Aldert Sijtses Bos, persoonskaart

De Warven, Oterdum

Aldert Sijtses Bos (Aldert Sietses), zn. van Roelf Alberts Bos en Trijntje Alderts, geb. te Borgsweer (in het DTB Borgsweer zijn van 1738 tot 3 september 1781, toen dominee Paulus Gillot is overleden, geen gedoopten aangetekend) circa 1781, kwam bij huwelijk van “De Warven” te Oterdum op 1810 en woont op ‘De Warven’ te Oterdum in 1811, arbeider 1812, landbouwer 1815, landgebruiker 1818, woonde ‘de Warven’ 34 te Oterdum tussen 1818 en 1826, dagloner 1826, sleper te Oterdum op 1827, arbeider te Oterdum op 1834, landgebruiker te Oterdum op 1838, arbeider te Oterdum op 1839) ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Oterdum op 1848,
kerk.huw. (resp. ongeveer 24 en 71 jaar oud) (1) te Oterdum op 1805 met Siwertje Egberts, dr. van Egbert Epkes en Fenje Jans, afkomstig uit Nieuwolda op 1733, ged. te Nieuwolda op 1733, woont met Meindert Geerts te Oterdum op 1765 op de Warven, woonde ten tijde van huwelijk te Oterdum op 1805, ovl. (76 jaar oud) te Oterdum op 1810.
[ Op 10 maart 1805 trouwt te Oterdum: Aldert Sietses van Borgsweer met Siwertje Egberts, van Oterdum, weduwe van Meindert Geerts. Sieuwertje Egberts, van Nieuwolda, trouwde eerder op 17 juni 1764 te Oterdum met Meindert Geerts, van Oterdum. Op 10 november 1765 lieten zij een dochter Fenje dopen, te Oterdum. Daarbij werd vermeld dat zij ‘op de Warven’ woonden. (Fol. 144 en 160 V, DTB Oterdum.) Volgens mij moet de bruidegom deze Aldert Sijtses geweest zijn, maar een jongeman van 25 die een vrouw van 72 jaar trouwt? Waren er wellicht economische motieven? Aldert Sijtses woont de rest van zijn bestaan (voor zo ver mij bekend) op de Warven in Oterdum. Heeft hij het huis via het huwelijk in bezit gekregen? Hoeveel Aldert Sietses, uit Borgweer, kunnen hebben gewoond in het gehucht De Warven bij Oterdum? Zie voor de meest voor de hand liggende verklaring het verhaal ‘n Brutoale vroag!’

kerk.huw. (2)(resp. ongeveer 29 en ongeveer 24 jaar oud) (2) te Oterdum op 1810, met Boelke Jurjens Hop, dr. van Jurrien Hannes Hop en Hindriktje Edzes Blokje, ged. te Woldendorp op 1785. Bij haar huwelijk komt zij van Farmsum, woonde voor haar huwelijk te Geesweer, ovl. (ongeveer 71 jaar oud) te Oterdum in 1857.
Uit dit huwelijk 5 kinderen:

1. Hindrikje Alderts, geb. te Oterdum op 1811, naaister, ovl. (88 jaar oud) te Oterdum, gem. Delfzijl op 1899, Relatie Albert Andries, kleermaker].
2. Catharina Alderts Bos, geb. te Oterdum op 1812, werkmeid (1838), ovl. (88 jaar oud) te Heveskes op 1901.
3. Roelf Alderts, geb. te Oterdum op 1815, Oterdom, arbeider (1841) te Oterdum, boerenknecht in 1840, woont te Nieuwolda in 1840, landbouwer te Oterdum op 1871, ovl. (82 jaar oud) te Woldendorp, gem. Termunten op 1898, begr. te Oterdom,op de Dijk, tr. (beiden 24 jaar oud) te Nieuwolda op 1839 met Albertje Jans Mulder, dr. van Jan Hindriks Jans Mulder en Marieke Tammes, geb. te Wagenborgen op 1815, boerenmeid te Oostwolderhamrik op 1839, woont te Oterdum op 1871, zonder beroep op 1871, ovl. (70 jaar oud) op 1885, begr. te Oterdom,op de dijk, op haar grafsteen staat Albertje Jan Mulder.
Het echtpaar ligt begraven in wat voorheen de plaats Oterdom was. De begraafplaats is gebleven, de dijk is er echter overheen gelegd, waarna de grafstenen zijn teruggeplaatst. Uit dit huwelijk 9 kinderen.
4. Jurjen, geb. te Delfzijl in 1818  ovl. (75 jaar oud) te Oterdum, gem. Delfzijl op 1894 
5. Albert, geb. te Oterdum op 1826, ovl. (9 maanden oud) te Oterdum, gem. Delfzijl op 1827 




Kroeze: een hele familie ten onder op de Eems, 1896

Gezin van Eernst Kroeze en Alida Dennekamp, uit Oude Pekela, aan boord van de tjalk ‘Alida’

RAMPEN en ONGEVALLEN.. “Dagblad van Zuidholland en ‘s Gravenhage”. ‘s-Gravenhage, 14-04-1896, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 11-10-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:003625188:mpeg21:p00007

Een kort berichtje, maar wat een leed bevat het! Een heel gezin, bestaand uit vader, moeder en acht kinderen kwam op 13 april 1896 op de Eems ter hoogte van Statenzijl om het leven. Uit de berichten destilleer ik dat de schipper onverantwoordelijk is geweest. Een met steenkolen vol beladen tjalk, luiken open, ook steenkool op het dek, zonder dekkleden, slecht weer, aangeboden hulp van een passerende stoomsleepboot afslaan, het advies van de sleepboot om in ieder geval te ankeren negeren… een zeer trieste samenloop van omstandigheden die een heel gezin – met hond- wegvaagde.

De familie Kroeze was met hun vrij nieuwe ijzeren tjalk “Alida” (36 ton, in 1895 gebouwd in Martenshoek op de werf van de gebroeders Bodewes) net teruggekeerd uit Engeland. In Delfzijl pikte de schipper een lading steenkool op van het Britse stoomschip SS Dinnington.

Vanuit Delfzijl vertrok de “Alida” met als bestemming Statenzijl, tegenover Oudeschans. Het advies van de Delfzijster sluismeester, dat men beter de binnenlandse vaarroute zou kunnen nemen, werd in de wind geslagen. De schipper verkoos over de Eems te varen. Eenmaal op de Eems bood de kapitein van de passerende stoomsleepboot van Delfzijl nog aan het schip op sleeptouw te nemen, maar dat werd geweigerd. Toen er plotseling wind opstak en er een zware onweersbui overkwam, kwam het zwiepende water via de geopende luiken het schip in en begon de ‘Alida’ te zinken. Het hele ongeluk moet in ongeveer een kwartier tijds zijn voorgevallen. De bemanning van de teruggekeerde sleepboot zag alleen nog de masten boven het water uitsteken. De schipper was vastgebonden aan de mast en bezweken: men gaat er van uit dat hij zich mogelijk wilde ophijsen. Er viel niets meer te redden.

Waar men verwacht had de rest van het gezin aan boord te zullen aantreffen, bleek dat niet het geval. De beide jongste kinderen, Grietje (3) en Henderika (1) bevonden zich vermoedelijk wel in de kajuit en werden op 13 april geborgen, evenals de hond van het gezin. Oudste dochter Webina (15) en zoon Harm (9) spoelden een dag of twee later aan in het Duitse Ditzum en ze werden daar begraven. Eén van de kinderen werd in de tuigen van plaatselijke vissers gevonden, volgens een melding op 15 april 1896. Mogelijk betrof dit Maria (5). Jongste zoontje Hendrik (7) spoelde aan op de Oost-Friese kust tussen 13 en 15 april. Op 20 april werd Aaltje geborgen en in mei werd Johannes (13) in Oterdum bij Delfzijl gevonden.

Schippersvrouw Alida Kroeze-Dennekamp werd op 5 mei gevonden bij de Fimel, de punt van Rheide en door familieleden geïdentificeerd. Hoewel de schipper aan de mast van het schip werd gevonden, werd zijn dood pas officieel vastgesteld op 31 mei 1896 in Termunten. In het zelfde bericht is vermeld dat hij als laatste van de inmiddels acht aangebrachte lijken bij Statenzijl is geïdentificeerd. Daarmee zou het gezin compleet teruggevonden zijn.

De tjalk van de familie, de “Alida”, werd in juni door deurwaarder Achterbos is beslag genomen namens de scheepsbouwer Bodewes, omdat schipper Kroeze nog een schuld op de aanbouw van 1500,– gulden had. De door het ministerie aangewezen procureur Soer uit Veendam zou het schip in juli of augustus gerechtelijk moeten verkopen. Het schip lag in juli 1896 in de Westerwoldsche A, onder beheer van de burgemeester-strandvonder van Beerta. De executieverkoop vond plaats en – plottwist – wie werd voor 1000,– eigenaar? J.J. Soer, procureur…

Het gezin Kroeze-Dennekamp

Eernst Kroeze (Ernst, Erenst, Kroese) geboren 30-07-1859 te Oude Pekela, natuurlijk kind van Webina Klinkenberg, gewettigd bij huwelijksakte op 25-08-1860 te Oude Pekela van Johannes Kroeze en Webina Klinkenberg (arbeidster), overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide (met schip geborgen, vastgebonden aan de mast), akte opgemaakt op 31-05-1896 te Termunten, als weduwnaar van Alida Dennekamp,

huwt 13-11-1880 Oude Pekela huwelijk (als Eernst Kroese (21), schipper),

Alida Dennekamp (21) dv Harm Dennekamp (timmerman) x Aaltje Mattema, geboren in Oude Pekela op 03-10-1859, overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide, geborgen 05-05-1896 te Fimel, Punt van Reide

kinderen uit dit huwelijk:

k. Webina Kroese 19-12-1880 te Oude Pekela, vader 21 arbeider, overleden (15) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896, aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Joannes Kroeze 19-10-1882 te Oude Pekela, vader 23 arbeider, overleden (13) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, geregistreerd (gevonden) op 11-05-1896 te Oterdum gem. Delfzijl;

k. Aaltje Kroese 30-07-1884 te Oude Pekela, vader arbeider; overleden (11) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems; 20 april aan land gebracht (waarschijnlijk in Ditzum, geen overlijden gevonden in Groninger akten, Winschoter courant 22-4-1896)

k. Harm Kroese 04-02-1887 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (9) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896; aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Hendrik Kroese 02-08-1889 te Oude Pekela, vader dagloner; overleden (6) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems (7 jarig jongetje aangespoeld aan de oost-Friese kust; Franeker courant)

k. Maria Kroeze 28-03-1891 te Oude Pekela, vader schipper; overleden (5) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems

k. Grietje Kroeze 29-04-1893 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (3) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aan land gebracht in Statenzijl (Beerta), begraven in Oude Pekela.

k. Hinderika Kroese 26-02-1895 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (1) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, (bevond zich nog in de kajuit volgens de Franeker courant

Hoogezand, Winschoterdiep: tjalk met gestreken mast,
Ansichtkaart; Datum 1903-1913, Uitgever Smit’s Boek- en Papierh.
Bron: 1986_11704.jpg Uit de collectie van Groninger Archieven

  • Bronnen: Delpher.nl, marhisdata.nl, allegroningers.nl, boek: de Dollard door G.A. Stratingh, S.S. Dinnington