Vermist: eenen Kunnegunda Remings

Advertentie. “Opregte Groninger courant”. Groningen, 14-03-17491

Claes Dinkgreve, bakker in de Oosterstraat te Groningen, heeft burgemeester en raad van die stad verzocht om zijn verdwenen echtgenote Kunnegunda Remings te laten opsporen. Daartoe wordt een drietal advertenties in de Groninger courant geplaatst.

Het loopt niet goed af. Een week na de laatst geplaatste advertentie wordt Kunnegunda begraven. De advertenties geven ons overigens wel een mooie beschrijving van de kleding die deze middenstandsvrouw in het midden van de 18e eeuw droeg.

BEKENTMAKINGEN.
Ten verzoek van de Bakker CLAAS DINKGREVE, word door Burgermeesteren ende Raad in Groningen een ieder, dar op Dingsdag den 4 February laastleeden, des avonds omtrent vyf uuren, is uyt Huys gegaan, en vervolgens tot hier toe vermist, eenen KUNNEGUNDA REMINGS, Huysvrouw van gemelde CLAAS DINKGREVE, zynde Oud 64 Jaaren, middelmaatig van Statuur, aan de Regter syde een weynig hoog van Schouder, smal en bleek van Weezen, Blauwagtige Oogen, yets hoog van Neus, Bruyn van Hair en Winkelbrauwen, hebbende een Hulle op het Hoofd, een bonte Doek om den hals, en aan hebbende een donker bruyne Borstrok, een dito Vyfschafte-Rok, met een blaauw Wollen Voorschoot, Swarte Koussen en gemostleeren Muulen, zonder dat haar Man eenigzins heeft konnen ontdekken werwaards gemelde Vrouw zig heeft begeeven, of waar dat mogt latiteeren of wat haar mogt zyn wedervaaren; Weshalven by deezen beloofd word, een premie van tien Zilveren Ducaatons, aan die geene te betaalen, zoo voornoemde KUNNEGUNDA REMINGS wederom weet te Regt te brengen, of met zeekerheyd aan te wyzen, hoe en waar dezelve zig mogt onthouden.

Kunnegunda, die rond 1682 geboren zal zijn, liet de volgende administratieve sporen in de geschiedenis achter:
Ze huwt 1) in de Academiekerk op 02-03-1712 te Groningen, met Jan Bebinck, bruid en bruidegom beide van Groningen, voor Kunnegunda1 is broer Hendrick Reminck present; kinderen uit dit huwelijk:

  • doop 22-11-1712 Martinikerk, Groningen: Barelt, in de Oosterstraat2.
  • doop 05-12-1713 Martinikerk, Groningen, Anna, in de Oosterstraat3
  • doop 19-03-1715 Martiniker, Groningen, Jantien, in de Oosterstraat4

Ze huwt 2) in de Martinikerk op 19-10-1717 te Groningen met Claas Helmer Dinkgreve, van Quakenbrugge, Kunnegunda5 als weduwe van Jan Bebink, van Groningen, pro qua Abraham Bartelts als neeve; het echtpaar krijgt vijf kinderen:

  • doop 09-01-1720, Martinikerk, Groningen: Jurrien,in de Oosterstraat6; overleden voor 10-2-1722
  • doop 10-02-1722 Martinikerk, Groningen: Jurjen, in de Oosterstraat7
  • doop 05-12-1723 Martinikerk, Groningen: Berendt, geboren 01-12-17238
  • doop 21-01-1725 Martinikerk, Groningen: Aeltjen, geboren 19-01-17259
  • doop 14-07-1726 Martinikerk, Groningen: Aleida, geboren 07-07-172610

Er is voor het huwelijk een huwelijkscontract opgemaakt:

Er is een huwelijkscontract opgemaakt op 23-09-1717 in Groningen: oor Kunnegunda11 zijn getuigen Jan (absent) Altingh, relatie onbekend, en Hindrick Reininck, haar broer. Voor bruidegom Claes Helmer Dinckgreve zijn z’n neven Jan Gerard Basse en Harmannus Gerrardus Dinckgreve present.

In het breukdodenboek van Groningen wordt Kunnegunda op 22-03-1749 als relatie van Claes Dinkgreve uiteindelijk voor de laatste keer beschreven.

De wijze waarop haar naam in de boeken is geschreven, is ook een studie waard: maar liefst 11 variaties. Niet één keer is de naam op dezelfde wijze geschreven.

Geraadpleegde bronnen: www.allegroningers.nl, delpher.nl




Naamgeving van de getrouwde vrouw

Hoogezand-Sappemeer – 1986

Tijdens een opruimsessie komt een genealogisch aangedraaide hoarder nog wel eens iets tegen…

Er is gelukkig het een en ander veranderd!




Kou deur t ies

In het Gronings kennen we de uitdrukking: ‘Aine n zwien ien t ies joagen‘, dat betekent: de zaak bederven.

Alhoewel het een oude uitdrukking is, gebruik ik hem regelmatig, al is het maar in gedachten. Ik neem het natuurlijk niet letterlijk. Maar ooit zal er zo iets gebeurd zijn, waardoor het spreekwoord is ontstaan. Een voorbeeld met een koe ken ik nu wel. Een zekere koopman uit Martenshoek kocht in november 1888 in Groningen een koe. De terugtocht naar huis werd, met de koe aan de hand, al lopend aanvaard. Het is een aardig eindje stappen van Groningen naar Martenshoek: toch een kleine drie uur gaans. Tot aan Waterhuizen gingen het voorspoedig, maar toen ontsnapte de koe, ze kwam op het ijs van het Schuitendiep terecht en zakte door het ijs. Ze was niet meer te redden. Een grote strop voor de koopman. Wedden dat hij bij thuiskomst zei: ‘Dei verrekte kou het mie n zwien ien t ies jagt!’?

ALLERLEI.. “Provinciale Drentsche en Asser courant”. Assen, 20-11-1888. Geraadpleegd op Delpher op 23-10-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMDA03:000101358:mpeg21:p003



Ripperda, Ripperda, Johan Willem Ripperda!

Na het bezoek aan de Zummerbuhnevoorstelling “Ripperda”, moest ik nodig weer even het een en ander uitzoeken. Er was in de voorstelling sprake van twee kinderen uit het huwelijk met zijn eerste vrouw Alida van Schellingwou (Schellingwoude), en ik meende ooit ergens te hebben gelezen dat er drie kinderen waren geboren. Dat werd in de digitale archieven duiken, dus! (Spoiler: het waren er vier.)

Johan Willem Ripperda (geb. Oldehove, 7 maart 1682, ovl. Tetuan, Marokko, november 1737) was de zoon van Ludolph Luirdt Ripperda, kapitein van een compagnie infanterie en Maria Isabella van Diest, dochter van Jonker Johan Wilhelm van Diest van de Jensemaborg.

Ondertrouw 1704 Groningen: d Hoog Welgebooren Heer Johan Wilhelm Ripperda van Winsum, heer van Jensema van Groningen met belasting tot Oldehove en Ferwert (Feerwerd) en d Hoog Welgebooren Juffer Alida Schellingwou van Amsterdam
pro qua de heer Gerhardt Schatter vrijheer van Petten als stiefvader. Hiervan attestatie gegeven.

Trouw 1704 13 juli, Oldehove: De Hoogh welgebooren Johan Willem Ripperda van Winsum, heer van Jensema en de Hoogh welgebooren juffer Alida Schellingwou

Het echtpaar laat dopen in Groningen:

  • 1705 Grote kerk, 12 mei, Maria Nicoleta, dv Jonker Jan Willem Ripperda, heer van Jensema en Aleda Schellingwouw, Geltingstraat (thans Gelkingestraat); overleden voor 27-01-1709;
  • 1706 Grote kerk, 10 oktober, Maria Isabella dochter van Jan Willem Ripperda en Aleida Schellingwou, in Geltingstraat. Zij is jong gestorven, in ieder geval voor 1717;
  • 1707 Grote kerk, 13 november Ludolf Luirdt, soon van Jonker Johan Willem Ripperda, en vrouwe Alida Schellingwou in Ebbingestraat; overleden 1739.
  • 1709 Grote kerk, 27 januari, Maria Nicoleta, dochter van Joh. Willem Ripperda, heer van Jensema, en Alida Schellingwou, in Ebbingestraat.

Alida van Schellingwou is gedoopt in Amsterdam op 19 december 1685 en is overleden in 1717: op 31 mei van dat jaar werd zij begraven in de Brugkerk in Koudekerk aan de Rijn. Haar ouders waren Nicolaes Schellingwou(w) en Maria Commerstein (Commersteijn), ondertrouwd in Amsterdam op 4 februari 1683. Ze heeft nog een zus gehad: Margareta, gedoopt in Amsterdam op 21 december 1683. Maria hertrouwde in 1687 met mr. Gerhard Schatter, ergo: Nicolaas is overleden voor 1687. Maria en Gerhard kregen meerdere kinderen: op 8 juni 1689 laten ze dopen Mattheus Gerard, in Haarlem, op 10 mei 1691 in Haarlem wordt Johan Cornelis gedoopt, dan nog Jan Cornelis op 1 januari 1694 in Haarlem en Cornelia Maria Margareta, gedoopt in Groningen, 12 februari 1699, in de Grote kerk, de ouders zijn heer van Petten en vrouw van Poelgeest en wonen in de Oosterstraat. Op 1 augustus 1711 wordt Johannes Cornelius Schatter, Omlandus, als student L.L. aan de hogeschool van Groningen ingeschreven. Is hij dezelfde als degene die in 1694 in Haarlem gedoopt werd? Volgens mij is dat zeer wel mogelijk. De leeftijd, 17, past goed bij een inschrijving als student.

Gerhardt Schatter was voormalig ontvanger van de ‘gemene lants middelen’ in Haarlem. Hij werd op 28 maart 1695 door de raden van Westfriesland en Holland wegens fraude uit zijn ambt gezet en voor eeuwig verbannen op straffe des doods. Hij trok naar Groningen en overleed in de stad Groningen in mei 1716. Hij heeft als universeel erfgenaam achtergelaten zijn minderjarige zoon Joan Cornelis, met Maria als bewindvoerder, doch zij is in augustus 1716 eveneens overleden.

Johan Willem Ripperda komen we tegen als partij in een bijzondere casus: Maria Commersteijn voerde met haar tweede echtgenoot een rechtzaak over de aankoop van de heerlijkheden Poelgeest en Koudekerk, die ze zouden hebben gekocht van Gerard van Poelgeest. Hij levert echter niet. Voorts is eerst Gerard naar Groningen vertrokken en Maria is hem gevolgd. Het echtpaar heeft daar vastgoed aangeschaft. Zij stelt in het begin van het dispuut dat zij zelf over haar geld en zaken zou beschikken in haar huwelijk. Omdat haar man verbannen is en dus niet naar Holland kan, vraagt Maria het hof in 1706 om haarzelf te autoriseren haar zaken in Holland zelf administratief af te handelen. (Rechten van vrouwen in die tijd stonden dat niet toe. De man was handelingsbekwaam, de vrouw niet.) Dat recht krijgt ze provisorisch. Ze schenkt op papier de heerlijkheden en nog wat grond aan haar dochter. Het echtpaar laat vervolgens in Groningen verzegelen dat ze ieder hun eigen bezittingen zullen houden en laten. Omdat Gerard en Maria in 1716 overleden zijn, komt schoonzoon Johan WIllem Ripperda in beeld, om Poelgeest en Koudekerk op te eisen voor zijn minderjarige zoon Ludolf Luirt. Bij uitspraak van de Hoge Raad dd 22 december 1713 is hij de eigenaar van de heerlijkheden. In 1714 wonen Johan Willem en Alida dan ook op de burcht Groot Poelgeest. Was Maria wel gerechtigd deze te schenken aan Johan Willem Ripperda, danwel aan haar dochter? Haar zoon Joan Cornelis Schatter is inmiddels volwassen en doet ook zijn rechten gelden. Het hof stelt dat Maria weliswaar de administratie mocht voeren, maar dat dat niet betekende dat zij naar eigen inzicht mocht verschenken en handelen. Maria noemde zich in 1706 nog vrouwe van Poelgeest en heeft dat recht dus niet aan haar dochter gegeven, stelt het hof. Daarentegen heeft Ripperda al sinds 1705 diverse rechtszaken gevoerd, met succes, want hij mocht zich eigenaar van de heerlijkheid Koudekerck noemen. Maar… er had ook 1000 gulden betaald moeten worden voor dat recht. Dat nu is nooit gebeurd. En Joan Cornelis heeft inmiddels die 1000 gulden betaald. De heren constateren dat Maria Commestein uiteindelijk altijd eigenaar is geweest, niet Ripperda. En daarmee vervalt het aan haar enige zoon. Casus positie. Besloten in Den Haag, januari 1727.

Tussen augustus 1715 en september 1717 bevond Ripperda zich in Spanje. Daar bereikte hem het bericht van het overlijden van zijn vrouw. Vanaf september 1717 noemt hij zich de baron van Ripperda. HIj is door de koning van Spanje benoemd tot “Don Juan Guillermo Varon D Ripperda“: het rijk gedecoreerde adelsdiploma bevindt zich sinds 1908 in het Rijksarchief te Groningen.

Johan Willem Ripperda in 1715 tot speciaal envoy in Spanje werd benoemd namens de Staten Generaal. Als in 1717 zijn vrouw overlijdt is oa. schoonvader Gerardt Schatter zaakwaarnemer voor de minderjarige kinderen van Johan en Alida. Mogelijk wordt halfbroer Joan Cornelis volwassen verklaard in hetzelfde jaar, wanneer zijn beide ouders zijn overleden. In 1717 wordt hij aangezworen als voogd over de kinderen van Johan Willem Ripperda’s minderjarige kinderen. Dat duurt tot februari 1724. Ripperda zelf was destijds in Spanje. Schatter was evenals zijn vader niet van onbesproken gedrag. In 1723 stonden deurwaarders aan zijn bed. Het ging zover dat de sterke arm moest worden ingeschakeld. Hij maakt het uiteindelijk zo bont dat hij uit de provincie Groningen verbannen wordt. De appel valt niet ver van de vaderlijke boom. Jan Cornelis Schatter is op 1 december 1761 begraven in Amsterdam. Lees meer in de Groninger Volksalmanak 1898 over Jan Cornelis Schatters

In 1725 wordt op berzoek van Jan Cornelis een boedelscheiding gemaakt. Er is sprake van effecten in de waarde van honderd veertien duizend honderd twee en negentig gulden, zeven stuivers en acht penningen, een huis in de Hoofd Steeg en een grafstede in de oude kerk. Alida wordt ook genoemd in het document.

https://brugkerkaanderijn.nl/?page_id=216
Het rouwbord voor Alida van Schellingwou, in de Brugkerk aan de Rijn.

Meer informatie over het geslacht Ripperda op de volgende site: GENEALOGIE VAN HET GESLACHT RIPPERDA
EN COSIJN VON RIPPERDA

Over Groot Poelgeest: https://www.historischgenootschapkoudekerk.nl/wp-content/uploads/2021/04/HGK-Jaarboek-2000.pdf

Meer over Johan Willem Ripperda’s staatkundig bedrijf: hier.

Lidmaten Feerwerd: den 5 Junij 1698
Maria CommersteijnGerard Schatters huisvr, met 2 maaghden 
Trijntje en Hillighjen

Een bijdrage tot het leven van Johan Willem Ripperda.


Nog te bestuderen: 1233 Jonker Ripperda van Jensema en Maria Commerstein wegens huisvredebreuk en het toebrengen van lichamelijk letsel aan Gerhard Schatter, 1706. 1, 1534   Volle Gerecht van de stad Groningen, 1475 - 1811 
Alledrenten: 0616   Huis Mensinge te Roden nr. 1798 Akte van overdracht door Maria Commerstein, echtgenote van Gerard Schatter, aan haar dochter Alida Schellingwou van een huis met toebehoren in de Oosterstraat te Groningen; 1705



Graftour: Kolham (1)

Samen met @Geneatine bracht ik onlangs een bezoek aan het kerkhof in Kolham. Voor haar de eerste keer, voor mij een herhaling: mijn voorouders Hartenhof en Broekema liggen er begraven. Zo is er nog de grafsteen van Sietse Broekema en Pieterke Hartenhof en hun jong gestorven dochter Stijntje. De steen begint nu echter wel in verval te raken…

Deze steen is ergens midden op het kerkhof te vinden (goed zoeken!)

Locatie: https://goo.gl/maps/M93Ax9kvPKBft7376

Naar Graftour: Kolham (2) Hartenhof, Bos, Begeman, Meijers




Graftour: Kolham (2)

Hartenhof x Bos; Bos x Begeman; Begeman x Meijers

Behalve de voorouders Broekema – Hartenhof zijn er nog twee andere stèles die mijn aandacht trokken, en wel die van Oltman Begeman en Maria Meijers. Er ligt een lijn van deze mensen naar de familie Hartenhof en die connectie intrigeert me al geruime tijd.

Mijn voorvader Amel Hartenhof was getrouwd met mijn voormoeder Hindrikje Hindriks Bos. Amel’s broer Kornelis Hartenhof was getrouwd met Hindrikjes zuster Wobbegien Hindriks Bos. Beide broers waren landbouwers in Kolham. Amel woonde aan de zuidzijde van de doorgaande weg van Kolham, schuin tegenover de huidige school en Kornelis woonde aan de noordzijde, ten oosten van de school. Ze bezaten grond vanaf Kolham tot Sappemeer. De Joodse begraafplaats aan de Knijpslaan in Kolham is aangelegd op land dat door Kornelis aan de Joodse gemeenschap werd verkocht.

Amel en Hindrikje kregen samen drie kinderen, waaronder Hindrik Hartenhof (de vader van Pieterke Hartenhof, die we in Graftour: Kolham 1 tegenkomen). Het noodlot sloeg toe en Amel stierf jong. Hindrikje, ook nog maar 28 jaar oud, hertrouwde na een klein jaar met ene Oltman Begeman, die dan 26 jaar oud en boerenknecht in Kolham is. Amel’s broer en dus twee keer Hindrikjes zwager, Kornelis Hartenhof is éen van de de getuigen. Oltman en Hindrikje krijgen samen nog maar liefst acht kinderen, en zwager Kornelis is vaak als getuige bij een aangifte van geboorte aanwezig. Er lijkt dus sprake van een goede onderlinge band.

Maar dan, rond 1841, is de situatie drastisch gewijzigd. Zwager Kornelis vinden we op dat moment terug in Veendam, als arbeider en als hij in 1844 aangifte doet van het overlijden van zijn vrouw Wobbegien (45 jaar oud) is hij zelfs geregistreerd als scheepsjager. Wat is daar toch gebeurd? Ik ben er nog steeds niet achter. Kornelis sterft in 1846 in Harkstede, maar blijkt op dat moment nog woonachtig in Veendam te zijn geweest. De vier jongste kinderen van Kornelis en Wobbegien, die nu wees zijn, worden uiteindelijk in het armenwerkhuis in Kolham ondergebracht. Daar resideert de van oorsprong Oost-Friese Maria Meijers als werkhuismoeder. Het armwerkhuis in Kolham is in de periode tussen 1847 en 1849 tot stand gekomen. Lang kan Maria er dus nog niet geweest zijn.

1846 is sowieso geen goed jaar:

en als Hendrikje 44 jaar oud is, komt in november van dat jaar haar leven ten einde. En zo is er van het oorspronkelijke klaverblad Hartenhof x Bos niemand meer in leven. Is Oltman de spreekwoordelijke lachende derde? De gebouwen en landerijen van de Hartenhof’s staan later op zijn naam. En hij laat er geen gras over groeien:

Advertentie. “Groninger courant”. Groningen, 27-11-1846, p. 4. Geraadpleegd op Delpher op 05-09-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010771181:mpeg21:p004
Advertentie. “Groninger courant”. Groningen, 29-01-1847. Geraadpleegd op Delpher op 05-09-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB23:003486009:mpeg21:p00004

Hij is achtergebleven met acht kinderen, de oudste jongens Hartenhof zijn het huis al uit, uit het eerste huwelijk woont alleen stiefdochter Aaltje nog bij hem. Zijn eigen jongste kind is vijf jaar oud. Oltman vindt uiteindelijk wel een heel passende oplossing: hij trouwt in november 1850 met de armwerkhuismoeder, Maria Meijers. Jammer genoeg lijkt het erop dat de werkhuismoeder niet heel erg betrokken was bij haar functie noch bij de andere Hartenhof-familie: er is geen plaats voor de kinderen van zwager Kornelis en Wobbegien in het nieuwe gezin. Maria en Oltman laten hen achter in het werkhuis…

Oltman en Maria krijgen samen nog één kind: Frederik. Dat jongetje wordt niet oud, het sterft op 9-jarige leeftijd.

Locatie: https://goo.gl/maps/M93Ax9kvPKBft7376

Bronnen:

  • allegroningers.nl
  • familysearch.com
  • wikipedia.com
  • veenkoloniaal museum, scheepsjagerpenningen
  • archief ned. herv. gemeente Kolham, rijksarchief Groningen

De namen kennen verschillende variaties: Cornelis, Kornelius, Hartenhoff, Hindrikkien, Hendrikje, Wubbina, Oldman, Oltman Berends Begeman.




Toevalsvondst Schuldprotocol – Antie Thijes, wv Gaetse Derx, ev Sipke Tierds.

Rechterlijke Archieven: Groningen Schuld protocol, nr. 62-63, 1684 – 1685 Granite Mountain Record Vault International Film 483764 8904007, Family Search.)
Groningen: Henderick Derx heeft met de Schultes van Sappemeer zaken uit het huis van Antje Thijes, wed. van Gaetse Dercks en nu gehuwd met Sipko Sijrts, gehaald. Burgemeester en Raad bepalen dat de spullen terug moeten met uitzondering van het geld en het zilverwerk.
Henderick blijkt dat niet te doen, integendeel, hij is op de dag dat de weduwe voor de raadskamer stond naar Sappemeer gereisd en heeft met behulp van Schultes Huijsinge kasten en andere goederen van Gaetse Derx weggehaald. Er blijkt ook geld vermist te zijn, 500 daeler. Daarover is dispuut.
Henderick wordt veroordeeld tot betalen van een breuk van 200 daeler, te betalen binnen 3 x 24 uur. Ook de schulte is in gebreke: die moet ook een breuk betalen en wel 50 daeler binnen 72 uur.

Lidmaten Hoogezand 4 september 1664 Janke Hansen met attestat. van Herbaim.
Lidmaat Hoogezand, 11 december 1670 Gaetse Derx

Gaetse Dercks (Derx) x Jancke Hansen (Janke Hanssen), kinderen:
09-04-1665 Sappemeer Antje
16-11-1668 Hoogezand Derck
06-11-1668 Hoogezand Aeltien
17-12-1671 Hoogezand Derck
04-09-1673 Hoogezand Derck
14-09-1673 Hoogezand Aeltien
27-08-1676 Hoogezand Schelte
23-09-1677 Hoogezand Schelte

28-02-1680 Hoogezand huwelijk, 29-02-1680 Kolham, huwelijk
Gaetse Dercks van Hoogezand en Fenne Bouwes van Hoogezand

24-03-1682 Kerkelijke gemeente Hoogezand, huwelijk
Gaetse Derx x Antie Thijes, weduwe van Philips Aukes, kind:
18-02-1683 Hoogezand Schelte

Huwelijk (niet gevonden) Philip(s) Auckes (Aukes) x Antie Thijes, kinderen:
07-05-1677 Hoogezand Jan
27-10-1678 Hoogezand Edse
24-10-1680 Hoogezand Hillejen

Lidmaten Hoogezand, 12 juni 1681 Philips Auckes en sijn huisvrouw Antie Thijes

(Sipko Sijrts, Sipke Tjeerts, Sipke Tierds)
Lidmaten Hoogezand, 7 juni 1685 Sipke Tierts van Bergum

19-10-1684 Hoogezand huwelijk
Sipke Tierts van Bergum x Antie Thijessen, weduwe van Gaetse Derx, kind:
28-05-1685 Hoogezand Foockele




Lammegijn Berents… Of toch niet? (Arends)

Lammegijn Arends

Sinds jaar en dag (tussen 1985 en 2023) heb ik mijn voormoeder Tijtje Venema als een dochter van Jacob Berends Venema en Lammegijn Berends genoteerd. Haar ouders heb ik nooit kunnen traceren. Wel had ik keurig zijdelings in mijn gegevens vermeld dat haar moeder bij het sluiten van het huwelijk het patroniem Arents voerde en van Scharmer afkomstig was. In alle andere documenten wordt deze moeder Lammegijn steevast opgevoerd met patroniem Berends (of Berents). Een doop van Lammegijn in Scharmer was echter onvindbaar.

Onlangs bracht ik een onverwacht bezoek aan de geboorteplaats van Tijtjes echtgenoot Jobst Henrich Ridderbosch. Bij thuiskomst besloot ik zijn lijn toch nog eens scrupuleus te onderzoeken. Van het éen kwam het ander: Lammegijn drong zich naar voren en ik kon haar niet meer loslaten. Er moest toch wel èrgens íets te vinden zijn? Zou ze dan toch een kind van een zekere Arent zijn? De zoektocht begon!

Als ik de meisjesnaam Lammegijn in beschouwing neem, is het eerste wat bij me opkomt dat dat geen typisch Groningse meisjesnaam is. Het wijst meer in de richting van Drenthe of Overijssel. Toen ik die overtuiging als leidraad nam, kwam er één echtpaar in aanmerking: Arend Jans, van Scharmer en Grietje Jans, van Kalenberg in Overijssel. Zij trouwen op 3 juni 1770 in Scharmer en krijgen twee kinderen: Lammigje, op 7 april 1771 gedoopt te Westerbroek, de ouders wonen in de ‘hutten van de heer Hoeth’; gestorven voor oktober 1773; en Lammegijn, gedoopt op 10-10-1773 in Scharmer. Maar niet alles is altijd wat het lijkt: want wat blijkt? De ouders van Grietje heb ik nog niet gevonden, maar de moeder van Arend Jans heet in ieder geval Lammegien…

Het is zeer aannemelijk dat Arent de jongste zoon is van Jan Abrams en Lammigien Tiddes. Dit echtpaar laat op 6 februari 1746 in Scharmer hun (zesde) zoon Arent dopen. Jan Abrahams was afkomstig uit Kropswolde en Lammigien kwam van Martenshoek. Lammigien overleed tussen 1746 en 1750, waarna Jan Abrahams hertrouwde met Ida Thomas.

Terugkomend op Arend Jans en Grietje Jans: het zal duidelijk zijn dat het voor hun gezin geen vetpot was. Arbeiders in het veen, wonen in een hut bij de vervening, kinderen ingezet voor werkzaamheden… en dan vermoedelijk een dominee die al die lui uit het veld niet allemaal uit elkaar kon houden. Wellicht of beter: waarschijnlijk, werd Lammechijn Arends door een enkele verschrijving de geschiedenis ingeslingerd als Lammechijn Berends.

Kwartierstaat van Tijtje Venema

Generatie I

  1. Tijtje (Tetje, Tietje, Tijdje) Venema, geb. te Scharmer, ged. op 9 juli 1797 te Scharmer, huis nr. 128, Scharmer in 1821, arbeidster tussen 1824 en 1831 te Westerbroek, huis nr.175, Scharmer in 1824, huis nr.18, Westerbroek in 1831, dagloonersche tussen 1844 en 1858 te Scharmer, ovl. (ongeveer 61 jaar oud) op 17 september 1858 te Scharmer (getuige: Roelf Jans Klunder, 54, zaakwaarnemer, Scharmer; Enne Pieters Nieborg, 32, dagloner, Scharmer), sam. na 1821, tr. (resp. ongeveer 47 en 51 jaar oud) (Burgerlijke Stand) op 28 december 1844 te Slochteren met Jobst Hinrich (Hindrik) Ridderbusch (Ridderbos), geb. op 29 december 1792 te Westorf, Lippe-Detmold [Duitsland], ged. op 1 januari 1793 te Hohenhausen, Lippe-Detmold [Duitsland], boerenknecht in 1821 te Ten Boer, huis nr.175, Scharmer in 1824, arbeider tussen 1824 en 1831 te Scharmer, huis nr.18, Westerbroek, in 1831, dagloner tussen 1844 en 1857 te Scharmer, woont met Antje Ridderbüsch (zie 1) tussen 1844 en 1850 te Harkstede, ovl. (64 jaar oud) op 25 mei 1857 te Scharmer.

Generatie II

  1. Jacob Berends Venema, geb. circa 1779, schipper op 1 november 1811 te Groningen, liggend Schuitendiep letter O, Canton 2, woont huis nr. 02, Scharmer in 1829, arbeider in 1829 te Scharmer, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) op 10 januari 1829 te Scharmer (getuige: Harm Hofman, 65, landbouwer, Scharmer; Cornelis Tiddes Stedema, 51, Scharmer (naburen, geen verwantschap)), relatie (2) met Harmke Harms Veen, geb. circa 1772 te Hoogezand, woont huis nr. 02, Scharmer, 02 Scharmer in 1829, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) op 28 januari 1849, kerk.huw. (resp. ongeveer 18 en ongeveer 23 jaar oud) (1) op 16 maart 1797 te Scharmer met
  2. Lammegijn Arends, woonachtig te Scharmer, ged. op 10 oktober 1773 te Scharmer, ovl. (hoogstens 30 jaar oud) voor 1804.

Generatie III

  1. Berend Hendriks Venema, tr. (Teetje ongeveer 27 jaar oud) op 6 mei 1759 te Scharmer met
  2. Teetje Popkes, ged. op 12 augustus 1731 te Scharmer.
  3. Arent Jans, ged. op 6 februari 1746 te Scharmer, kerk.huw. (ongeveer 24 jaar oud) op 3 juni 1770 te Scharmer met
  4. Grietje Jans, afkomstig uit Kalenberg, Overijssel.

Generatie IV

  1. Poppe Claes, ged. op 29 maart 1696 te Hoogezand, kerk.huw. (ongeveer 34 jaar oud) op 1 oktober 1730 te Scharmer met
  2. Grietje Lammerts Pesman, tr. (1) met Willem Geerts, ged. in 1700, ovl. (ongeveer 30 jaar oud) in 1730.
  3. Jan Abrahams, afkomstig uit Kropswolde, geloofsbevestiging, lidmaat op 11 maart 1729 te Kropswolde, kerk.huw. (2) op 27 december 1750 te Scharmer met Ida Thomas, (Ida tr. (2) met Jan Wiltes Heijdema.), otr. (1) op 10 april 1729 te Kropswolde, kerk.huw. op 15 mei 1729 te Scharmer met
  4. Lammigjen Tiddes, afkomstig uit Martenshoek.

Generatie V

  1. Claes Poppens, tr. op 17 januari 1686 te Kolham met
  2. Martien (Marrejen) Lamberts.
Beschrijving Westerbroek : De Hutten. Arbeidershuisvesting nabij Hesselinkslaan
Datum 1903-05-01
Annotatie Deze woningen zijn afgebroken op 4-5-1903. Zie blz. 76-78 in: “Oud Hoogezand en Sappemeer in woord en beeld”, Hoogezand-Sappemeer 1975
Bron 818_21374.jpg
Uit de collectie van https://www.beeldbankgroningen.nl/beelden/detail/007981b1-aa15-78a5-5a11-8fa34406e4d7 Groninger Archieven



Anna Birza

In het blog over Gerard ten Berge, rentmeester van Stad en Provincie Groningen worden zijn beide huwelijken in Nederland genoemd. Het eerste huwelijk betrof dat met Anna Birza. Op het tweede kom ik terug in een ander blog.

Anna Birza en Gerhard Hendrick ten Berge sluiten op 01-12-1662 te Groningen een huwelijkscontract1. Er wordt vervolgens ondertrouwd op 6 december 1662 en een goede maand later, op 6 januari 1663 wordt het huwelijk in Groningen voltrokken door dominee Hatsveld2. Voor Anna is vertegenwoordigd de servijsmeester Stulling3. Anna was 19 jaar jong, slechts een jaartje ouder dan haar eveneens piepjonge bruidegom.

Anna is gedoopt als Annechien, op 31 december 1643, als dochter van de heer Secr. J. Birza4 en Lammechien van Heeck in de Oosterstraat.

Haar vader was stadssecretaris Johannes Birza, geboren op 15 maart 1606 als zoon van Lubbert Birza en Catharina Belta. Dit echtpaar trouwt in Groningen, 23-09-1603, als Lubberdt Roleffs (+v.1649) en Trijne Harders. Haar vader was Harder Peters aka Maeler, heraldisch schilder en hofschilder5. Trijne’s broer, Peter Belta, was ook schilder en maakte oa een portret6 van Ubbo Emmius. Nog meer over deze familie is te lezen op het blog van Groninganus, in de reactie op het blog over Zwarte Jan.

Lubbert en Catharina woonden op de hoek Poelestraat-Oosterstraat. Lubbert Roelfs Birza bekleedde diverse belangrijke posities in de Stad Groningen. Zoon Johannes werd geboren op 15 maart 1605. Hij kreeg een opleiding aan de Latijnse school in Groningen en studeerde achtereenvolgens in Groningen (1624, filosofie) en Leiden (1627, rechten). Hij deed na zijn studies nog een zogenaamde academiereis naar o.a. Frankrijk en Engeland, en werd aan een buitenlandse hogeschool bevorderd tot doctor in de rechten. In 1632 keerde hij terug in Groningen. Daar werd hij gedurende tien jaren stadssecretaris. Hierna werd hij lid van de stedelijke raad, en aldus een magistraat van de stad. Hij is lid geweest van het college van Gedeputeerde staten, en in 1648 lid van de admiraliteit. In 1649 werd hij curator van de academische hogeschool. Dat bleef hij maar kort, want hij stierf op 7 april 1649, 44 jaar oud.7 8

Anna’s moeder was Lammegien van Heeck[e], geboren in Groningen, lidmaat van de Hervormde kerk in september 1634, wonende in de Poelestraat, overleden in Groningen in December 1644 of januari 1645.
Lammegien trouwde 1) 1636, procl. Gron. 30 Juli met Popco Tammen, geboren in de Ommelanden, student in Groningen, ingeschreven op 7 Juni 1624, medegecommiteerde der Provinciale rekenkamer 1636-‘39, overl. 1639, waarschijnlijk een zoon van Tammo Popkens tho Meerum en Hyltien Reinties Halsma.
tr. 2) te Groningen op 25 september 1641 met Johannes Birza, geb. Gron. 15 Maart 1605, zie verder hierboven. Zij woonden in de Oosterstraat.
Lammegien was een dochter van Jan van (H)Eeck, koopman te Groningen, zoon van Geert van (H)Eeck, later ook raadsheer, doch afgezet, overleden in Groningen op 5 januari 1631, en Annegien Tjassens, dochter van Haijo en Lammegien van Wieringe, overleden voor 29-12-1636. Johan was eigenaar van een huis aan de Ossenmarkt. Johan en Annegien trouwden op 31 maart 1611 in Groningen. Er zijn drie kinderen bekend uit dit huwelijk: Lammegien, Hillegien (zij maakte bij testament haar bezittingen over aan de kinderen van haar overleden nichtje Anna ten Berge-Birza; en Geert, + voor 1670.9

Anna overlijdt rond 1670, in 1671 wordt er een acte van scheiding van goederen opgemaakt omdat Gerhard hertrouwt.
Hij krijgt o.a. het huis in de Oosterstraat in Groningen.

Anna Birza T. Groningen: den 6 Jan. 1663 DS Hatsvelt, Gerard Hendric ten Berge x Saturni 6 december 1662
Juffrouw Anna Birza, waervoor Servijs Mester Stulling
k. Lammina, Groningen Oosterstraat, 25-11-1663 Gerhard Henric ten Berge x Anne Birze
k. Henricus, Groningen, Oosterstraat, 09-09-1665 Gerh. Hendric ten Berge x Anna Birsa
k. Houdina, Groningen, Oosterstraat, 19-04-1667 Gerh. Henr. ten Berge, Anna ten Berge

www.allegroningers.nl

Voetnoten:




Gerhard Henricus ten Berge

Een ontrouwe rentmeester, revisited.

De Heren Burgemeesteren en Raet in Groningen, sullen ter instantie van de Crediteuren van de gewese Rentmeester, Gerard Hendrik ten Berge,op Donderdag, den 17, 27 Mey voor d’eerste mael,en Donderdag daer aen voor de twede mael by brandende Kaerssen uytgang verkopen
I,Gemelde ten Berge sijn Hofstede, tendeele ondet het Carspel Hogesant, en ten dele onder Colham gelegen, bestaende in uytnemende schone Huysingen met verscheyde Vertrecken, Kamers, Koetshuysen, Fonteynen, Hof, &c. met 3 stucken Wey-lant: benevens 3 Huys-plaetsen en 4 Kamers, bestaende in 7 Woningen,met de Kampen daer achter aen; als mede 3 Lanen, die met schone Yke-bomen sijn beplant; t’samen groot 139 en een vierde Grasen en 22 vierkante Roeden; het Gras op 140 vierkante Roeden, en de Roede op 14 Voeten gerekent. 2. Voorsz. ten Berges Huysinge en Heem, onder het Hoge Lant gelegen, groot 1 en drie vierde Grasen en 35 vierkante Roeden. 3. Een Huys en Heem, groot 1 en een half Gras en 6 Roeden. 4. Een Huys en Heem, met een Kampje, groot drie en een vierde Gras en 8 Roeden. Noch sullen de Heeren Stadhouder en Hooftmannen, ter instantie van de voorsz. Crediteuren, op Woensdag den 30 Mey, 9 Juny, voor d’eerste mael,en Woensdag daer aen voor de laetste mael verkopen 4 Percelen Lants en een Huysinge met een seer grote Schuure, gelegen op Colham; welke Landen tesamen groot sijn 352 Graasen en 33 Roeden: benevens noch 24 Deymatten Hoy-lant, in 2 stucken gelegen. De Conditien der Vetkopinge en de Kaerten daer van konnen werden gesien in de Secretary te Groningen, en de Hooge Justitie Kamer aldaer; t’Amsterdam by Christoffel Indische Raven en in ’s Gravenhage by Jan Hooft, Klerk van de Provintie van Stad en Lande.

[advertentie behuisinge: Advertentie. “Amsterdamse courant”. Amsterdam, 04-05-1688, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 22-03-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSAA06:165521053:mpeg21:p00002]

Eigenlijk was ik op zoek naar informatie over de borgen of buitenplaatsen die vroeger in Kolham hebben gestaan, de Hof en de Roode Poort. Maar de eerste advertentie in Delpher, gevonden met de zoekterm Colham, gaf me bovenstaande annonce. Gerard ten Berge was de “gewesen” rentmeester van de Stad en Provincie Groningen. Waar ik eerst dacht dat deze verkoop uit hoofde van zijn functie plaatsvond, bleek het toch net even anders te zitten. Een kleine speurtocht leerde me dat Gerhard ruimhartig gefraudeerd had. Dat kwam echter pas aan het licht nádat hij in zijn functie was opgevolgd door rentmeester Spanheim. Deze registreerde alle openstaande schulden van de huurders. Verscheidene huurders beweerden dat ze de huur al hadden betaald aan Ten Berge, maar dat bleek niet uit diens administratie. De huurders bleken hun gelijk te kunnen bewijzen. Toen het net zich rond Gerard begon te sluiten, besloot hij naar het westen te vertrekken. Lang verhaal kort: zijn familie stond borg voor 50.000 gulden, zodat hij terug kon komen om zich te verdedigen. Zijn schuld werd aangetoond, hij werd ter dood veroordeeld en hij vluchtte wederom, nu naar Parijs. Daar is hij na een jaar of vijf gestorven. De familie was de borg (uiteindelijk 1/5 ervan, 10,000,–) kwijt evenals alle bezittingen van Gerard. Meer details over deze affaire zijn te vinden in het uitgebreide artikel in de Groninger Volksalmanak 1902: “Een ontrouwe rentmeester”, door mr. H.D.Guyot, blz. 139., inclusief een persoonsbeschrijving van de krombenige Gerard. Het verhaal was interessant genoeg om mijn zoektocht naar de borgen even te vervangen door een onderzoek naar Gerard ten Berge en zijn familie.

Gerhards vader, ook een Gerhard ten Berge, trouwt Houcke (Houche, Houke, Houdina) van Vreden: “Gerhardus ten Barghe der beide Rechten doctor x de deugentrijke dochter Houke van Vreden, daer voor Luitenant Hans Sas als neef caverende” te Groningen op 01-02-1640. Zij is een dochter van Henricus a Freden, pastor in Scheemda en Sijwerke Heres. Over vader Gerhard’s ouders is niet echt iets te vinden, vermoedelijk zijn dat een Gerhard en een Cornelia. Gerhard (sr) is overleden in 1682, Houcke na 1695 (Houdina van Freden, komt voor als moeij en weduwe Ten Berge voor in hc Scheemda 27-06-1695). Zij lieten de huizen Vredenburg en Vredendal te Hoogezand bouwen.

Kinderen uit dit huwelijk, gedoopt in Groningen:
1. Cornelia, Poelestraat, 09-05-1641
2. Henricus, Poelestraat 13-05-1642, (vader doctor)
3. Geert, Oosterstraat, 08-12-1644 (aangenomen wordt dat dit Gerhard Henricus is)
4. Sijwerke, Ebbingestraat, 15-09-1647 (vader doctor)
5. Jakob, Ebbingestraat, 04-12-1649 (vader secretaris)
6. Hero, Ebbingestr 26-10-1651 (vader doctor)
7. Siverdina Cornelia, Ebbingestraat, 3-04-1653 (vader raadsheer), overleden voor 31-10-1655
8. Siwerdina Cornelia, Ebbingestraat, 31-10-1655 (vader raadsheer)

Zoon Geert moet dezelfde zijn als Gerhard ten Berge. De ouders wonen in de Oosterstraat als hun zoon Geert in de Martinikerk gedoopt wordt op 8 december 1644 1

.Gerhard Henric ten Berge sluit op 01-12-1662 een huwelijkscontract met Anna Birza, vervolgens wordt er op 6 december 1662 ondertrouwd en een goede maand later, op 6 januari 1663 wordt het huwelijk voltrokken door dominee Hatsveld.2 Voor Anna is vertegenwoordigd de servijsmeester Stulling.3

Saillant detail: Gerard was slechts 18 jaar toen hij Anna trouwde. Anna was een jaartje ouder.
Anna is gedoopt als Annechien, op 31 december 1643, dochter van de heer Secr. J. Birza en Lammechien van Heeck in de Oosterstraat. Meer over Anna en haar familie in het blog: Anna Birza.

Ze krijgen samen drie kinderen:

1. Lammina, Groningen Oosterstraat, 25-11-1663, Gerhard Henric ten Berge x Anne Birze
2. Henricus, Groningen, Oosterstraat, 09-09-1665, Gerh. Hendric ten Berge x Anna Birsa
3. Houdina, Groningen, Oosterstraat, 19-04-1667, Gerh. Henr. ten Berge, Anna ten Berge

Anna overlijdt voor 1670: dan wordt er een acte van scheiding van goederen opgemaakt omdat Gerhard hertrouwt. Hij krijgt o.a. het huis in de Oosterstraat.

Gerard gaat op 20 augustus 1670 in ondertrouw met Maria van de Venne, een dochter van Pieter Lucas van der Venne en Anna de Carpentier. (Over haar ouders t.z.t. meer in een ander blog. Vader Pieter heeft een kort lijntje naar historische figuur Jan Pieterszn Coen). Het echtpaar vertrekt met attestatie naar Hoogezand, waar ze in het trouwregister worden ingeschreven op 12 september van dat jaar. Uit het huwelijk de volgende kinderen:
4. Anna, NK (Nieuwe Kerk) Groningen, OOsterstraat, v. rentmeester, 23-02-1672 (Gerh. H.)
5. Houdina, NK, Groningen, v. raadsheer, 11-2-1673 (Gerh. Henric)
6. Peter, MK, (Martini Kerk) Groningen, v. raadsheer, 29-3-1674 (Gerhard Hindrick)
7. Gerhard, MK, Groningen, Oostersraat, v. Raadsheer, 23-05-1675 (Gerhard H.)
8. Peter, MK, Groningen, Oosterstraat, v. raadsheer, 15-10-1676
9. Jacob Geert, MK, Groningen, Oosterstraat, v. raadsheer, 16-3-1679 (Gerh. Henric)
10. Lucas Geert, NK, Groningen, Nieuwe Markt, v. rentmeester, 26-11-1682 (Gerh. Henr.)

Heeft onze Gerard een buitenechtelijk kind tijdens het huwelijk met Maria van der Venne verwerkt? Daar is ene Geertien, gedoopt in de A-kerk, op 10-10-1673 als een in onecht geboren kind, aan het Zuiderdiep, v. Gerardus ten Berge en Marie Valentijns. Het zou zo maar kunnen, want in zijn spullen vond men briefjes met betalingsopdrachten: betaal zoveel aan mijn tuinman, mijn meid, mijn liefste (!). Maar misschien bedoelde hij gewoon zijn vrouw…

Het spoor van Gerard eindigt in Frankrijk. In 1699 sterft hij in Parijs. De ambassadeur aldaar doet onderzoek en breng verslag uit: de heer de Timberge, was heer van Vredemberg in Groningen, hij had drie zoons uit zijn tweede huwelijk, waarvan twee in Franse dienst, de jongste bij familie in Nederland. In Frankrijk is hij weer getrouwd, en Rooms katholiek geworden. Hij stond in de gunst bij de Franse zonnekoning en kreeg van hem een suikerraffinaderij en een jaargeld. Hij is gestorven op 30-4-1699, begraven in St. Etienne du Mont.

Bronnen:

  • [1 Staten van Stad en Lande, 1594 – 1798 3180 – Huwelijkscontract tussen rentmeester Gerhard Hendrick ten Berge en Anna Birza, 1662; 3193 Huwelijkscontract tussen Gerhard Hendrick ten Berge en Maria van de Venne, 1670]
  • [Vredendal, Vredenburg: www.buitenplaatseninnederland.nl]
  • Groninger archieven: allegroningers.nl
  • www.delpher.nl
  • [Groningse Volksalmanak, 1902 Erven B. van der Kamp. Een ontrouwe rentmeester, door mr. H.D.Guyot, blz. 139]
  • [https://www.buitenplaatseninnederland.nl/hoogezand-vredendal.html]
  • [advertentie behuisinge: Advertentie. “Amsterdamse courant”. Amsterdam, 04-05-1688, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 22-03-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSAA06:165521053:mpeg21:p00002]

Met dank aan Geneatine, voor het aandachtig lezen, een belangrijke correctie en het doen van suggesties!