Sto(c)koud in Oude Pekela

Verstockt

Het krantenbericht hierboven verhaalt over een een familie Verstock waarvan de leden nogal oud worden. Een viertal broers en zusters is samen 331 jaar oud, gemiddeld ruim boven de tachtig, dus. Blijkbaar was dat best bijzonder, een eeuw geleden. Toch was dat niet de reden dat het bericht me interesseerde. Ik werd getriggerd door de naam Verstock. Opgegroeid met het lawaai van geklink en gehamer van de scheepswerven in Martenshoek, zei dat me wel iets. De genoemde familie Verstock heet eigenlijk Verstockt, en is als scheepsbouwer onderdeel van de maritieme historie van Hoogezand.
Jacobus, de 76-jarige uit het krantenbericht, was smid en de oprichter van de scheepswerf Verstockt. Zijn beide zoons, Gerardus Josephus (Geert) en Johannes Baptist Gerardus (Johannes) namen het stokje over en hebben heel wat schepen afgeleverd.
De eerste Verstockt (Joannes Baptista Verstoght) bewoog zich in een heel andere arbeidssfeer. Bij de geboorteaangiften van zijn kinderen tussen 1812 en 1819 in Oude Pekela was zijn beroep haarsnijder. Toen hij in 1835 stierf, werd als beroep inlands kramer ingevuld; bij het overlijden van zijn weduwe in 1859 werd hij als hoedenmaker opgevoerd. Zijn drie zonen belandden allemaal in de scheepssector: Josephus werd smid, Andreas werd zeeman en Jacobus werd smid èn scheepsbouwer.

Hieronder een kleine genealogie.

Meer info over de scheepswerven en met name Verstockt vindt u in het filmpje van Beno Hofman: https://www.youtube.com/watch?v=0CjPMaFIyDY

Genealogie van Joannes Baptista Verstockt

Generatie I

I. Joannes Baptista Verstockt (Jan Baptiste, Jan B. Verstokt (1815), Jan Verstok (1837) Verstocht, Verstok Verstoght), geb. 3-7-1763 (register stemgerechtigden Oude Pekela), haarsnijder tussen 12 januari 1812 en 24 april 1819 te Oude Pekela, ovl. op 5 november 1835 te Oude Pekela, (beroep inlandse kramer), kerk.huw. op 4 mei 1801 met Fransisca Elisabeth Buining (Buinings, Bennings), geb. circa 1780 Bergen op Zoom, winkelierster, ovl. op 21 september 1859 te Martenshoek. (overleden echtgenoot hoedemaker)

  1. Maria Christina Verstocht, geb. in 1802, ovl. op 15 april 1896 Nieuwe Pekela.
  2. Anna Catharina Verstok, geb. in 1804 Oude Pekela, ovl. op 3 oktober 1883
  3. Andreas Bernardus Verstok, ged. op 10 december 1809, getuige Anna Catharina Verstok, Oude Pekela, zeeman, ovl. tussen 31 mei 1857 en 14 maart 1860 ( In de huwelijksacte van Maria Geziena Verstok 7-5-1822, wordt haar vader Andreas als de “afwezige schipper”.. vermeld. Bij het huwelijk van Maria Regiena Christina Verstok staat dat haar vader zeekapitein was en op zee verongelukt is.)
  4. Josephus (Josebus Nicolaas Verstok) Verstockt, geb. op 12 januari 1812, smid. Josef woonde in bij Kasper Cordes, smid te Hoogezand, als smidsknecht 1850-1859. Josephus ovl. op 15 oktober 1895 ongehuwd, letter A, 93 Martenshoek, getuige: Gerardus Josephus Verstockt (III), zijn neef Johannes Wijnandus Boerma, scheepbouwer, 43, nabuur.
  5. Theresia Maria Verstokt, geb. op 5 december 1815 Nieuwe Pekela, ovl. op 31 december 1900 Oude Pekela.
  6. Jacobus Fransiscus Verstockt, geb. op 24 april 1819 Nieuwe Pekela, volgt II.

Generatie II
II. Jacobus Fransiscus Verstockt, (zn. van I), geb. op 24 april 1819 Nieuwe Pekela, smid op 30 april 1846 Hoogezand, ovl. op 17 augustus 1902 Martenshoek, tr. met Hinderika Elisabeth Bodewes, dr. van Geert Joestens Bodewes en Geertruida Wijnkes Bijlholt, geb. op 7 oktober 1822 Martenshoek, ovl. op 28 mei 1858 Martenshoek.
Uit dit huwelijk:

  1. Johannes Baptist Gerardus (Johannes) Verstockt, geb. op 13 maart 1847 Martenshoek, ovl. op 2 april 1920 ongehuwd Martenshoek https://www.marhisdata.nl/werf&id=2362.
    Begin 1900 woont Johannes in het huis letter A, 128. Hij is het hoofd van het gezin, zijn vader woont bij hem in evenals een neef, Johannes Gerhardus Broerken, scheepsbouwersleerling, 3-5-1844; Ook is er een inwonend dienstmeisje, Geertje Huisman, 15-1-1863.
    In de periode 1910 – 1920 is alleen Geertje Huisman nog inwonend, als huishoudster. adres G 145. Zij is later huishoudster bij broer Gerardus (II.6)
    ( Overledene Geertje Huisman leeftijd 94 jaar, geboren te Hoogezand, overleden op 11-10-1957 te Westerbroek gem. Hoogezand-Sappemeer. Vader Klaas Pieters Huisman Moeder Trijntje Oomkes Mulder).
  2. Geertruida Margaretha Elizabeth Verstockt, geb. op 25 oktober 1848 Westerbroek, ovl. op 20 april 1916 Groningen.
  3. Johannes Gerardus Verstockt, geb. op 5 juli 1850 Martenshoek, ovl. op 18 juli 1850 Martenshoek.
  4. Elisabeth Francina Verstokt, geb. op 7 november 1851 Martenshoek, ovl. op 13 mei 1917 Groningen.
  5. Margaretha Johanna Verstockt, geb. op 25 januari 1854 Martenshoek, ovl. op 26 februari 1925 Foxholsterbosch.
  6. Gerardus Josephus Verstockt, geb. op 4 juni 1856 Martenshoek, volgt III.
  7. Hinderika Maria Johanna Verstockt, geb. op 8 mei 1858 Martenshoek, ovl. op 13 augustus 1858 Martenshoek.

Generatie III
III. Gerardus Josephus (Geert) Verstockt, (zn. van II), geb. op 4 juni 1856 Martenshoek, scheepsbouwmeester (bij huwelijk), scheepsbouwer, overlijdensgetuige van Josephus Verstockt (zie I) zijn oom op 15 oktober 1895, ovl. op 16 april 1945 Westerbroek, tr. op 20 november 1884 Hoogezand met Elisabeth Creutsman, dr. van Hinderikus Creutsman en Anna Rammelaar, geb. op 17 april 1854 Kropswolde, ovl. op 9 juni 1941 Martenshoek, begr. RK begraafplaats Foxham Martenshoek.
Uit dit huwelijk:

  1. Anna Henderika Verstockt, geb. op 23 oktober 1886 Martenshoek, ovl. Zij is overleden op 5 maart 1973 in Assen, zij was toen 86 jaar oud. (Bron: Fischer-Sandker Groningen-Drenthe-Emsland » Anna Henderika Verstokt (1886-1973) https://www.genealogieonline.nl/genealogie-fischer-sandker/I61554.php.)
  2. Jacobus Johannes Verstockt, geb. op 7 februari 1888 Martenshoek, ovl. op 1 augustus 1888 Martenshoek.
  3. Henderika Elisabeth Verstokt, geb. op 12 december 1889 Martenshoek, ovl. op 20 januari 1918 Martenshoek.

Bronnen:

  • www.allegroningers.nl Rijksarchief Groningen
  • www.delpher.nl
  • www.familysearch.org
  • www.youtube.com Beno Hofman #BenosStad #OOGGroningen #Groningen Werf Verstockt – Beno’s Stad 193 (11-11-2004)
  • https://historischarchief.midden-groningen.nl/
  • www.marhisdata.nl Stichting Maritiem Historische Data



Morsdood

Johann Berend Nuningmöller, uit Hazenwinkel* in Munsterland, matroos van Capitein A. Arends, ‘t Cofschip de Trouw, uit de mast of van de Rae gevallen en morsdood.

* https://nl.wikipedia.org/wiki/Harsewinkel

Bron: allegroningers.nl




Persoonskaart van Geeske Bulters

Wedde, Protocol van verzegelingen, nr. E1-2, Jan. 1696-1729 Juni

29-5-1705

Geeske Bulters
tr. (1)
met Riemt Nn, ovl. voor 29 mei 1705.
Uit dit huwelijk:

  1. Ockijn Riemts.

tr. (2)
met Abel Geerdts, ovl. voor 29 mei 1705
Uit dit huwelijk:

  1. Geerdt Abels.
  2. Conraat (Conraad, Conraedt) Abels.
  3. Jan Abels

Dochter krijgt 600 Caroligulden na overlijden moeder. Erfenis in tweeëen: één deel gelijkelijk tussen de drie broers uit tweede huwelijk; één deel gelijkelijk tussen de vier kinderen uit beide huwelijken.




Wedde – een paar akten

Beetje rommelend in de court records op familysearch, transcriptie, gestart op eerste pagina, to whom it may concern:

Berent Aldringa Joncker en Hovelinck tot Wirdum, Loppersum, Garmerwolde, Tesinghe, ten Buijer, St. Anne, en in Westerdeel Langewoldt , Drost der Heerlijckheid Wedde, Westerwoldinghelandt, Bellinghwolde, Blijham, Pekel A, met diens angehorige Fortressen doet kundt en betuige met desen open verzegelden brief…

⦁ Focko Luitjes en Martjen Meinders cederen de erfenis van Wilt Hindrick Geerts, zoon van Wilt Geert Hindricks en Aelke Aeijlkens; aan Derck Egberts nomine uxoris in Blijham voor twee derde parten, Eltje Jacobs nomine uxoris in Pekel A voor resterende derde part; voor een bedrag van 450,– caroliguldens, 21-1-1696
⦁ Adde Sijbes, voor zichzelf en met volmacht voor zijn zuster, Bellingwolde draagt over aan Aijte Harrems, een zeker stuk land op de Ham gelegen, zwettend aan Hessen Tonnis ten W; de Aa ten N,; de ontvanger Eeck[esteijn] ten O; en de koper zelf ten Z. Koopsom 800, — caroliguldens 10-4-1696
⦁ Jan Wessels, Berend Wessels en Frans Franssens, erfgenamen van zal. vader Wessel Berends; ter ener, en de Mstr. Haije Heckmans verkopen behuizinge en grond, beklemd op Heer Clant van Hanckema, benevens de wendakker en de barghakker van Carelsbrugh in waren eigendom alsmede een legerstede op het kerkhof. eerste 350,- betalen in termijnen. 11-8-1695
⦁ Wijger Hindricks in Pekel A namens hem en zijn erfgenamen draagt over aan Derk Tabingh en Geert Jans Dreuge eveneens in Pekel A, een lot veen aan de zuidkant van de Pekel, met daarop de behuizing zoals Wijger in gebruik heeft, zwetteb: Pieter Jans Schuiringh ten W; en Eltje, de weduwe Wilt Pieters Jacobs ten O; 992 Caroli guldens. De zoon van de verkoper Reinder Wijgers staat borg. 15-1-1696
⦁ Lijsebeth wed van Berent Berents, en haar zoon Berent Berents verkoopt aan de proviandmeester Johan van [Baten] 21,5 deimt land gelegen in Blijham; zwettend aan Pekel A ten N; Mucke Jans ten O, de scheiding met Lutje Loo ten Z; Lucas Haselhoff ten W. 2050 Caroli guldens 30 juni 1693
⦁ Pieter Jans en ev Gartje Berents, verkopen een huis in Blijham, aan Feije Herens en desselfs erfgenamen, staande op Tjarcke Luppens nomine uxoris grond; zwettend aan de Blijhamster weg ten O; de versche Dijk ten Z; en Lucas Haselhofs huis ten noordwesten; 340 caroli guldens, 20-7-1694
⦁ Peter Jans Everts en Gartje Berents hebben een schuld aan Lucas Haselhoff en Eltijn Elzes zijn hv; 150,– boven een verzegeling van 250,– uit 1692
⦁ Lucas Haselhoff verkoopt aan Hindrik Berents Hovinck een huis en land in Blijhammer Westereinde, Harmen Christiaans B[ei]hausen ten N; Jan Cruijse ten Z, door Gerrit Roelfs meijerwijse gebruikt; 556 Caroli gld; 23-10-1696
⦁ Jan Mennes en hv Nantje Berents en Jan Hitjes en ev Grietje Eenes verkopen aan hun neef Berent Geerts en zijn hv Lucretia Haselhoff zekere landerijen in Blijham zoals die onder het huis van Berent Geerts in beklemming liggen; Focke Sijbers heerd ten O; Jan Aeijlts ten W; de erfgenamen Loewert Bouckes, ten Z, strekkende van het Zijldiep, veenwaerts; met nog hun deel in de zes akkers zoals de koper gebruikt en ook onder zijn huis beklemd ligt, Mathias Haickes, ten O; Loewert Bouckes erven ten W; en de koper, de heer Richter Dillingh en de scriba Rustebij erven. 630,– 13-11-1696
⦁ Jan Luickens en desselfs [] …u Engelkes, Jan Willems en Jarcke Meeninghe, voorstanders over Pastor Folkert Besselincks minderjarige dochtertje Imel Beckerincks verkopen aan Boele Doedes desselfs huisvrouw en erfgenamen, twee campies land in Berent Geerts heerd in Blijham, zwettend aan Jan Luijringe ten N; Coene Aeijlkes ten O; Jan Dercks ten Z; Berent Geerts ten W. 300,– Caroli gulden. 22-2-1697
⦁ Haijo Heckman verkoopt aan d’E Conraedt Abels en diens hv Lucretia Haselhoff een huis op grond van de heer van Clant van Hanckema tot Wedde, benevens de wendakker en barghacker van Carelsbrugh in eigendom benevens de legerstede op het kerkhof , verwijzing naar coopbrief van 11-8-1695. 600,– Caroli Gulden, 22-3-1697
⦁ Gerrijt Reinders en Grietjen Jans woonachtig in Pekel A, verkopen aan Sjurt Roelefs en Cornelisjen Jans echtelieden in Veendam, zekere plaats, zijnde de 25e plaatse in de Suidtsijt in de Pekel nabuir breedte en swetten gelijk, alles in voegen comparanten van de heer Raetsheer Henrick Fickens Veltman en de luitenant Abraham Coops ingevolge verzegeling dd 13-2-1697. Raetheer Willem van Borck, 1160 Caroli gld. 6-3-1697
⦁ Mr. Marcus Relotius nomine uxoris met meester Jan Geerts Bloem een stedevaste afcoop wegens de nalatenschap van desselfs overleden dochter Eltjen Jans, Jan Geerts Bloem betaalt aan Relotius 100 Caroli gl.; 16-4-1698

⦁ Convoijmester Evert Scheltes met zijn hv Janna Kenneken, lenen van Edze Harrems en diens hv Eltjen Claessen, 650,– Caroligulden. Ze geven onderpand vier deimt land bij de dreijerij naast t Pastorieland gelegen. 28-4-1697
⦁ Eltjen Willems, voor haar en haar erfgenamen verkoopt aan Hindrik Jan Cuiper Fennejen Hermans haar plaatse bestaende in de veenbouwte en annexen liggend aan de zuidkant van de Pekel A, zwettend aan haar eigen grond, en Berent Berents Jonge ten NO; Derck Tabing en consorten ten ZW; opwaarts strekkend in het veen, het is voor dezen in gebruik geweest bij wijlen Peter Jacobs. 1050,– Caroli Gld. 1-3-1697
⦁ Eltje Willems, wed. wijlen Peter Jacobs, ontvangt van haar broer Derck Willems 100 gld op rente. 1-3-1697




Kolham – Watermolen Westerpolder

Aaltje Vos-Steen

Gedurende een aantal jaren ben ik vrijwilliger op molens geweest. Indrukwekkende werktuigen, waarmee vakkundig en voorzichtig moet worden omgegaan. Mijn overgrootvader Broekema was watermulder in Vriescheloo. Zijn kinderen en kleinkinderen mochten niet in de buurt van de wieken en het water komen, daar was hij erg streng in. En dat was natuurlijk niet zonder reden. Door de jaren heen zijn er vreselijke ongelukken gebeurd in of bij molens. Onlangs vond ik dit krantenbericht over Aaltje Vos-Steen uit Kolham. Zij wilde de molenas van de poldermolen smeren, maar heeft de molen waarschijnlijk niet op de vang (rem) gezet. Haar kleding werd gegrepen door de draaiende raderen en zij was vervolgens machteloos.

Bob Poppen heeft haar geschiedenis hier beschreven.
Ik kom tot de conclusie dat het ongeval plaatsvond op de Westerpoldermolen in Kolham. Deze is inmiddels verdwenen. Meer over deze molen in de database verdwenen molens.




Drentsch diep – Albert van der Zwier

Het was een zinderende voorjaarsdag. Het water van het Foxholstermeer was kalm en weerspiegelde de zon in de kleine golfjes die door de beweging van de schuit ontstonden. Grote ladingen hooi moest worden vervoerd en eigenlijk was dat niet te doen met deze hitte. Albert was al vanaf het krieken van de dag bezig met laden, vervoeren en lossen van het hooi van de weilanden in de madelanden tussen Kropswolde en Zuidlaren. Albert en zijn vrouw verdienden de kost met hun schip en woonden er ook op. Vandaag was Zwaantje, zijn vrouw, niet mee. Ze had zich voor de dag elders uitbesteed. Dat was maar goed ook, overdacht Albert, want sinds het overlijden van hun jongste kindje Trijntje, afgelopen maart, was ze nog niet weer de oude. Gelukkig had ze wel een beetje afleiding aan hun driejarige handenbindertje Filippus, maar het verlies van een kind was echt wel één van de zwaarste dingen die het leven je te stellen gaf, overdacht Albert.

Hij keek eens om zich heen. Een reiger vloog op om een paar meter verder aan de rand van het Drentsch Diep te landen. Een futenpaar zwom in de richting van het Zuidlaardermeer. Uitgebloeide lisdodden versierden als bossen sigaren tussen het riet de oevers van het diep. Vijf minuten rust, dat moest toch kunnen. Hooi van het land halen en in het schip steken in deze hitte, met al dat droge gras dat aan zijn zweterige huid plakte, dat was flink afzien. Je kon beter aardappels laden, dat was weliswaar zwaar werk, maar de weersomstandigheden waren meestal anders en je had niet dat vreselijke gekriebel van het hooi dat werkelijk in elke plooi van je lichaam terechtkwam en daar ellendig prikte. In de verte zag hij pluimen stoom boven het aardappelstroopfabriekje van Scholtens opstijgen. In de herfst zou hij vast wel weer aardappels voor Scholtens kunnen vervoeren. De komst van fabrikant Scholtens had het dorp Foxhol veranderd. Veel buurtgenoten werkten in plaats van op het land nu in de fabriek. Dát, bedacht Albert, was niets voor hem. Hele dagen of nachten binnen vier muren? Daar moest hij niet aan denken. Hij had het beter getroffen: dankzij de grootvader van zijn vrouw had hij schipper kunnen worden, varend vanuit Foxhol. Daar lag zijn schip in de haven, westelijk van de sluis in Martenshoek, die veel te druk bevaren was. Vanuit Foxhol kon hij zó naar het meer of het Winschoterdiep varen. Een mooie bijkomstigheid was dat onderhoud van zijn schip ook geen probleem was, omdat er bij Foxhol meerdere scheepswerfjes waren.

Terwijl hij, zittend op de walkant een prakje koude aardappels at, keek hij naar het water voor zich. Wat was het mooi helder! Hij gleed er even met zijn hand door. Dat voelde bijzonder fijn, dat water zo over je pols. Het was net of je hele lijf dan iets verkoelde. Hij zag waterplantjes onder water wuiven. Daar zigzagde een paling richting het riet. Wat een mooi gezicht. Hij riep zichzelf tot orde: “Albert, jong, zo komt t wark nooit doan! Vort!”, pakte de hooivork op en stak weer een grote partij hooi in het schip. Na een kwartiertje stevig doorwerken, voelde hij zijn spieren in armen en benen verkrampen, het zweet gustste aan alle kanten van zijn gespierde werkmanslijf. Boven op de hooiberg op het schip strekte hij zijn krampende ledematen. Een mens was niet gemaakt voor dit weer, bedacht hij. En dat water, dat was zo uitnodigend helder en koel. Zou hij het doen, even in het water afkoelen? Hij was een goede zwemmer, hij was jong en de boog kon ook niet altijd gespannen zijn! Hij deed zijn klompen, kiel, broek en sokken uit en liep over de hooiberg naar de achterzijde van het schip. Met een klein aanloopje sprong hij in het water, een flinke plons veroorzakend. Het koele water omsloot hem van top tot teen. Plotsklaps trok er zo’n kramp door zijn lijf, dat hij zich niet meer kon bewegen. Het water omsloot hem. In de verte scheen nog de zon…

stamreeks van Albert van der Zwier, patriarchaal

Generatie VI
Albert van der Zwier, geb. op 27 november 1826, trekschippersknecht op 1 april 1851 , arbeider op 13 mei 1853, schipper op 24 juli 1854 , ovl. (27 jaar oud) op 22 juli 1854, erblijf houdende aan boord van zijn vaartuig te Foxhol,(getuigen Mechiel Groenewold, 66, visser, Foxhol, grootvader van de overledene, en Kornelis Woldendorp, 57, winkelier, nabuur van de overledene, akte 25 juli 1854, Hoogezand), tr. (resp. 23 en 22 jaar oud) op 6 juni 1850 te Hoogezand met Zwaantje Groenewold, dr. van Klaas Berends Groenewold en Trijntje Michiels Groenewold, geb. op 17 april 1828 in Hoogezand, schipperse, ovl. (73 jaar oud) op 12 maart 1902 hertrouwd met Geert Pieters Nijman, (1823-1893).

Generatie V
Filippus (Philippus, Filippus Jannes) van der Zwier (Swier), geb. op 3 februari 1803 te Oosternieland gem. Uithuizermeeden, ged. op 20 februari 1803 (Philippus) in Oosternieland, schipper, woont Martenshoek huis A. nr 45,  nationaal militair op 29 augustus 1825, arbeider op 29 augustus 1825 -1837, woont voor 30 november 1826 Slochteren, woont op 30 november 1826 in Kalkwijk,  woont in huis A, 43 in 1828 te Martenshoek, schipper vanaf 1840 Hoogezand, ovl. (56 jaar oud) op 28 oktober 1859 Foxhol, tr. (resp. 26 en 33 jaar oud) op 14 maart 1829 (met wettiging van 3 kinderen) met
Marijke Alberts Buringa, dr. van Albert Pieters Buringa en Martje Reinkes Gnodde, geb. op 13 maart 1796 Hoogezand, schipperse, inlandse kramer op 29 augustus 1825 Hoogezand, schippersche op 24 april 1845 te Martenshoek, ovl. (65 jaar oud) op 16 september 1861 leeftijd 64 jaar, geboren te Hoogezand, overleden op 16-09-1861 te Martenshoek gem. Hoogezand. Ze woonden in 1826 (voor het huwelijk) samen in het huis Letter E, getekend 55 Kalkwijk.

Generatie IV
Jan Melles, afkomstig uit Oosternieland, ged. op 24 oktober 1773 Oosternieland, dagloner (bron ovl. akte dochter Ebeltje), ovl. (ongeveer 36 jaar oud) op 10 april 1810; [Jan Melles, gewoond hebbende op nr. 6, alhier, nalatende een vrouw en drie minderjarige kinderen, waarvan het oudste uit het eerste huwelijk en de jongsten staande de huidige echt verwacht. 36 en een half jaar oud] kerk.huw. (ongeveer 34 jaar oud) (2) op 15 november 1807 Oosternieland met Trijntje Klasens, geb. ‘t Zand, ovl. op 30 november 1845 (Trijntje Melles) Oosternieland, kerk.huw. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 22 jaar oud) (1) op 7 december 1800 te Oosternieland met
Trijntje Philippus, dr. van Philippus Harms en Sara Pieters, afkomstig uit Garsthuizen, ged. op 13 september 1778 [een van tweeling] te Garsthuizen, ovl. op 22 februari 1807 [Trijntje Philippus, oud plusminus 26 jaren, gewoond hebbende bij de kerk alhier, no 6, gehuwd geweest aan Jan Melles, Nalatende haar man en 2 minderjarige kinderen, uit één huwelijk] te Oosternieland.

Generatie III
Melle Tjarks, afkomstig uit Warffum, ged. op 21 september 1727, woont in 1755-1772 in Stitswerd, daarna in Oosternieland, ovl. (minstens 46 jaar oud) na 1774, kerk.huw. (ongeveer 26 jaar oud) (1) op 9 juni 1754 Stitswerd met Trijnje Pieters, afkomstig uit Middelstum, ovl. voor 22 maart 1772, otr. (2) op 22 maart 1772 Stitswerd attestatie naar Oosternieland, kerk.huw. (ongeveer 44 jaar oud) op 22 maart 1772 te Oosternieland met
Geeske Jans, afkomstig uit Oosternieland, tr. (1) met Jan Mennes, ovl. voor 22 maart 1772.

Generatie II
Tiark Ebels, geb. Warffum, ged. op 4 april 1690 Warffum, strandvoogd Rottumeroog [gemeld op 13-10-1828 bij overlijden dochter Trijntje], schipper op 21 september 1727 Warffum, kerk.huw. (ongeveer 49 jaar oud) (2) op 5 juli 1739 Warffum met Korneliske Jacobs, afkomstig uit Warffum, kerk.huw. (ongeveer 34 jaar oud) (1) op 21 januari 1725 Warffum met
Jantjen Pieters, dr. van Pieter Nn, afkomstig uit Warffum.

Generatie I
Eebel Ockes, afkomstig uit Uithuizermeeden, woont op Zeewijk op 4 april 1690 in Warffum, ovl. circa 1693, otr. op 23 december 1677 in Uithuizermeeden, kerk.huw. op 13 januari 1678 te Warffum met
Grietien (Greetjen) (Greetjen) Hindriks, afkomstig uit Usquert, kerk.huw. (ongeveer 24 jaar oud) (1) op 30 oktober 1670 met Geert Alberts (Nolleman), schiller [schelpenvisser], ovl. voor 23 december 1677, kerk.huw. (ongeveer 47 jaar oud) (3) op 23 april 1693 Warffum met Jan Lues, afkomstig uit Warffum.

  • Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Scholten-concern

Foxhol en Foxholsterbosch, Daan Hulsebos, 2019

www. allegroningers.nl




Huwelijkscontract Edzo Udens x Weije Udens

Verzegelingen Meeden, 24 januari 1661

Anno 1661 den 24 januari is na Gods instettingen een christelijk houwelick beraemt, gedediget en besloten tuschen den E. Edzo Udens, sone van wijlen Udo Menses ende Bauwe in haar echte stant procreeert, bruijdegom ter eener, Ende de duegetsame dochter Weje Udens, wijlen Udo Nantkens ende Sijben gewesen echtelieden echte dochter, bruijdt ter ander zijde, waer van de hylxvoorwaerden alhier zijn overeengekomen.
Inden eersten wordt belooft van des bruijdegoms zijdt dat hij alle goederen so hem weder angeerft zijn en in compstig anerven moghen an en tot sijn bruijdt in te brengen sal de welcke na erfscheijdinge met sijn medeerven sullen begroot ofte prijseert worden ende alsdan op de rugge van de hylxbrief geteikent ende na behoor underteickent worden.
Hijrtegens wordt belooft van de bruijdtszijdt dat sij oock de goederen so her weder angeerft zijn gerekent op duisen [slechte] dalers en een bedde met seselven toebehoer boven haer part landes in de Buirmanse heerdt ende gedurende dese echtestand anerven moghen, an en tot haer bruidegom in te brengen.
Wijders is accordeert dat winst en verlies staander echte sal gemien zijn sulksschulde sulcks bate. De goederen helfte sullen blijven ofte bij versterf van eender erven en person an de zijdt en linie daer se heer gecomen zijn. Exempt dusend slaegte dalere van de bruidts zijdt ende duisent rijxdaelr van de bruijdegoms zijdt de welcke t samen als in een pot gesmeten gemien zullen zijn ende halff en halff gedielt worden,. Indien sonen ende dochteren van haer procreeert werden, sal niet de sone met twe handen ende de dochter met een hant toetasten na olderdampster landtreght: maar tegens landrecht gelijcke sibbe zijn tot vader en moederlijcke goederen t sampt alle andere erfenissen
Belangende lijfgave heeft de bruijdegom de bruijdt begiftigd met honder rijxdaler en daertegens de bruidt haeren bruijdegom mit hondert slichte dalers in cas so geen lijffs erven nablijven ofte nablijvende comen te versterven. beijder zijdts
haer ofte sijn leevent lanck na laaster doot sal dese lijffgave erven an de sijdt daeroff se gecomen is. Aldus beraemt ende overeen gekomen in bijwesent van vrinden van de bruijdegoms zijn oom ende voormondt, de E. Tiddo Eppens ende de E. Eltio Eppes, sibbe vooget itim de E Tiacko Tiddes, vreembde vooget, nevens sijn broeder Eppo Udens en neef Frerick Eltiens.
Van de bruijdts zijdt haar L. moeder Sijben Sijbels en broeder Menso Udens ende swageren Egbart Jans, Tiarck Edzes en Jan Bonnens itim Bouwo Nanktens, oom
Oorkunde onderteickeninge actum in t supra, in kennis van getugen hijronder geschreven, Diurcko Ouwes en Reewen Aipkens.

Tekenen:
Udo Udens
Weije Udens
Tiddo Eppens
Eltio Eppens
Tiacko Tiddens
Eppo Udens
Frerick Eltiens

Sijben Sijbels
Menso Udens
Egbert Jans
Tijarck …
Jan Bonnens
Bouwo Nantkens

Rewen Aijpkens
Duircko Ouwes




Scheidingsbrief wijlen Menso Ude(n)s

Verzegelingen Meeden, 6 maart 1635

Transcriptie

Hommo Wigboldi, Pastor, Ouwo Rinnolts, kerckvooget op de Meeden. Doen kundt en betuighen dat in persoon erschenen en gekomen, die Erbare Udo Nantkens, in qualitaet als voormundt, Haicko Gerardi, sibbe, Tiarck Tiarcks, mede kerkvooget, als vreemde vooghden tot en over wijlandt Menso Udens dochter Sijben Menses, neffens die Erbare Udo Mensens, soone van Menso Udens en Ide en die Erb. Aijoldt Luppens en Murcke sijn huisfrouw; bestonden en behouden voor haer, ende haeren pupill ‘t sampt der selve arfhe een stede laste onwederroeplijke en eeuwigdurende arfscheidinge gemaket en t samen ingegaen van alle en alinge goederen [replijke] roeplijke, onroeplijke alse haer overleden vader Menso Udens op sijn sterfdagh heeft naegelaten, en op haer drie kinder verarvet.

In den ersten sal Udo Menses voor sijn part genieten en arflijken possideren, vijff ackeren in t wester einde van de Meeden geleghen, Eltie Wier genoemt, hebbende Bene Janssens ten oosten, in de selve heerdt tot naesten swette Eltie Fockes als meijer ten westen, de neije wateringe ten Noorden, streckende ten suiden in t vehn nabuir landen gelijk. Met nog drie ackeren in d’ooster heerdt onverscheiden in de selve heerd; van welcke heerdt Harcko Aijelkes ten oosten binnen de wegh naest beswettet, buten de wegh Johan Wever, Olde Hindricks Campe, Eggo Tiapkens, Geerdt Hendricks, Eede Jans, ten Westen Matthias Haijens arfhe ten noorden an de sijpe gaerwijs uutlopende, ten suiden streckende in t veen nabuir landen gelijk.
Noch ook ten derden de gerechte helfte van haer kinder landt op het sovenwoldt geleghen, waervan het kerckenlandt in de Eext ten oosten, de wegh ten westen naest an beswettet streckende ten Noorden en Haijcko Gerardi en Ide kampe itim de olde Ehe en Tiapko Poppens, Eedoch hebbende over de olde dijck Haicko en Ide campe ten oosten en Tiapko en Waldrik Poppens ten westen tot naeste swetten lopende ten suden ande sovenwolster dwarss wegh. Dese helfte sal Udo Mensens genieten en beholden an de oostzijdt van dit landt met allen der selver bovengenoembder landen eigendoom vrij en gerechticheiden item ook lasten en swaricheiden daerop vallende in d’arf. Dese percsilen alle sal Udo Mensens genieten vrij van behuijsinge. Hijrtegen sullen Aijoldt Luppes en Murcke voor Murcken part genieten en arflijken beholden tom eersten de huisheerdt, daerop Aijoldt en Murcke woenen, groot sijnde vijff ackerenn te weten vier acker eighen landt en een acker kercken landt, hebbende Richte Jans arfhe ten oosten, Hicko Hannes als provincie meijer ten westen strekkende tot naeste swetten, strekkende ten noorden an de Ehe, ten suiden in t vehn nabuir swetten gelijk.
Noch ten anderen de gerechte vierde part van haer kinder landt boven gelimiteert op het sovenwoldt geleghen wel te verstaen de westerse zijdt van dit landt. Met noch ten derden Olde Hindriks kampe, groot ongeveer twe deimten en een verendeel, Udo en Sijben met haer ooster heerdt ten westen, Eggo Tiapkens ten oosten ende ten noorden Johan Wever, ten suiden naest an beswettet.
[F/kantlijn: dese kampe voor de behuisinge so Aijolt en Murcke tot haer lust holden],
Wijders sal Sijben voor haer part ook genieten ende arflijken possideren ten eersten vier ackeren in de ooster heerdt daervan de swetten boven genoemt onverscheiden in deze heertdt geleghen acker, acker gelijk [toe]rekent; met noch ten anderen de gerechte vierde part van het sovenwoldt so boven verbepalet staet, te weten int midden haer part tussen haer broeder en suster genietende, dese percsielen sal ook Sijben genieten vrij van behusinge unde so voortsz. Een iegelijk sijn toegedeelde landt met allen eigendoom vrij ende gewechticheiden itim ook lasten ende swaricheiden op de landen vallende, possiderende en gebruikende.
Bovendien beholden de beide susters Murcke en Sijben in de mande twe kampen, d’ene geleghen an de olde wegh, Ouwo Rinnoldts ten oosten ende ten noorden de olde wegh; ten suiden de pastorije [gare], ten westen met haer laene ofte uutdrift naest beswetten, d’ander geleghen in Remene Frerijks [Eeblincken] so sie van Harmen Jacobs en Harmen Hindriks heeft gekoft midden in geleghen, lopende met het suder einde an de wateringe en met het noorder einde an een dwarssloot, groot ongeveer drieverendeel deimts. Noch ook de gerechte helfte van het vehn op [k/h]olde Munneken geleghen, so haer zal. vader op haer verarvet heeft, groot dese helfte twe ackeren na luid der koopbrief daer af sijnde, dese parten ook met haer eighendoom vrij en gerechtinheden itim lasten en swarincheiden daerop vallende, eedoch vrij van behuijsinge. Toe desen sullen ook de susters genieten en beholden twe ackeren vehn bij Winschoot geleghen uutgegraven veen en bouwte, onverscheiden in vier acker geleghen. De meente tot Winschoot ten oosten, ten westen de Munnekesloot, ten Noorden Haicko Eggerijcks, ten suden Haicko en Ide. Dit ook in qualiteet als vooren, eedoch beklemt onder het huir daerop staende. Comende tot de obligatie: sint twee obligatien bij Haicko Gerardi en Ide belopende t samen hondert vijftig daler principael, waarvan Sijben twedeelen te weten hondert daler en Murcke een deel vijftich daler sal genieten.
Noch twe obligatien bij Aijolt Luppens waeraf ook Sijben twe delen en Murcke de derde deel sal genieten [F/kantlijn: omreden Murcke te vooren hyrtegens so Vele der genoten hadde ]
Noch een versegelde rentebrief bij Tammo Tyddinga, sprekende van 50 daler principael, welcke de beide susters sullen gelijk deelen. Hijrmede sint dan opgenoembde vrinden, curatoren, broeder en susters vreedlijk geschiet en gesloten van weghen de bovengenoemde arfnisse van haer overleden vader Menso Udens op haar kinderen verarvet.

Beloven daerom contragenten opgenoemt geen [actie], anspraeck ofte questie weghen dese arfnisse op ofte tegens malkanderen te solden moveren ofte moveren laten.
Sonder arge list belijt tot versegelinge in kennisse van getughen alse die Erb. Geert Hindriks, en Ulcko Ulckens.
Oorkunde ondertekening gescheet den 6 maart 1635

Udo Nanckens
Haeijcko Gerardij
Tyarck Tyarcks
Sijben Menses
Udo Menses
Aeijelt Luppens
Murcke Aeijelts

Bij de transcriptie van bovenstaande akte worstelde ik met name met de aanduiding van een gebied dat ik later kon onderscheiden als sovenwoldt. Deze aanduiding kwam ik nergens in boeken over Meeden of in zoekmachines tegen.

Lang leve internet en dan met name twee twitteraars: @Gelkinghe kwam met de verklaring zeven en woud en @JanetBosmaH stuurde een link naar landschapsgeschiedenis en wees op de oude benaming van Duurswold: Zevenwolden. Daarmee werd zoeken een eitje.

In de atlas van Kuiper 1867 staat de Zevenwolsterweg vermeld: past precies bij de aanduiding in de acte. De weg bestaat nog steeds: de Zevenwoldsterweg.




Huwelijkscontract Hitio Themmes x Geeske Tiddes

Verzegelingen Winschoten, 6 maart 1649

Is na Goodes ordeninge een Christlijcken ehespant beramet, gededinget ende beslooten tusschen den E. Hitio Themmes, Temmo Cornelijs en Z.(zaliger #pt) Haijcke gewesen eheluiden ehelijcke soon, bruijdegom, eenes; beneffens de deugetsame Geeske Tiddes, Tidde Gerhardï en Z.Anne gewesen eheluiden, ehelijcke dogter, bruijdt, anderdeels, somet der antwesende vrunden raedt in forma nabeschreven.

In den eersten zijn hijlixvoorwaarden, dat de Vader Temmo Cornellijs belooft ende sich verplichtet sijn soon tot een [boedel] mede te confererten een summa van duijsent Car. Gl. den gulden tot twinting [sp strat].den stuijv. tot acht pl. geestimeert, heerckomende dit goedt uit kracht van moederlijcke arfnis te betalen op twie Meijtijden, de gerechte helfte op eerstkompstigen Meij, de andere resteerende helfte op Meij 1650.
Daertegens verbindet sich de Vader Tiddo Gerhardi sijn dochter Geeske tot een bruijdtschat mede te dielen een summa van penningh, als namentl. twie duijsent vijfhondert Car. Gl. den Gulden van valoir als boovengeneomt, sulx insgelijx op voorgedachte Meijtijden, in gelijcke termijnen als booven genoemt is, te voldoen en erleggen, sullende mede de dogter voorschr. behoorlijcken ende eerlijcken werden gekleet, en met een bedde ende sijn toebehoorn voorsien; wesende dese bruijdtsgave [pvisioneelijck] het moederlijck goedt, met vorbeding dat soo de andere kinderen haren vader meerder afpersten, sullen dese jonge eheluijden hetselve voordiel noch hebben te genieten en na laesten doet van vader. Hiermede verklaren de vrunde ten beide sijden tevredelijk en genoetachtigh zijn.

Ten twieden is verwillekeurt dat t gene dese eeheluijden staender Echte muchten winnen ofte verliesen, sal sulx tot gemeenen proffijt ofte schade strecken.

Ten Darden, indien Godt dese eheluijden mede sijn segen-rijcken genade met zijnen vruchten werdt begaven, sullen soons en dochteren tot des vaders en moeders goedt ende worden alle arff en verstarff gelijkce
sibbe zijn, in voegen dat een dochter soo veel sal hebben te genieten als een soon, ditselvige tegens landtrechte.

Entelijcken is lijfstuchts wijse ingewilliget, dat soo de Eheman voor sijn Ehevrouw aflijvich wordt, geen lijves arven nalatende, begiftiget hij haer tijde des levents met vijfhunder Car. Gl. en vice versa, sal hij uit haer nalatenschap participeren [kantlijn:} gelijcke Vijffhundert Car. gl. van paijmenten bovenges. te verstaen beijde haer levent-lanck, als daer geen lichamelijcke vruchten nablijven. Andersins krachteloos, en na laetster doot, sal dese lijfsgave, als oock angebrachte en angearfde goederen wederom devolveeren andie sijdt daerheer sij oorspronckelijkcken gekoomen zijn.

Oorkonde bruijdegoms en bruidt sampt bruids en getuigens handen
Actum den 16. Martij Anno 1649

Dit aldus verwillekeurt, ingegaen en beslooten met kennes en advijs van nabeschreven vrundden,

an sijde des bruijdegoms:
De E. Temmo Cornellijks, vader
de Eerentf. Welgel. Phebo Temmes, Redger
De E. Sicco Harmens, en
De E Hebbel Eggens, swageren.

An sijde van de Bruijdt
De E. Tiddo Gerhardi, vader
De E. Haijco Gerhardi, Ohm
De E. Haijco Tiddes, Broeder en
De E. Hillebrand Boels neve

bij getuigen
De E. Eltjo Popkes
De E. Welgel. Pompejus Oomkes.

Tekent:
Hittio Temmen
Geeske Tiddes
Temme Cornelijs
P. Themmen
…..Harmens
Hebel Eggens
Tiddo Ger…
haic….onleesbaar
Haicko Tiddes
Hilbrant Boellens.

Eltio Popkes
P. Oomkens




Persoonskaart van Hanno Jurriens

Hanno (Hanne Jurjens) Jurriens, woont in 1696 Nieuw-Beerta, ovl. tussen 18 mei 1716 en 19 mei 1716 Nieuw-Beerta
kerk.huw. (1) op 28 jul 1667 Nieuw-Beerta met Wendel Harrems.
Uit dit huwelijk:

  1. Trijnje Hannes, ged. op 21 nov 1669 Nieuw-Beerta.
  2. .remke Jurriens, ged. op 1 jun 1671 Nieuw-Beerta {Harremke wellicht}.

kerk.huw. (2) op 6 sep 1674 Beerta
met Bettie Jans.
Uit dit huwelijk:

  1. Trijnje Hannes, ged. op 27 feb 1676 Nieuw-Beerta.
  2. Martjen Hannes, ged. op 30 aug 1677 Nieuw-Beerta.
  3. Wendel Hannes, ged. op 28 mei 1678 Nieuw-Beerta (aanname, doopnaam niet te lezen)
  4. Jurjen Hannes, ged. op 23 mei 1681 Nieuw-Beerta.

kerk.huw. (3) op 15 feb 1685 Nieuw-Beerta
met Hilke Andries.
Uit dit huwelijk:

  1. Jurjen Hannes, geb. op 26 jan 1686 Nieuw-Beerta, ged. op 30 okt 1686 Nieuw-Beerta, begr. op 24 jul 1702 Nieuw-Beerta.
  2. Andries Hannes, ged. op 24 okt 1687 Nieuw-Beerta, ovl. (hoogstens 37 jaar oud) voor 1725.
  3. Ha.. Hannes, ged. op 21 dec 1689 Nieuw-Beerta.
  4. Trijntje Hannes, begr. op 23 apr 1691 Nieuw-Beerta.
  5. Heebe Hannes, ged. op 4 jul 1692 Nieuw-Beerta, begr. op 14 aug 1692 Nieuw-Beerta.
  6. Trijntje Hannes, ged. op 4 jul 1692 Nieuw-Beerta, begr. op 11 jan 1693 Nieuw-Beerta.
  7. Heebe Hannes, geb. Nieuw-Beerta, ged. op 10 dec 1693 Nieuw-Beerta, begr. op 3 jul 1696 Nieuw-Beerta.
  8. Edske Hannes, geb. tussen apr 1696 en jun 1696 Nieuw-Beerta, ged. Nieuw-Beerta, ovl. (hoogstens 48 jaar oud) circa 1745.
  9. Heebe Hannes, ged. op 16 apr 1699 Nieuw-Beerta.
  10. Nn Hannes, ged. op 15 apr 1702 Nieuw-Beerta.