Roelf Jacobs de Boer – schipper, dagloner, vuilnismenner

Roelf Jacobs de Boer, geboren in Nieuw Beerta, daar gedoopt op 25 november 1770, overleden op 28 juni 1847 in Groningen (gewoond hebbend aan de wal bij de Heerepoort, letter R 370, laatst man van Grietje Grim).

Roelf was schipper in 1809 en woonde in Nieuw Beerta. In 1814 was hij nog steeds schipper maar woonde hij in Winschoten. De naam van het schip wordt genoemd bij twee dopen van kinderen: “De Jonge Jan“. Roelf was in 1820 nog steeds schipper. Maar dan is het 1823 en is Roelf vermeld als arbeider en wonend in Groningen. Vervolgens komen we hem in 1825 als vuilnismenner, nog steeds in Groningen, en uiteindelijk heeft hij daar in 1835 geen beroep meer. 

Zijn eerste huwelijk vond plaats in Nieuw Beerta. Roelf Jacobs van Nieuw Beerta en Rikste Jans van Westerlee tekenden een huwelijkscontract op 19-05-1797 in Nieuw Beerta, en trouwden daar op 22 april 1797 in de kerk.

Rikste Jans, ook Rixta Jans, was bij huwelijk afkomstig van Westerlee, is echter in Heiligerlee geboren op 30 november 1771, en gedoopt als Riksta op 13 december 1771 in de Ned. Herv. gemeente Westerlee en Heiligerlee. Ze was een dochter van Jan Pieters Smit, ook Smith, en Meenje Pieters. Rikste Jans is overleden (47 jr) op 26 juni 1818 in Groningen, aan boord van een schip, ongetwijfeld De Jonge Jan, liggende aan het Schuitendiep, tegenover huis nr. 1. Ze had geen vaste woonplaats, en werd als echtgenote van Roelf Jacobs genoteerd.  Kinderen uit dit huwelijk: 

  1. Wopke Roelfs, geb. 23-08-1798 te Nieuw Beerta, dp. 26-08-1798 Nieuw Beerta (Wupke Roelfs de Boer, dienstmeid), overleden in Oudezijl, gem. Nieuweschans, op 05-02-1833, Wopke Roelfs.
  2. Jan Roelfs de Boer (boerenknecht), geb. 15-05-1801 te Nieuw Beerta gem. Beerta, ovl. rond 1836. Hij trouwde met Anna Jans Sneek. In de HA van zijn dochter Jantina in 1855 staat dat hij sinds 1836 met zijn schip vertrokken is en volgens ingekomen berichten indertijd vermoedelijk met zijn schip is omgekomen.
  3. Jacob Roelfs, geb. 02-07-1803 te Nieuw Beerta, dp. 10-07-1803, vermoedelijk jong gestorven. 
  4. Pieter Roelfs de Boer (boerenknecht) geb. 06-06-1807 te Nieuw Beerta gem. Beerta, ovl. op 01-01-1871 te Bellingwolde.
  5. Miene Roelfs, geb. 22-11-1809 te Nieuw Beerta, dp. 17-12-1809 Nieuw Beerta, Meent Roelfs, leeftijd 3 jaar 9 maanden, overleden in het schip van Roelof Jacobs in Oostvriesse gat, overleden op 24-08-1813 te Landschapspolder.
  6. Mettje Roelfs de Boer, geboren 19-01-1813 aan boord van schip de Jonge Jan, te Nieuweschans, ouders woonachtig in Winschoten, (getuigen Hindrik Geerts Klompmaker, schipper, 52 jr., Pekela, Kornelis Grim, schoolonderwijzer, 29, Nieuweschans) kwartier nr. 11.
  7. Miena de Boer, geb. 15-05-1816 in het schip genaamd de Jonge Jan, Winschoten, dv. Roelof Jacobs de Boer, schipper en Riksta Jans Smit (in allegroningers geïndexeerd als Riksten) 

Roelf Jacobs de Boer kreeg een relatie (ik kan geen huwelijk vinden, maar ze worden in aktes wel genoemd als echtgenoten. Aangezien ze schippers waren, zouden ze in theorie elders getrouwd kunnen zijn) met Grietje Harms Grim, geb. 28 juni 1784, dp. 4 juli 1784 Nieuweschans (ouders Harm Geerts Grim en Anna Harkes), ovl. in het Ubbena Gasthuis in Groningen, op 6 maart 1871. Uit deze relatie nog de volgende drie, jong gestorven, kinderen: 

  1. Harm de Boer, geb. 22-09-1820 te Groningen, in een schip liggende buiten de Kleinepoort, overleden op 27-09-1820 te Groningen.
  2. Anna de Boer, geb. 08-09-1822 te Groningen (vader arbeider) Achter de Muur, letter L, nr. 109, overleden op 04-10-1822 te Groningen.
  3. Anna de Boer, geb. 30-04-1825 te Groningen, overleden op 18-05-1825 te Groningen.



Kroeze: een hele familie ten onder op de Eems, 1896

Gezin van Eernst Kroeze en Alida Dennekamp, uit Oude Pekela, aan boord van de tjalk ‘Alida’

RAMPEN en ONGEVALLEN.. “Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage”. ‘s-Gravenhage, 14-04-1896, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 11-10-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:003625188:mpeg21:p00007

Een kort berichtje, maar wat een leed bevat het! Een heel gezin, bestaand uit vader, moeder en acht kinderen kwam op 13 april 1896 op de Eems ter hoogte van Statenzijl om het leven. Uit de berichten destilleer ik dat de schipper onverantwoordelijk is geweest. Een met steenkolen vol beladen tjalk, luiken open, ook steenkool op het dek, zonder dekkleden, slecht weer, aangeboden hulp van een passerende stoomsleepboot afslaan, het advies van de sleepboot om in ieder geval te ankeren negeren… een zeer trieste samenloop van omstandigheden die een heel gezin – met hond- wegvaagde.

De familie Kroeze was met hun vrij nieuwe ijzeren tjalk “Alida” (36 ton, in 1895 gebouwd in Martenshoek op de werf van de gebroeders Bodewes) net teruggekeerd uit Engeland. In Delfzijl pikte de schipper een lading steenkool op van het Britse stoomschip SS Dinnington.

Vanuit Delfzijl vertrok de “Alida” met als bestemming Statenzijl, tegenover Oudeschans. Het advies van de Delfzijster sluismeester, dat men beter de binnenlandse vaarroute zou kunnen nemen, werd in de wind geslagen. De schipper verkoos over de Eems te varen. Eenmaal op de Eems bood de kapitein van de passerende stoomsleepboot van Delfzijl nog aan het schip op sleeptouw te nemen, maar dat werd geweigerd. Toen er plotseling wind opstak en er een zware onweersbui overkwam, kwam het zwiepende water via de geopende luiken het schip in en begon de ‘Alida’ te zinken. Het hele ongeluk moet in ongeveer een kwartier tijds zijn voorgevallen. De bemanning van de teruggekeerde sleepboot zag alleen nog de masten boven het water uitsteken. De schipper was vastgebonden aan de mast en bezweken: men gaat er van uit dat hij zich mogelijk wilde ophijsen. Er viel niets meer te redden.

Waar men verwacht had de rest van het gezin aan boord te zullen aantreffen, bleek dat niet het geval. De beide jongste kinderen, Grietje (3) en Henderika (1) bevonden zich vermoedelijk wel in de kajuit en werden op 13 april geborgen, evenals de hond van het gezin. Oudste dochter Webina (15) en zoon Harm (9) spoelden een dag of twee later aan in het Duitse Ditzum en ze werden daar begraven. Eén van de kinderen werd in de tuigen van plaatselijke vissers gevonden, volgens een melding op 15 april 1896. Mogelijk betrof dit Maria (5). Jongste zoontje Hendrik (7) spoelde aan op de Oost-Friese kust tussen 13 en 15 april. Op 20 april werd Aaltje geborgen en in mei werd Johannes (13) in Oterdum bij Delfzijl gevonden.

Schippersvrouw Alida Kroeze-Dennekamp werd op 5 mei gevonden bij de Fimel, de punt van Rheide en door familieleden geïdentificeerd. Hoewel de schipper aan de mast van het schip werd gevonden, werd zijn dood pas officieel vastgesteld op 31 mei 1896 in Termunten. In het zelfde bericht is vermeld dat hij als laatste van de inmiddels acht aangebrachte lijken bij Statenzijl is geïdentificeerd. Daarmee zou het gezin compleet teruggevonden zijn.

De tjalk van de familie, de “Alida”, werd in juni door deurwaarder Achterbos is beslag genomen namens de scheepsbouwer Bodewes, omdat schipper Kroeze nog een schuld op de aanbouw van 1500,– gulden had. De door het ministerie aangewezen procureur Soer uit Veendam zou het schip in juli of augustus gerechtelijk moeten verkopen. Het schip lag in juli 1896 in de Westerwoldsche A, onder beheer van de burgemeester-strandvonder van Beerta. De executieverkoop vond plaats en – plottwist – wie werd voor 1000,– eigenaar? J.J. Soer, procureur…

Het gezin Kroeze-Dennekamp

Eernst Kroeze (Ernst, Erenst, Kroese) geboren 30-07-1859 te Oude Pekela, natuurlijk kind van Webina Klinkenberg, gewettigd bij huwelijksakte op 25-08-1860 te Oude Pekela van Johannes Kroeze en Webina Klinkenberg (arbeidster), overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide (met schip geborgen, vastgebonden aan de mast), akte opgemaakt op 31-05-1896 te Termunten, als weduwnaar van Alida Dennekamp,

huwt 13-11-1880 Oude Pekela huwelijk (als Eernst Kroese (21), schipper),

Alida Dennekamp (21) dv Harm Dennekamp (timmerman) x Aaltje Mattema, geboren in Oude Pekela op 03-10-1859, overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide, geborgen 05-05-1896 te Fimel, Punt van Reide

kinderen uit dit huwelijk:

k. Webina Kroese 19-12-1880 te Oude Pekela, vader 21 arbeider, overleden (15) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896, aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Joannes Kroeze 19-10-1882 te Oude Pekela, vader 23 arbeider, overleden (13) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, geregistreerd (gevonden) op 11-05-1896 te Oterdum gem. Delfzijl;

k. Aaltje Kroese 30-07-1884 te Oude Pekela, vader arbeider; overleden (11) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems; 20 april aan land gebracht (waarschijnlijk in Ditzum, geen overlijden gevonden in Groninger akten, Winschoter courant 22-4-1896)

k. Harm Kroese 04-02-1887 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (9) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896; aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Hendrik Kroese 02-08-1889 te Oude Pekela, vader dagloner; overleden (6) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems (7 jarig jongetje aangespoeld aan de oost-Friese kust; Franeker courant)

k. Maria Kroeze 28-03-1891 te Oude Pekela, vader schipper; overleden (5) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems

k. Grietje Kroeze 29-04-1893 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (3) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aan land gebracht in Statenzijl (Beerta), begraven in Oude Pekela.

k. Hinderika Kroese 26-02-1895 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (1) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, (bevond zich nog in de kajuit volgens de Franeker courant

Hoogezand, Winschoterdiep: tjalk met gestreken mast,
Ansichtkaart; Datum 1903-1913, Uitgever Smit’s Boek- en Papierh.
Bron: 1986_11704.jpg Uit de collectie van Groninger Archieven

  • Bronnen: Delpher.nl, marhisdata.nl, allegroningers.nl, boek: de Dollard door G.A. Stratingh, S.S. Dinnington