Benten – Benthem – Bentum

Na dertig jaar toch nog een generatie kunnen toevoegen, aan een lijn waarvan je dacht: “Dat wordt nooit meer iets…”. Het overkwam me dit weekend (jan. 2024) met voorvader Harmannus Harms Benten en voormoeder Anna Alberts. Op een bekende genealogie-site wordt aan Harmannus een ouderpaar1 toegekend dat mijns inziens niet kon kloppen en dat begon te wringen. In dit blog geef ik een inkijkje in de zoektocht naar de juiste ouders en tegelijkertijd is het voor mij een gelegenheid om de zaken even te ordenen.

Voorvader Harmannus Harms Benten2 uit Martenshoek was getrouwd met Anna Alberts, eveneens uit Martenshoek, maar geboren in Borgercompagnie. Ze trouwden in Kleinemeer in de Rooms Katholieke kerk en het huwelijk werd in de kerkelijke gemeente van Hoogezand bevestigd op 28 februari 1772.

Uit het huwelijk werd een zevental kinderen geboren, voor zover ik heb kunnen vinden:

  • 1. Margarita Harmannus Benten, ged. op 9 mei 1773 te Kleinemeer, ovl. (hoogstens 11 jaar oud) voor 1785;
  • 2. Harmannus Petrus (Binten) Benten, geb. te Martenshoek, ged. op 14 mei 1776 te Kleinemeer, ovl. ( 01-10-1811 te ongeveer 35 jaar oud) op 1 oktober 1811 te Windeweer en Lula, tr. met Anna Berends;
  • 3. Albertus Harmannus Benten, Albert, dp. 13-01-1779 Kleinemeer, geb. te Martenshoek, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) op 30 januari 1848 te Foxhol X Grietje Harms Plasker;
  • 4. Joannes Harmannus Bentum, ged. op 6 september 1781 te Kleinemeer, geb. te Martenshoek, Hoogezand, ovl als Jan Harmannus Benten (scheepstimmerknegt) op 23-10-1814 x Jantje Pieters;
  • 5. Margarita Harmannus Benten, ged. op 16 april 1785 te Kleinemeer, Grietje x Gerrit Herms ter Veer van Borgercompagnie;
  • 6. Catharina Harmannus Binten, ged. op 27 november 1787 te Kleinemeer, geb. te Martenshoek, Trijntje x Jan Hermannes ter Veer van Borgercompagnie;
  • 7. Petrus Harmannus, ged. op 23 juli 1790 te Kleinemeer, geb. te Martenshoek. Vermoedelijk jong gestorven.

De vernoeming van de kinderen is altijd een belangrijke leidraad bij het vinden van nog onbekende ouders. Ik ging op basis van de dopen en de verdere gegevens van de kinderen uit van de volgende mogelijkheden:

  • Trijntje x Harmen (in alle mogelijke naamsvariaties en schrijfwijzen, geldt voor alle combinaties),
  • Trijntje x Albert
  • Grietje x Harmen
  • Grietje x Albert
  • Trijntje x Pieter
  • Grietje x Pieter

Een van de grootvaders zou Jan moeten hebben geheten, omdat de derde zoon Joannes werd genoemd. Men was vrij strikt met benoemingen: vader, vader, grootvader… Dus dat verruimde de zoekopties met het patroniem Jans: Trijntje Jans x Harmen of Trijntje x Harmen Jans, Grietje Jans x Harmen of Grietje x Harmen Jans etc.

Ik besloot Harmannus even te laten rusten en te beginnen met Anna Alberts. Bij haar vond ik al gauw een andere mogelijkheid, op basis van een huwelijkscontract waarbij Anna als zuster, samen met haar echtgenoot Hermannus Bentum aanwezig was. Zij bleek een dochter van Albert Jans en Trijntje Caspers te zijn. De nazaten van deze lijn kregen de familienaam Teuben, een vrij algemene naam in de omgeving van Martenshoek en Hoogezand.

Daarmee bleef voor de ouders van Harmannus dus over: Harmen en Grietje (op alle mogelijke schrijfwijzen). Ze bleven voor mij echter onvindbaar. Er was nog één naam die ik niet had meegenomen: Petrus (Pieter). Het tweede kind en het zevende kind in het huwelijk heetten respectievelijk Harmannus Petrus en Petrus Harmannus. Dat betekende dat er vermoedelijk nog een grootvader Pieter of Petrus was. Ik ging vervolgens alle doopgetuigen met patroniem Harms langs en probeerde hun gezinnen uit te zoeken. En daar kwam één bijzondere getuige naar voren, zowel bij dopen als in huwelijkscontracten, waar hij als vader werd vermeld: Harm Pieters! De ouders moeten dus zijn Harm Pieters x Grietje ..? En daar liep ik weer vast. Ik zat nog een beetje vast in de gedachte dat het een Grietje Jans zou moeten zijn. Maar ja, zo’n echtpaar was niet te vinden, in ieder geval niet passend bij mijn Harmannus. En toen kwam er een klein Eureka-momentje. Ergens in een huwelijkscontract had ik een afwijkende schrijfwijze gezien van Harmannus Harms. Hij was daar namelijk als oudste broer aanwezig onder de naam Harmannus Lucas Harms. Zou Grietje een dochter van een Lucas kunnen zijn?

Ik had ondertussen wel gezocht naar vader Harm Pieters. En ik vond een kerkelijk huwelijk in Scharmer, op 10 mei 1722 Harm Pieters Benten, van Laen, Westfalen (Lohn) en Hilje Tiddes. Familienaam Benten èn in Scharmer, dat om de hoek ligt bij Foxhol, Martenshoek en Hoogezand, waar de familie Benthem woonde. Dat moest toch wel haast… toch?

Maar ja. Hilje is geen Grietje. En een Hilje kwam niet voor in de vernoemingen. Toch is het zeer waarschijnlijk dat haar weduwnaar als Harmen Pieters, van Loen (=Lohn) in Munster, hertrouwt in Groningen op 16 juli 1729 met Grietjen Lucas uit Bochum in Lingen. Zij wordt vertegenwoordigd door Jurrien Veldtman, daartoe verzocht. Het huwelijk vindt plaats met ‘belastinge op ‘t Hoge zand’ (Hoogezand). Grietje Lucas vind ik nog één keer terug, als ze is bediend met de laatste sacramenten in Sappemeer op 5 maart 1775, aangetekend in de Rooms Katholieke parochie Kleinemeer. Alhoewel ik geen dopen vond, heb ik wel vier kinderen uit dit huwelijk kunnen traceren: 

  1. Anna Harms x Luigien Willems
  2. Joanna Harms x Jan Daniels Wachter(s)
  3. Harmannus Lucas Harms (Harmannus Benten) x Anna Alberts  
  4. Pieter Harms x Aaltjen Derks


Voetnoten:




Herberg van de Wed. Planter op t Hogezant


BEKENTMAAKINGEN.. “Groninger courant”. Groningen, 18-12-1787, p. 2. 1

In december van 1787 wordt een verkoop van een buitenverblijf aangekondigd die plaats zal vinden in de herberg van de weduwe Planter in Hoogezand. Ook in de jaren erna wordt de locatie van deze weduwe regelmatig genoemd als plaats van verkopingen van onroerend goed. Wie was deze weduwe en hoe kwam ze aan de herberg?

In één van de advertenties is een initiaal toegevoegd: de weduwe G. Planter. Dat maakt dat de zoektocht al iets gerichter kan worden uitgevoerd. Zoekend op de achternaam Planter landen we dan al snel bij Geert Berends Planter2, die op 10 januari 1785 een huwelijkscontract sluit met Jantje Tomas. Voor Geert zijn aanwezig: Meike Alberts3, weduwe Albert Jans, volle moeij en Geesje Geerts4, volle moeij, gehuwd met Pieter Pieters Weijer. Jantje Tomas wordt vergezeld door haar schoonzoon Evert Cornellis Borst, echtgenoot van haar dochter Aaltje ter Spil, eveneens aanwezig, haar zoon Bronne ter Spil, en drie voorstanders over haar minderjarige kinderen bij Hiskias de Jonge (waaronder schoonzoon Evert). Dit contract5 biedt genoeg aanknopingspunten om verder te zoeken en we kunnen ervan uitgaan dat Jantje dus voor de derde keer trouwt.

Zoekend op Jantje Tomas en achternaam Planter is haar overlijdensakte al snel gevonden: op 15 oktober 1814 is het overlijden geregistreerd van Jantje Thomas, leeftijd 82 jaar (ergo geboren rond 1732), overleden op 13 januari 1814 te Hoogezand, overleden echtgenoot Geert Berends Planter, in het huis 40, letter B, aangifte door Conraad Smith, 58, leerlooiersknecht, en Frederik Ewolds, 32, verver en glazenmaker, naburen te Hoogezand. Nu we haar vermoedelijke geboortejaar kennen, moet de doop ook vrij makkelijk te vinden zijn.

In de Kerkelijke gemeente Kropswolde is op 04-04-1723 een registratie van het huwelijk van Tomas Jans van Kropswolde en Aeltien Jans van Kropswolde, (lidmaten 11-03-1729 Kropswolde: Lidmaat Tomas Jans en Aeltien Jans, Echtel.; in november 1753, Kropswolde, “In Wolde Lidmaat Tomas Jansen en zijn Vrouw Aaltien”) en zij laten de volgende kinderen dopen:

  • d. Geessien, 22-10-1724 Kropswolde
  • d. Hillechien, 23-02-1727 Kropswolde
  • d. Jantien, 15-04-1731 Kropswolde
  • d. Elsien, 17-01-1734 Kropswolde, overleden op 12-02-1734 te Kropswolde.
  • d. Tijbechien, 26-01-1738 Kropswolde, vader Tomas Jans
  • d. Aeltien, 03-03-1743 Kropswolde, overleden op 12-11-1743 te Kropswolde, vader diaken.
  • d. Aeltien, 27-04-1746 Kropswolde

Daar hebben we dan onze weduwe Planter. Maar eerst was ze nog weduwe de Jonge en daarvoor weduwe ter Spil. Het huwelijk tussen Hiskias Jans van Nieuwolda en Jantje Thomas van Kropswolde, weduwe van J. ter Spil, werd op 21 december 1766, in de kerkelijke gemeente Hoogezand, geregistreerd. Hiskias is geboren op geboren 31 maart 1740 in Nieuwolda, als zoon van Jan Hanssen en Anje Jans, aldaar gedoopt op 03 april 1740. In 1771 is Hiskias de Jonge herbergier in Hoogezand. Op 29 augustus 1780 is er nog een advertentie ‘ten huize van Hiskias de Jonge’op 29-08-1780, de advertentie van de volgende verkoping op 13 december 1782 is ten huize van de weduwe Hiskias de Jonge. Hiskias is dus in de periode daartussen overleden. Kinderen uit dit huwelijk:

  • k. Jan Hiskias de Jonge, dp. 17-05-1767 Hoogezand, overleden op 02-08-1832 te Hoogezand.
  • k. Thomas de Jonge geboren 27-10-1769 te Hoogezand, dp.03-12-1769 Hoogezand, overleden op 05-06-1844 te Groningen.
  • k. Annigjen, geboren 17-09-1775 te Hoogezand, dp. 24-09-1775, waarschijnlijk overleden voor 1811.

We hebben nu dus vastgesteld dat Hiskias tussen 29 juli 1780 en 13 december 1782 is overleden, en dat hij herbergier was. Jantje, de weduwe de Jonge zet het bedrijf voort. Maar hoe kwamen Hiskias en Jantje aan de herberg? We zoeken verder, naar het eerste huwelijk van Jantje en dat vinden we in Hoogezand.

Advertentie. “Opregte Groninger courant”. Groningen, 07-01-1755, p. 2.

In bovengenoemde advertentie is sprake van een Wed. ter Spil op ‘t Hogezant. Deze weduwe, Jantje Jans, dreef de herberg van haar overleden man Hugo Adolfs ter Spil. Hun zoon Jan, gedoopt in Engelbert op 25 december 1717, trouwt op 23 april 1758 in de kerkelijke gemeente Hoogezand met Jantje Tomas. Jan is een zoon van Hugo Adolf en Jantjen Jans. Jan ter Spil (41) en Jantje Tomas (25) krijgen twee kinderen:

  • k. Aaltje Jans ter Spil,  dp. 05-11-1758, Hoogezand x Evert Cornelis Borst. Hun zoon, Cornelis Everts Borst, wordt later burgemeester van Hoogezand, tussen 1816 en 1840.
  • k. Bronne Jans ter Spil, dp,  23-03-1761, Hoogezand, trouwt met Elisabeth Boelmans, logementhouder in Groningen, overleden op 09-11-1845 te Groningen.

Jan Ter Spil is eerder gehuwd geweest met Gesina Stenhuis en heeft met haar maar liefst tien kinderen6. Dochter Hendrica (Henrica) wordt later als halfzuster genoemd in het huwelijkscontract van Thomas de Jonge, Jantje Tomas’ zoon uit het tweede huwelijk). Jan Ter Spil en Gesina Stenhuis trouwden op 6 juni 1740 in Hoogezand. Met de geboorte van het tiende kind is het huwelijk voorbij: vermoedelijk is Gesina Stenhuijs gestorven na de geboorte van dit dochtertje, dat vervolgens naar haar vernoemd werd. Jan ter Spil is met een grote kinderschare achtergebleven. Zou Jantje, 25 jaar oud, hebben geweten waaraan ze begon? Of zouden ze met elkaar gered zijn? Zes maanden na het huwelijk werd hun eerste kindje geboren. Jan Ter Spil is overleden voor december 1766.

Jan ter Spil was collector en had een herberg, zoals blijkt uit een advertentie in de Opregte Groninger Courant van 1749.7 Ze bieden daarin hun ‘wel ter nering staande behuizing’, die tegenover het verlaat staat aan. De verkoop vindt plaats ten huijze van de de weduwe Hugo ter Spil.

In de Groninger Courant is in 1762 de volgende advertentie geplaatst: De Procureur J. Soenvelt in qualité zal op Vrijdag den 23 Julij 1762 des s avonts om 5 uur, ten huize van monsigneur R. Groeneman in de Vonk buijten t Kleijne Poortje bij Groningen, presenteren te Verkopen een Huis, zijnde een Herberge, staande op t Hogezant, daar het Oldamster Wapen uijthangt, voorzien met verscheijden Vertrekken, Schuur, Pomp en Regenwaters Bak, met deszelfs Heemstede Hof en twee Koe Weyden, wordende bij Jan ter Spil en vrouw gebruijkt voor 75 gl. jaarlijks , doende jaarlijks an de Stad tot Lanthuure 3 gl-2 st-4 ct.8

Jan ter Spil en vrouw (Jantje Tomas) wonen nu nog in het huis van de Erven A. Vos, maar verhuizen  naar Hoogezand in het huis van Willem Ebbing, tegenover mevrouw Keysers plaats. Hij is voornemens daar in het vervolg Herberge te houden en beveelt zijn diensten beleefd aan aan alle Heeren Borgers en Ingezetene. 9

Ik acht het zeer aannemelijk dat Jantje Tomas tweede echtgenoot, Hiskias de Jonge, in de boedel van weduwe Jantje is ingetrouwd en dat ze samen de herberg hebben voortgezet. Nadat Hiskias is overleden trouwde Jantje met de zeeman Geert Berends Planter (ook Plenter), afkomsting van de Lula (Hoogezand) kapitein van het schip Maria Sophia. Zijn laatste scheepstijdingen waren van Elbing op 17-10-1786 en op 6 december 1786, van Rouaan. Op de 18e december 1786 is er een advertentie waarin de Wed. Planter genoemd wordt geplaatst. Geert Berends Planter is dus met zekerheid voor 18 december 1786 overleden. Een klein half jaar later wordt zijn smakschip Maria Sophia verkocht.

10

Na dit speurwerk rest er maar één conclusie: de eerste schoonouders van Jantje Thomas, Hugo Adolfs ter Spil en Jantjen Jans hadden een herberg. Via hun zoon is Jantje Tomas in het vak gerold en heeft ze het in haar volgende huwelijken uitgeoefend. Misschien wel tot haar dood. Van haar kinderen had ook zoon Thomas de Jonge een herberg, en wel in Groningen.


Bronnen:

  • www.delpher.nl
  • Rijksarchief Groningen: www.allegroningers.nl

Voetnoten:




Kroeze: een hele familie ten onder op de Eems, 1896

Gezin van Eernst Kroeze en Alida Dennekamp, uit Oude Pekela, aan boord van de tjalk ‘Alida’

RAMPEN en ONGEVALLEN.. “Dagblad van Zuidholland en ‘s Gravenhage”. ‘s-Gravenhage, 14-04-1896, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 11-10-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:003625188:mpeg21:p00007

Een kort berichtje, maar wat een leed bevat het! Een heel gezin, bestaand uit vader, moeder en acht kinderen kwam op 13 april 1896 op de Eems ter hoogte van Statenzijl om het leven. Uit de berichten destilleer ik dat de schipper onverantwoordelijk is geweest. Een met steenkolen vol beladen tjalk, luiken open, ook steenkool op het dek, zonder dekkleden, slecht weer, aangeboden hulp van een passerende stoomsleepboot afslaan, het advies van de sleepboot om in ieder geval te ankeren negeren… een zeer trieste samenloop van omstandigheden die een heel gezin – met hond- wegvaagde.

De familie Kroeze was met hun vrij nieuwe ijzeren tjalk “Alida” (36 ton, in 1895 gebouwd in Martenshoek op de werf van de gebroeders Bodewes) net teruggekeerd uit Engeland. In Delfzijl pikte de schipper een lading steenkool op van het Britse stoomschip SS Dinnington.

Vanuit Delfzijl vertrok de “Alida” met als bestemming Statenzijl, tegenover Oudeschans. Het advies van de Delfzijster sluismeester, dat men beter de binnenlandse vaarroute zou kunnen nemen, werd in de wind geslagen. De schipper verkoos over de Eems te varen. Eenmaal op de Eems bood de kapitein van de passerende stoomsleepboot van Delfzijl nog aan het schip op sleeptouw te nemen, maar dat werd geweigerd. Toen er plotseling wind opstak en er een zware onweersbui overkwam, kwam het zwiepende water via de geopende luiken het schip in en begon de ‘Alida’ te zinken. Het hele ongeluk moet in ongeveer een kwartier tijds zijn voorgevallen. De bemanning van de teruggekeerde sleepboot zag alleen nog de masten boven het water uitsteken. De schipper was vastgebonden aan de mast en bezweken: men gaat er van uit dat hij zich mogelijk wilde ophijsen. Er viel niets meer te redden.

Waar men verwacht had de rest van het gezin aan boord te zullen aantreffen, bleek dat niet het geval. De beide jongste kinderen, Grietje (3) en Henderika (1) bevonden zich vermoedelijk wel in de kajuit en werden op 13 april geborgen, evenals de hond van het gezin. Oudste dochter Webina (15) en zoon Harm (9) spoelden een dag of twee later aan in het Duitse Ditzum en ze werden daar begraven. Eén van de kinderen werd in de tuigen van plaatselijke vissers gevonden, volgens een melding op 15 april 1896. Mogelijk betrof dit Maria (5). Jongste zoontje Hendrik (7) spoelde aan op de Oost-Friese kust tussen 13 en 15 april. Op 20 april werd Aaltje geborgen en in mei werd Johannes (13) in Oterdum bij Delfzijl gevonden.

Schippersvrouw Alida Kroeze-Dennekamp werd op 5 mei gevonden bij de Fimel, de punt van Rheide en door familieleden geïdentificeerd. Hoewel de schipper aan de mast van het schip werd gevonden, werd zijn dood pas officieel vastgesteld op 31 mei 1896 in Termunten. In het zelfde bericht is vermeld dat hij als laatste van de inmiddels acht aangebrachte lijken bij Statenzijl is geïdentificeerd. Daarmee zou het gezin compleet teruggevonden zijn.

De tjalk van de familie, de “Alida”, werd in juni door deurwaarder Achterbos is beslag genomen namens de scheepsbouwer Bodewes, omdat schipper Kroeze nog een schuld op de aanbouw van 1500,– gulden had. De door het ministerie aangewezen procureur Soer uit Veendam zou het schip in juli of augustus gerechtelijk moeten verkopen. Het schip lag in juli 1896 in de Westerwoldsche A, onder beheer van de burgemeester-strandvonder van Beerta. De executieverkoop vond plaats en – plottwist – wie werd voor 1000,– eigenaar? J.J. Soer, procureur…

Het gezin Kroeze-Dennekamp

Eernst Kroeze (Ernst, Erenst, Kroese) geboren 30-07-1859 te Oude Pekela, natuurlijk kind van Webina Klinkenberg, gewettigd bij huwelijksakte op 25-08-1860 te Oude Pekela van Johannes Kroeze en Webina Klinkenberg (arbeidster), overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide (met schip geborgen, vastgebonden aan de mast), akte opgemaakt op 31-05-1896 te Termunten, als weduwnaar van Alida Dennekamp,

huwt 13-11-1880 Oude Pekela huwelijk (als Eernst Kroese (21), schipper),

Alida Dennekamp (21) dv Harm Dennekamp (timmerman) x Aaltje Mattema, geboren in Oude Pekela op 03-10-1859, overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide, geborgen 05-05-1896 te Fimel, Punt van Reide

kinderen uit dit huwelijk:

k. Webina Kroese 19-12-1880 te Oude Pekela, vader 21 arbeider, overleden (15) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896, aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Joannes Kroeze 19-10-1882 te Oude Pekela, vader 23 arbeider, overleden (13) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, geregistreerd (gevonden) op 11-05-1896 te Oterdum gem. Delfzijl;

k. Aaltje Kroese 30-07-1884 te Oude Pekela, vader arbeider; overleden (11) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems; 20 april aan land gebracht (waarschijnlijk in Ditzum, geen overlijden gevonden in Groninger akten, Winschoter courant 22-4-1896)

k. Harm Kroese 04-02-1887 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (9) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896; aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Hendrik Kroese 02-08-1889 te Oude Pekela, vader dagloner; overleden (6) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems (7 jarig jongetje aangespoeld aan de oost-Friese kust; Franeker courant)

k. Maria Kroeze 28-03-1891 te Oude Pekela, vader schipper; overleden (5) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems

k. Grietje Kroeze 29-04-1893 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (3) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aan land gebracht in Statenzijl (Beerta), begraven in Oude Pekela.

k. Hinderika Kroese 26-02-1895 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (1) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, (bevond zich nog in de kajuit volgens de Franeker courant

Hoogezand, Winschoterdiep: tjalk met gestreken mast,
Ansichtkaart; Datum 1903-1913, Uitgever Smit’s Boek- en Papierh.
Bron: 1986_11704.jpg Uit de collectie van Groninger Archieven

  • Bronnen: Delpher.nl, marhisdata.nl, allegroningers.nl, boek: de Dollard door G.A. Stratingh, S.S. Dinnington