december 1799 Nieuwe Pekela, woont aan de Noorderkolonie, ovl. op 11 november 1874 Nieuwe Pekela, (getuige: Geert Norder, 35, arbeider; Kornelis Norder, 56, arbeider; beide naburen te Nieuwe Pekela), tr. op 5 maart 1831 Nieuwe Pekela, (getuige: Jan Boelens, 72, landgebruiker; Halbe Pijbes, 42, koopman; Wilhelmus van der Laan, 42, gemeentebode; Hindrik Eppes Bakker, 23, veldwachter; allen wonende te Nieuwe Pekela) met Boele Derks Norder, zn. van Derk Jans Norder en Hinderkien Jans, geb. op 15 april 1807 Nieuwe Pekela, woont aan de Noorderkolonie, ovl. op 21 mei 1886 Borger, (getuigen: Roelof Strijker, 44, armvader; Evert Bakker, 64, wever; beide te Borger en bekenden van de overledene).
  3. Harm Hindriks de Beere, geb. op 11 september 1802 Nieuwe Pekela, ged. op 19 september 1802 Nieuwe Pekela, arbeider, woont in ongenummerde hutte in de Noorder Kolonie op 23 mei 1857 Nieuwe Pekela), ovl. op 5 maart 1875 Nieuwe Pekela, tr. op 21 maart 1824 Nieuwe Pekela, (getuige: Jan Harms Koiter, 67; Jan Boelens, 65; beide leden van de Gemeenteraad; Wolterus Johannes Kuen, (tekent Keun) 41, veldwachter, allen wonende in de Nieuwe Pekela) met Marchien Derks Norder, dr. van Derk Jans Norder en Hinderkien Jans, geb. in 1803 Nieuwe Pekela, ovl. op 28 januari 1852 Nieuwe Pekela.
  4. Zwaantje Hindriks de Bere, geb. op 31 maart 1805 Nieuwe Pekela, ged. op 15 april 1805 Nieuwe Pekela, ovl. op 3 augustus 1814 Nieuwe Pekela, (getuige: Hinderk Jans de Veen, 27, arbeider; Jan Hinderks Drenth, 21, arbeider; beide naburen van ‘t sterfhuis).
  5. Derk Hindriks de Beere, geb. op 28 februari 1808 Nieuwe Pekela, ged. op 13 maart 1808 Nieuwe Pekela, ovl. vermoedelijk voor 1811.
  6. Berlijntje Hindriks, geb. op 10 december 1810 Nieuwe Pekela, ged. op 16 december 1810 Nieuwe Pekela, woont huis 312, Nieuwe Pekela op 20 maart 1812, ovl. op 18 maart 1812 Nieuwe Pekela.

Bronnen:

Rijksarchief Groningen, 731.5982

www. allegroningers.nl

https://rijksmonumenten.nl/monument/31625/hervormde-kerk-2-hervormde-kerk-vrijstaande-klokkentoren/zuidbroek/

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Toren_-Zuidbroek20225321RCE.jpg#/media/Bestand:TorenZuidbroek20225321-_RCE.jpg



Da’s een das!

Gieten, 1836

Nu de Friezen een hek om hun provincie willen om wolven te weren, maakt een terugblik duidelijk dat de Drenten vroeger ook niet blij waren met wolven. Maar ook niet met dassen, naar blijkt. Of de das zich werkelijk met schapenbloed voerde?

Hier een citaat van das en boom

Dassen zijn alleseters, anders dan zijn zeer krachtige kaken zouden doen vermoeden. Want daarin lijkt hij op wolven of beren, die hun prooi met grote kracht en vasthoudendheid moeten overmeesteren. Voor zijn hoofdvoedsel, regenwormen, insecten, slakken, bessen en graan, lijkt die geweldige bijtkracht tamelijk overdreven.
Het vermoeden bestaat dan ook, dat dassen zich ooit, net als zijn Noord Amerikaanse broer en net als de veelvraat, toelegde op het volgen van grote roofdieren. Dassen wachtten toen rustig af, totdat deze een prooi van formaat gedood hadden, om vervolgens in actie te komen.

De das is een opportunist en past zich aan aan het aanbod, dat per seizoen en streek varieert. Zo bestaat in september en oktober een groot deel van het dagelijks menu uit mais en valfruit. Ook in die periode eten ze veel insectenlarven, die dan vlak onder het mailveld leven. Vooral in de wintermaanden, wanneer het niet vriest, bestaat het grootste deel van zijn voedsel uit regenwormen.

Mogelijk hebben de Gietenaren destijds toch een tikkeltje overtrokken gereageerd, net als nu de Friezen…

Bronnen:

www.delpher.nl

https://www.dasenboom.nl/index.asp?pa_id=35




Twitter anno 1805? Vervloekte Lasterzucht!

Ik ben die ik ben en noeme mij Timon Veltman

Timon Veltman leed ontegenzeggelijk door de praatjes die over hem de ronde deden en maakte vervolgens van zijn hart geen moordkuil. Snode vagebonden, die hij voor berovers en lasteraars houdt, spreekt hij aan via een annonce in de Groninger Courant. Degenen die het betroffen zullen zich aangesproken hebben gevoeld. Helaas of gelukkig zullen wij nooit de (smoezelige?) details van de affaire kennen.

Timon Veltman, zn. van Timon Veltman en Hendrikjen Jacobs, geb. bij de Herebrug Groningen, ged. op 22 oktober 1758 in de Martinikerk te Groningen, commissionair op 15 december 1814 Groningen, ovl. op 24 oktober 1818 op de Nieuwe Stad, nr 45, kanton 2 Groningen, overleden echtgenote Mina Wolesius
(getuigen Pieter Schoutendorp, zb, 53 jaar en Jan Mulder, borstelmakersknecht, beide alhier woonachtig)
otr. (1) op 22 mei 1779 Groningen, tr. Zuidlaren 13-6-1779, ondertrouwdatum: 20-5-1779; Bruidegom: Tijmen Veltman, Jongeman; herkomst: Groningen; woonplaats: Anloo, Bruid: Ida Meursinge, Jongedochter; herkomst: Eext; woonplaats: Anloo . (Voor Ida Meursinge uit Eext: Harmen Hamming als stedevader,met belastinge te Anloo) met Ida Meursing, dr. van Bronne Meursingh en Aaltje Altingh, geb. Eext, ged. op 20 september 1745 Anloo, ovl. circa 2 maart 1782 Breukdodenboek, verhuur lijklakens Martinikerk Groningen.

Uit dit huwelijk:

  1. Bronne Veltman, geb. Groningen voor Herepoort, ged. op 17 februari 1782 A-Kerk Groningen v. Tijmen Veltman, ovl. op 28 maart 1862, Rolde.

“Bron Veldman” was in 1826 beestenhoeder en woonde in Rolde, huis 128, waar ook Thij Lensing, arbeider, geboren 1874 woonde. Datum ondertrouw: 08-12-1805, datum aangifte: 22-12-1805. Hij was gehuwd met Hillegien Berends van Bos, en ze hadden ten minste een dochter Ida, geboren op 28-9-1806, Rolde, overleden op 7-11-1863 te Hijken. Gehuwd met Geert Piel en een dochter Hinderika doop 11-5-1809, Rolde.

  1. Harmen Hamming Veltman, ged. op 21 maart 1780 Groningen.

otr. (2) op 3 april 1784 registratie ondertrouwboek Groningen, kerk.huw. op 16 mei 1784 Westerbroek
met Willemina Woelesius, geb. Westerbroek, (voor de bruid: Detmer Wijbeling, als daartoe verzocht. A-kerk, met belastinge te Westerbroek. Hiertoe attestatie verleend) woont op 15 december 1814 in de Nieuwe Compagnie onder Kropswolde, boerin op 15 december 1814 te Nieuwe Compagnie, ovl. vermeld bij doop dochter Willemina, moeder overleden Groningen, begr. op 7 juli 1790 (Register van de opbrengsten uit de verhuur van lijklakens uit de Martini kerk 1783-1793.)
Uit dit huwelijk:

  1. Harmanna Timons Veltman, geb. Groningen Herestraat, ged. op 11 maart 1785 Groningen.
  2. Hilligje Timons Veltman, geb. Groningen bij Herebrug, ged. op 7 februari 1787 A-kerk Groningen.
  3. Hinderika Veltman, geb. circa 1789 Groningen, ovl. op 8 mei 1831 Steentilstraat 52 Groningen, tr. met Jelte Hoppinga, Tapper en winkelier.
  4. Willemina Timons (Wilhelmina Timans Veltman) Veltman, geb. Herestraat Groningen, ged. op 14 juli 1790 moeder overleden Groningen A-kerk, ovl. op 25 januari 1862 Windeweer, tr. op 15 december 1814 Hoogezand-Sappemeer met Jan (Jan Klaassens Tolner) Tolner, zn. van Klaas Tolner en Geertruit Geerts, ged. op 14 maart 1790 Anloo, boerenknecht, ovl. op 9 maart 1827 dagloner Windeweer.

relatie (3)
met Hillegien Swartwold, Mutsenmaker.
Geen huwelijk.Timen was een onechte zoon van Hillegien Swartwold. Daar zij haar kind volledig vernoemd heeft, neem ik voor waar aan dat Timon Veltman de vader is.

Uit deze relatie:

  1. Timen Veltman, geb. circa 1794, kuiper, huwt in 1829 met Geeske Oldringa.
  • Bronnen:
  • www.allegroningers.nl
  • www.delpher.nl
  • www.alledrenten.nl