Noorda – Tolmeester Foxhol

Gerlof Jans Noorda trouwt op  18-06-1789 in Groningen met Jacomina Schuurmans. Voor hem Lammert Jans Noorda, schriftelijk geprocureerd, en Jacomina wordt vertegenwoordigd door Berend Gerlofs, zwager. Ze worden getrouwd door ds. van Berchuijs in de Nieuwe Kerk. Jacomina overlijdt in 1803 en Gerlof trekt de portemonnee voor een waardige annonce in de Groninger Courant: 

Familiebericht. “Groninger courant”. Groningen, 23-09-1803, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 16-01-2024, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010159473:mpeg21:p002

Op basis van haar leeftijd bij overlijden, is mijn conclusie dat Jacomina een dochter van Johannes Schuurmans en Anna Margrieta van Duren is, een echtpaar wonend in de Grote Gang bij het Schuitendiep in Groningen. Zij is als Jackomina gedoopt op 19-06-1740 te Groningen in de Grote Kerk (Martinikerk).

Uit de advertentie blijkt dat Gerlof Noorda tolmeester van Foxhol was en dus het tolhek van Foxhol naar Foxham pachtte. Een belangrijke doorgang vanuit Groningen naar het oosten van de provincie. Een van zijn voorgangers was Hendrick Piccard in 1751.

Foxhol: de uitmonding van het Foxholsterdiep (Kattegat) in het Winschoterdiep. Links de houtzaagmolen van Heller, rechts de niet meer aanwezige brug en geheel rechts het tolhek (1910-1915). Foto beeldbankgroningen.nl

Gerlof J. Noorda (‘van Foxhol’) hertrouwde met Sipje Sipkes (‘van Foxhol’), in Kropswolde op 26-09-1807. Gerlof (70) is gestorven in Foxhol, huis B 27 op 22 september 1824. Hij was toen zonder beroep. Zijn erfgenamen waren Jan en Gerlof Noorda (neven, zonen van zijn broer Lambertus), resp. stoelmaker en predikant. De overledene en zijn vrouw bezaten een drietal deimatten veenland. De nalatenschap bedroeg ca. 103,– gld. 

Foto: beeldbankgroningen.nl, Ansichtkaart. Groningerweg: tolhek met A. Benthum (l.), eigenaar café (r.) en Van der Ploeg. Datum 1890 1910, Annotatie: fotografische reproductie van prentbriefkaart

Weduwe Sipkien Sipkes Postema overleed op de leeftijd van 61 jaar. Ze was geboren (ca. 1764) te Bergum in Friesland, overleden op 22-10-1825 te Foxhol gem. Hoogezand. Sipke was een dochter van Sipke Postema (veenopziener) en Aukje Pieters. 1

De ouders van Gerlof en Lambertus Jans Noorda zijn Jan Gerlofs en Grietje Lammerts. Zij laten een huwelijkscontract opmaken in Noordbroek, waaruit blijkt dat Jan Gerlofs een broer Derk Gerlofs heeft, aanwezig bij het huwelijkscontract en dat de ouders van Grietje Lammert Arends en Wiske Tiddes zijn, en dat Grietje een viertal broers Arent, Tidde, Hindrik en Jan, en een zuster Antje heeft, allen aanwezig bij het huwelijkscontract.

T. 24-05-1759  Noordbroek, Jan Gerlofs van Noordbroek en Grietje Lammerts van het Waar, onder Midwolderhamrik, te Noordbroek; Huwelijkscontract 24-05-1759 Noordbroek Jan Gerlofs x Grietje Lammerts. Kinderen:

  • dp. Gerlof Jans,  23-09-1759, Noordbroek
  • dp. Wiske Jans, 05-07-1761 Nieuwe Kerk, Groningen, geb. Boteringestraat
  • dp. Lambertus Jans, 26-12-1762 Nieuwe Kerk, Groningen, geb. Violenstraat.

Jan Gerlofs is overleden voor 11-06-1765. Zijn weduwe hertrouwt op deze datum met ‘Herdrick’ Claessen in Groningen. T. 19-05-1765 Kerkelijke gemeente Noordhorn Heere Klaassen van Noordhorn x Grietie Lammerts van Noordbroek, weduwe van Jan Gerlofs.

Jan Gerlofs is een zoon van Gerlof Dercks en Meijske Aijsses; zijn ouders zijn nog in leven op 29 april 1744, als ze aanwezig zijn bij het huwelijkscontract van hun zoon Derk Gerlofs. 

T. Kerkelijk huwelijk op 27-01-1710 Noordbroek: Gerloff Dercks van Finsterwolde, te Noordbroek en Meijske Eijsses te Noordbroek, laten aldaar de volgende kinderen dopen:

  • dp. 12-07-1711 Derck Gerlofs
  • dp. 11-02-1714 Auke Gerlofs (Auke Gerlofs x Arijs Hindriks, Arijs sterft als Arijs Noorda), Auke Noorda, overleden rond 11-06-1806, Groningen (opbrengst lijklakens)
  • dp. 23-08-1716 Aijsse Gerlofs
  • dp. 17-10-1719 Anje Gerlofs
  • dp. 12-09-1723 Aeijsso Gerlofs
  • dp. 25-09-1729 Jan Gerlofs

Grietje Lammerts is een dochter van Lammert Arends en Wiske Tiddes:

T. 10-10-1723 Nieuw Scheemda Lammert Arends van Nieuw Scheemda x Wiske Tiddes van Nieuwolda; (Lambert, Wijske) (ook aanwezig bij hc Tiddo Lammerts, 01-12-1758 Nieuwolda). Kinderen uit dit huwelijk, gedoopt in Nieuwolda:

  1. dp. 17-12-1724 Arend Lammerts (x Ida Atsema. overleden voor 26-10-1784)
  2. k. Tidde Lammerts (aanwezig in HC 24-05-1754 Noordbroek Arent Lammerts)(ook aanwezig bij hc Tiddo Lammerts, 01-12-1758 Nieuwolda)
  3. k. Jan Lammerts (ook aanwezig bij hc Tiddo Lammerts, 01-12-1758 Nieuwolda)
  4. dp. 28-05-1730 Jacob Lammerts
  5. dp. 05-10-1732 Berent geboren 30-09-1732
  6. dp. 25-10-1733 Grietjen geboren 21-10-1733 (aanwezig in HC 24-05-1754 Noordbroek Arent Lammerts)(ook aanwezig bij hc Tiddo Lammerts, 01-12-1758 Nieuwolda)
  7. dp. 29-07-1736 Hindrik geboren 23-07-1736 (aanwezig in HC 24-05-1754 Noordbroek Arent Lammerts)(ook aanwezig bij hc Tiddo Lammerts, 01-12-1758 Nieuwolda)
  8. dp. 21-06-1739 Anje Lammerts geboren 18-06-1739 (aanwezig in HC 24-05-1754 Noordbroek Arent Lammerts)(ook aanwezig bij hc Tiddo Lammerts, 01-12-1758 Nieuwolda)
  9. dp. 20-05-1742 Jan geboren 14-05-1742
  10. dp. 28-03-1745 Berendt geboren 25-03-1745

Wiske Tiddes is een dochter van Tiddo Thijes en Grietje Jans: Tiddo Thijes, schipper en Grietje Jans van Hellum, trouwen Nieuwolda 23-04-1693. Kinderen:  

  1. k. Jan Tiddes (waarschijnlijk tussen 1693 en 1699 )
  2. k. Thije Tiddes (waarschijnlijk tussen 1693 en 1699) (Thie Tiddes, in leven 13-10-1747 aanwezig hc Eexta, Tijeje). 
  3. dp. 01-10-1699 Berent Tiddes, Nieuwolda
  4. dp. 27-08-1702 Martjen Tiddes, Nieuwolda 
  5. dp. 20-11-1705 Wiske (Wijke) Tiddes, Nieuwolda
  6. dp. 25-11-1708 Melle Tiddes, Nieuwolda
  7. dp. 06-12-1711 Simon Tiddes, Nieuwolda

Geraadpleegde bronnen:

  • Groninger archieven, allegroningers.nl
  • Kranten: www.delpher.nl
  • Fries archief: allefriezen.nl




Eerzaam – een berichtje waard…

Een apart berichtje over een principieel man…

“Een arme daglooner, zekere Holtrop, die voor eenigen tijd met vrouw en kroost uit Kolham naar Amerika was vertrokken en zijn ouden doctor een sommetje schuldig was gebleven, zond hem dezer dagen uit de Nieuwe Wereld een derde der som in mindering der rekening. Zulke dingen worden tegenwoordig in de courant vermeld!”

1

BINNENLAND. Amsterdam, 4 November.. “De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad”. ‘s-Hertogenbosch, 06-11-1882, p. 2.

Volgens het bovenstaande krantenberichtje betrof het een zekere Holtrop die met vrouw en kinderen uit Kolham zou zijn vertrokken. Ik trof echter geen Holtrop in Kolham aan. De gegevens van Ellis Island gaven iets meer informatie: een Arend en een Haren zijn in 1880 naar de USA vertrokken. Dit bleek te gaan om Arijs en Harm Holtrop, vader en zoon uit het volgende gezin:

Arijs Holtrop, zoon van Harm Roelfs Holtrop (daglooner) en Renje Arijs Hoogteil (dagloonersche), x Catharina (Katharina) Pruim, dochter van Arend Izebrands Freerks Pruim x Trijntje Pieters Hofman (dagloonersche), het huwelijk werd gesloten op 22-10-1863 in Leens, hij was een dagloner van 23 jaar oud, geb. Oldehove, zij was 17, dienstmeid, geb. Pieterburen.

  1. k. Harm Holtrop geboren 31-10-1864 te Warfhuizen gem. Leens, overleden op 08-12-1864 te Warfhuizen gem. Leens.
  2. k. Renje Holtrop geboren 28-08-1866 te Warfhuizen gem. Leens (Rose, bron www.hvnf.nl, ook geëmigreerd)
  3. k. Trientje Holtrop geboren 19-10-1870 te Warfhuizen gem. Leens
  4. k. Harm Holtrop, geboren 22-08-1868 te Warfhuizen gem. Leens, geemigreed 1881
  5. k. Jantje Holtrop geboren 07-05-1873 te Eenrum
  6. k. Eertje Holtrop geboren 13-08-1875 te Westernieland gem. Eenrum
  7. k. Arend Holtrop geboren 25-05-1880 te Eenrum

In 1881 vertrokken vader, moeder en vier kinderen vanuit Eenrum naar Michigan. Het gezin was Christelijk Gereformeerd. Reden van vertrek: Verbetering van bestaan, vallend in de categorie Behoeftigen. De leeftijd van de Emigrant was 41 jaar. Het gezin van Arijs reisde met het schip Rotterdam  (Rolludam volgens Ellis Island register).

Arijs broer Roelf, weduwnaar, was al eerder geëmigreerd, in 1880, 41 jaar oud, met zijn beide kinderen Renje en Lucas, aan boord van het schip Caland. 

Huwelijk op 06-06-1868 te Leek: Roelf Holtrop, arbeider, leeftijd 30 jaar, geboren te Oldehove, zoon van Harm Roelfs Holtrop (arbeider) en Renje Arijs Hoogteil (arbeidster) met  Weike Croeze (naaister), leeftijd 31 jaar, geboren te Oldehove, geboren te Leek, dv Lukas Jacobs Croeze (kuiper) en Aaltje Roelfs Reitsema. Moeder Weike overleed twee dagen na de geboorte van het jongste zoontje op 12-06-1875 te Veenhuizen gem. Onstwedde. 

  1. k. Renje Holtrop geboren 04-04-1870 te Warfhuizen gem. Leens
  2. k. Lucas Holtrop geboren 17-07-1871 te Warfhuizen gem. Leens
  3. k. Harm Holtrop geboren 10-06-1875 te Veenhuizen gem. Onstwedde, overleden op 31-10-1875 te Warfhuizen gem. Leens

Bronnen:

www.Delpher.nl

www.allegroningers.nl

https://www.statueofliberty.org/discover/passenger-ship-search/




Herberg van de Wed. Planter op t Hogezant


BEKENTMAAKINGEN.. “Groninger courant”. Groningen, 18-12-1787, p. 2. 1

In december van 1787 wordt een verkoop van een buitenverblijf aangekondigd die plaats zal vinden in de herberg van de weduwe Planter in Hoogezand. Ook in de jaren erna wordt de locatie van deze weduwe regelmatig genoemd als plaats van verkopingen van onroerend goed. Wie was deze weduwe en hoe kwam ze aan de herberg?

In één van de advertenties is een initiaal toegevoegd: de weduwe G. Planter. Dat maakt dat de zoektocht al iets gerichter kan worden uitgevoerd. Zoekend op de achternaam Planter landen we dan al snel bij Geert Berends Planter2, die op 10 januari 1785 een huwelijkscontract sluit met Jantje Tomas. Voor Geert zijn aanwezig: Meike Alberts3, weduwe Albert Jans, volle moeij en Geesje Geerts4, volle moeij, gehuwd met Pieter Pieters Weijer. Jantje Tomas wordt vergezeld door haar schoonzoon Evert Cornellis Borst, echtgenoot van haar dochter Aaltje ter Spil, eveneens aanwezig, haar zoon Bronne ter Spil, en drie voorstanders over haar minderjarige kinderen bij Hiskias de Jonge (waaronder schoonzoon Evert). Dit contract5 biedt genoeg aanknopingspunten om verder te zoeken en we kunnen ervan uitgaan dat Jantje dus voor de derde keer trouwt.

Zoekend op Jantje Tomas en achternaam Planter is haar overlijdensakte al snel gevonden: op 15 oktober 1814 is het overlijden geregistreerd van Jantje Thomas, leeftijd 82 jaar (ergo geboren rond 1732), overleden op 13 januari 1814 te Hoogezand, overleden echtgenoot Geert Berends Planter, in het huis 40, letter B, aangifte door Conraad Smith, 58, leerlooiersknecht, en Frederik Ewolds, 32, verver en glazenmaker, naburen te Hoogezand. Nu we haar vermoedelijke geboortejaar kennen, moet de doop ook vrij makkelijk te vinden zijn.

In de Kerkelijke gemeente Kropswolde is op 04-04-1723 een registratie van het huwelijk van Tomas Jans van Kropswolde en Aeltien Jans van Kropswolde, (lidmaten 11-03-1729 Kropswolde: Lidmaat Tomas Jans en Aeltien Jans, Echtel.; in november 1753, Kropswolde, “In Wolde Lidmaat Tomas Jansen en zijn Vrouw Aaltien”) en zij laten de volgende kinderen dopen:

  • d. Geessien, 22-10-1724 Kropswolde
  • d. Hillechien, 23-02-1727 Kropswolde
  • d. Jantien, 15-04-1731 Kropswolde
  • d. Elsien, 17-01-1734 Kropswolde, overleden op 12-02-1734 te Kropswolde.
  • d. Tijbechien, 26-01-1738 Kropswolde, vader Tomas Jans
  • d. Aeltien, 03-03-1743 Kropswolde, overleden op 12-11-1743 te Kropswolde, vader diaken.
  • d. Aeltien, 27-04-1746 Kropswolde

Daar hebben we dan onze weduwe Planter. Maar eerst was ze nog weduwe de Jonge en daarvoor weduwe ter Spil. Het huwelijk tussen Hiskias Jans van Nieuwolda en Jantje Thomas van Kropswolde, weduwe van J. ter Spil, werd op 21 december 1766, in de kerkelijke gemeente Hoogezand, geregistreerd. Hiskias is geboren op geboren 31 maart 1740 in Nieuwolda, als zoon van Jan Hanssen en Anje Jans, aldaar gedoopt op 03 april 1740. In 1771 is Hiskias de Jonge herbergier in Hoogezand. Op 29 augustus 1780 is er nog een advertentie ‘ten huize van Hiskias de Jonge’op 29-08-1780, de advertentie van de volgende verkoping op 13 december 1782 is ten huize van de weduwe Hiskias de Jonge. Hiskias is dus in de periode daartussen overleden. Kinderen uit dit huwelijk:

  • k. Jan Hiskias de Jonge, dp. 17-05-1767 Hoogezand, overleden op 02-08-1832 te Hoogezand.
  • k. Thomas de Jonge geboren 27-10-1769 te Hoogezand, dp.03-12-1769 Hoogezand, overleden op 05-06-1844 te Groningen.
  • k. Annigjen, geboren 17-09-1775 te Hoogezand, dp. 24-09-1775, waarschijnlijk overleden voor 1811.

We hebben nu dus vastgesteld dat Hiskias tussen 29 juli 1780 en 13 december 1782 is overleden, en dat hij herbergier was. Jantje, de weduwe de Jonge zet het bedrijf voort. Maar hoe kwamen Hiskias en Jantje aan de herberg? We zoeken verder, naar het eerste huwelijk van Jantje en dat vinden we in Hoogezand.

Advertentie. “Opregte Groninger courant”. Groningen, 07-01-1755, p. 2.

In bovengenoemde advertentie is sprake van een Wed. ter Spil op ‘t Hogezant. Deze weduwe, Jantje Jans, dreef de herberg van haar overleden man Hugo Adolfs ter Spil. Hun zoon Jan, gedoopt in Engelbert op 25 december 1717, trouwt op 23 april 1758 in de kerkelijke gemeente Hoogezand met Jantje Tomas. Jan is een zoon van Hugo Adolf en Jantjen Jans. Jan ter Spil (41) en Jantje Tomas (25) krijgen twee kinderen:

  • k. Aaltje Jans ter Spil,  dp. 05-11-1758, Hoogezand x Evert Cornelis Borst. Hun zoon, Cornelis Everts Borst, wordt later burgemeester van Hoogezand, tussen 1816 en 1840.
  • k. Bronne Jans ter Spil, dp,  23-03-1761, Hoogezand, trouwt met Elisabeth Boelmans, logementhouder in Groningen, overleden op 09-11-1845 te Groningen.

Jan Ter Spil is eerder gehuwd geweest met Gesina Stenhuis en heeft met haar maar liefst tien kinderen6. Dochter Hendrica (Henrica) wordt later als halfzuster genoemd in het huwelijkscontract van Thomas de Jonge, Jantje Tomas’ zoon uit het tweede huwelijk). Jan Ter Spil en Gesina Stenhuis trouwden op 6 juni 1740 in Hoogezand. Met de geboorte van het tiende kind is het huwelijk voorbij: vermoedelijk is Gesina Stenhuijs gestorven na de geboorte van dit dochtertje, dat vervolgens naar haar vernoemd werd. Jan ter Spil is met een grote kinderschare achtergebleven. Zou Jantje, 25 jaar oud, hebben geweten waaraan ze begon? Of zouden ze met elkaar gered zijn? Zes maanden na het huwelijk werd hun eerste kindje geboren. Jan Ter Spil is overleden voor december 1766.

Jan ter Spil was collector en had een herberg, zoals blijkt uit een advertentie in de Opregte Groninger Courant van 1749.7 Ze bieden daarin hun ‘wel ter nering staande behuizing’, die tegenover het verlaat staat aan. De verkoop vindt plaats ten huijze van de de weduwe Hugo ter Spil.

In de Groninger Courant is in 1762 de volgende advertentie geplaatst: De Procureur J. Soenvelt in qualité zal op Vrijdag den 23 Julij 1762 des s avonts om 5 uur, ten huize van monsigneur R. Groeneman in de Vonk buijten t Kleijne Poortje bij Groningen, presenteren te Verkopen een Huis, zijnde een Herberge, staande op t Hogezant, daar het Oldamster Wapen uijthangt, voorzien met verscheijden Vertrekken, Schuur, Pomp en Regenwaters Bak, met deszelfs Heemstede Hof en twee Koe Weyden, wordende bij Jan ter Spil en vrouw gebruijkt voor 75 gl. jaarlijks , doende jaarlijks an de Stad tot Lanthuure 3 gl-2 st-4 ct.8

Jan ter Spil en vrouw (Jantje Tomas) wonen nu nog in het huis van de Erven A. Vos, maar verhuizen  naar Hoogezand in het huis van Willem Ebbing, tegenover mevrouw Keysers plaats. Hij is voornemens daar in het vervolg Herberge te houden en beveelt zijn diensten beleefd aan aan alle Heeren Borgers en Ingezetene. 9

Ik acht het zeer aannemelijk dat Jantje Tomas tweede echtgenoot, Hiskias de Jonge, in de boedel van weduwe Jantje is ingetrouwd en dat ze samen de herberg hebben voortgezet. Nadat Hiskias is overleden trouwde Jantje met de zeeman Geert Berends Planter (ook Plenter), afkomsting van de Lula (Hoogezand) kapitein van het schip Maria Sophia. Zijn laatste scheepstijdingen waren van Elbing op 17-10-1786 en op 6 december 1786, van Rouaan. Op de 18e december 1786 is er een advertentie waarin de Wed. Planter genoemd wordt geplaatst. Geert Berends Planter is dus met zekerheid voor 18 december 1786 overleden. Een klein half jaar later wordt zijn smakschip Maria Sophia verkocht.

10

Na dit speurwerk rest er maar één conclusie: de eerste schoonouders van Jantje Thomas, Hugo Adolfs ter Spil en Jantjen Jans hadden een herberg. Via hun zoon is Jantje Tomas in het vak gerold en heeft ze het in haar volgende huwelijken uitgeoefend. Misschien wel tot haar dood. Van haar kinderen had ook zoon Thomas de Jonge een herberg, en wel in Groningen.


Bronnen:

  • www.delpher.nl
  • Rijksarchief Groningen: www.allegroningers.nl

Voetnoten:




Kiekerekie Poeie! 

Dorpskarakter in Foxhol: Amel Pieters Medendorp

Foxhol was een broedplaats van bijzondere mensen, volgens het zondagsblad van de Noord-Ooster uit 1947. Neem bijvoorbeeld het verhaal over ‘Lange Oamel’, die bij iedereen in Hoogezand bekend zou zijn geweest, maar niemand wist zijn achternaam. Amel is een toch wel bijzondere voornaam die hier in slechts enkele families voorkomt. Het artikel bevatte een paar aanknopingspunten: vrijgezel en woonde bij zijn zuster in Foxhol. 

Na enig onderzoek bleek al snel dat deze Amel een loot aan de stam van de familie Hartenhof is en Lange Oamel kriegt ook zien achternoam terugge: hai is aine van Medendorp. 

Pieter Cornelis (Kornelis) Medendorp, geboren 21-09-1794 te Uithuizen, zoon van Kornelis Pieters en Nanje Jans (woonden te Westerbroek in 1820, beiden zonder beroep, volgens ovl acte Pieter waren zij arbeiders). Pieter was in 1820 woonachtig te Westerbroek en was toen zonder beroep. Vervolgens komt hij in de archieven voor als trekschipper te Foxhol in 1820; als tapper te Foxhol in 1823; als landbouwer te Kropswolde, letter C nr. 47, in 1824, 1825, 1827. In 1850 was hij arbeider en woonde hij in huis letter B, nr. 17 te Foxhol; arbeider in Foxhol in 1852, 1857, 1860. In 1863 woondachtig in Foxhol, zonder beroep. Pieter is overleden op 12-08-1869 te Foxhol (gem. Hoogezand) (get. Jan Frinks, arbeider, Harm Klein, arbeider)

Pieter huwt op  14-12-1819, te Slochteren (resp. 25 en 30 jaar oud) met

Fennechien Cornelis Hartenhoff (Fennegijn Cornelis Hartenhof), geboren 08-11-1789 te Kolham, dv Kornelis Amels Hartenhof en Hindrikje Derks, overleden op 01-05-1851 te Foxhol gem. Hoogezand, huis Letter B, nr. 17 (get. Kornelis Woldendorp, winkelier en Jan van Bruggen, scheepjager)

De ouders van de bruidegom stemmen schriftelijk in met het huwelijk. De ouders van de bruid zijn overleden. O.a. haar broer Amel Cornelis Hartenhof en neef Jans Velthuis zijn getuigen. Fennechien had al een dochter, Hinderkien Hartenhof, geboren 7 juli 1815 in Kolham, huis nr.40, aangifte door grootvader; overleden op 08-06-1836 te Foxhol, huis letter B nr.28, (get. Jannes Schutte, timmerman, Geert Rammelaar, smid).

Pieter Kornelis Medendorp woonde in 1850 samen met zijn zoon Amel in huis nr.17 B Kropswolde, dat was in Foxhol. Oorspronkelijk stonden geregistreerd: Pieter, en de beide zoons Amel en Derk en schoondochter Anje Aikes in behuizing B, nr. 73K.  Derk en zijn vrouw vertrokken in 1864 naar Sappemeer.

Kinderen uit dit huwelijk:

k. Cornelis Medendorp, geboren 28-07-1820 te Foxhol gem. Hoogezand, (Johan Joseph Pekeskamp, kleermaker en Lukas Bakema, schoenmaker); trekschipper (1847), commissionair, overleden op 28-03-1889 te Foxhol gem. Hoogezand.

k. Amel Medendorp, geboren 17-03-1823 te Foxhol gem. Hoogezand (get. David Jans Braam, tapper en Gert Hensen, smid), overleden op 15 september 1888 in Foxhol, woonde in huis letter B nr. 25 (get. Hindrik Nieboer, timmerman, nabuur en Klaas Woltman, arbeider, nabuur); 

  • Bevolkingsregister: 1850-1859 Amel Medendorp, met ouders en broer Derk, wonen in Foxhol, huis nr. 17; 
  • Bevolkingsregister: 1860-1869 Amel Medendorp, inschrijving op 1 januari 1860, adres letter B, nr. 73K, met vader Pieter, broer Derk en diens vrouw Anje Aikes. Dit echtpaar vertrok in 1864 naar Sappemeer. Vader Pieter overleed in 1869; 
  • Bevolkingsregister: 1880-1889 Amel Medendorp (arbeider) Inschrijving op 1 januari 1880 (geboren 27 maart 1821, Hoogezand), Foxhol B 23K. 

k. Derk Medendorp geboren 13-05-1824 te Kropswolde gem. Hoogezand,  (get. Remke Jacobs Tepper, landbouwer, en Harmannus Lammerts Schierbeek, wolkammer), overleden op 28-01-1892 te Veendam, aan het Westerdiep, (Salomon Polak, koopman en Derk Bentum, kastelein);

k. Nanneco (Nanko) Medendorp, geboren 21-10-1825 te Kropswolde gem. Hoogezand  (get. Remke Jacobs Tepper, landbouwer, en Remko Jans Smit, korenmolenaar), dienstknecht, overleden op 26-04-1849 te Foxhol gem. Hoogezand, huis letter B, nr. 11 (get. Albert Jans Vossen, kleermaker, Remko Sybolds Siertsema, schoolonderwijzer); Nanko kwam dramatisch aan zijn einde: meer op De dood in de sloot.

k. Jantje Medendorp geboren 08-04-1827 te Kropswolde gem. Hoogezand  (get. Remke Jacobs Tepper, landbouwer, Hendrik Meints Pras, wever), overleden op 17-02-1907 te Foxhol gem. Hoogezand, overleden echtgenoot Hindrik Nieboer (get. Henderikus Veld, arbeider en Jakob Nieborg, arbeider), huis letter B, nr. 26. (Er was een zus van Pieter Kornelis Medendorp, Jantje, gehuwd met Bront Vos. Zij stierf als Jantje Cornelis Medendorp leeftijd 31 jaar, geboren te Uithuizen, overleden op 31-12-1818 te Groningen. In het huwelijk van Pieter en Fennichje zijn geen dochters naar de moeders vernoemd, er was maar één dochter en dat was deze Jantje. Vermoedelijk is ze vernoemd naar haar jonggestorven tante)

  • Bevolkingsregister: 1880-1889 Jantje Medendorp, wed. Nieboer, Inschrijving op 1 januari 1880 (geboren 27 maart 1821, Hoogezand), Foxhol B 22. Op hetzelfde moment woont broer Amel op nummer B23 K. (Ik ga er vanuit dat K staat voor kamer.)
Advertentie. “Nieuwsblad van het Noorden”. Groningen, 23-06-1907, p. 10. Geraadpleegd op Delpher op 07-11-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010890417:mpeg21:p010

Bronnen:

www.delpher.nl Een halve eeuw geleden  “De Noord-Ooster”. Wildervank, 22-03-1947. Geraadpleegd op Delpher op 04-11-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMVEEN01:000084440:mpeg21:p003

www.allegroningers.nl

https://historischarchief.midden-groningen.nl/

  • Bron: Bronvermelding Bevolkingsregister, archiefnummer HS01-001, inventarisnummer 1182, blad 33 Gemeente: Hoogezand Periode: 1850-1859;
  • Bronvermelding Bevolkingsregister, archiefnummer HS01-001, inventarisnummer 1183, blad 118 Gemeente: Hoogezand Periode: 1860-1869;
  • Bronvermelding Bevolkingsregister, archiefnummer HS01-001, inventarisnummer 1106, blad 31, aktenummer 1 Gemeente: Hoogezand Periode: 1880-1889)



n Brutoale vroag! (Aldert Sijtses Bos)

Dienstontduiking in Napoleontische tijd

‘K duur t joe hoast nait vroagen.’ stamelt Aldert, een forse jongeman met een hoogrode kleur, wiebelend van het ene op het andere been.  ‘K overvaal joe dermit, mor t zol mie ja zo helpen!’ De oude vrouw zeeg langzaam terug in haar armstoel. Totale verbijstering stond op haar gezicht geschreven. Al wat Siwertje had verwacht, niet dit onbeholpen, dringende verzoek.

Hun  kleine wereld was veranderd sinds Napoleon de Nederlandse republiek in 1795 had ingelijfd en de Bataafsche Republiek had uitgeroepen. Daarvoor kabbelde het leven op de Warven, een streekje met een vijftal huizen en boerderijen bij de dijk boven in Groningen, rustig voort. De bewoners verdienden er sinds eeuwen de kost met landbouw en visserij. Aldert had als boerenknecht altijd werk en leefde, bijna volwassen, tevreden zijn leven. Maar nu stak de kleine Franse keizer een spaak in het wiel met zijn dienstplicht voor mannen tussen de 20 en 25 jaar.  Aldert moest er aan geloven, maar zag het helemaal niet zitten. Zelfs in de afgelegen Warven sijpelden de verhalen van de veldslagen en afschuwelijke, besmettelijke soldatenziekten door. Maar boven alles voelde hij: Napoleon was niet zijn keizer en voor deze agressor wilde hij niet vechten.  

Koortsachtig had hij allerlei mogelijkheden bedacht om onder de dienstplicht uit te komen, maar hij zag geen enkele kans. Hij was gezond van lijf en leden, hij was niet onmisbaar als ondersteuning van zijn familie en hij was geen kostwinner. Hij had niet genoeg geld om een plaatsvervanger te kopen, zoals veel boerenzoons deden. Er zat niets anders op: zeer binnenkort moest hij zich toch gaan melden op het gemeentehuis.
Om zijn hoofd even leeg te maken besloot hij naar de zee te wandelen. De vertrouwde zee, waar iedereen hier zo’n ontzag voor had, met zijn zilte lucht en het geruis dat deel uitmaakte van hun bestaan. Hij volgde de zandweg, passeerde een oud, bijna vervallen huisje en groette, zoals altijd bijna achteloos, het oude vrouwtje dat achter het raam zat te breien. Hij beklom de dijk, zag en hoorde de grauwe watermassa die onafgebroken tegen de voet van de dijk klotste. Oneindig. De zee wordt nooit oud, bedacht hij al piekerend. En alsof er een vonkje knetterde in zijn brein, zag hij ineens een uitweg.

Siwertje borg haar breipennen weg en overdacht het bijzondere verzoek. Eerst had ze gedacht dat hij haar voor de gek hield. Ze wist dat de dorpelingen haar wantrouwden. Ze woonde al veertig jaar alleen, sinds heel plotseling haar man en kind tegelijkertijd overleden. Sindsdien deden geruchten de ronde, maar werden nooit hardop uitgesproken. Groeten deed iedereen wel, maar niemand kwam eens bij haar binnen. Tot deze keer. Iets in zijn houding maakte dat ze hem vroeg zijn verzoek toe te lichten. Opgelucht dat ze het voorstel niet radicaal afwees, stak hij van wal. Hij vertelde hoe hij haar oude bedoeninkje zou herstellen, zodat ze comfortabeler zou wonen. En als enige tegenprestatie moest zij dan met hem trouwen, zodat hij de oorlog niet in hoefde. Trouwen deden ze alleen in naam, verzekerde hij haar, en het zou haar voortaan aan niets ontbreken.

En zij voorzag eerst alleen problemen: ‘Wat als hij een jonge vrouw tegenkomt waar hij verliefd op wordt? Wat als hij zijn belofte niet nakomt? Hoe lang zal het dan duren, tot aan de dood?’ Maar daarop volgden kansen: ‘Waarom ook niet? Wat heb ik te verliezen? Ik ben zo eenzaam!’ En ze kwam tot haar besluit.

‘T mos mor deurgoan, mien jong.’

Gieten, 2018

Gebaseerd op genealogische gegevens van Aldert Sijtzes Bos, meer info hier.

Eerder gepubliceerd in Woldwagter.




Kroeze: een hele familie ten onder op de Eems, 1896

Gezin van Eernst Kroeze en Alida Dennekamp, uit Oude Pekela, aan boord van de tjalk ‘Alida’

RAMPEN en ONGEVALLEN.. “Dagblad van Zuidholland en ‘s Gravenhage”. ‘s-Gravenhage, 14-04-1896, p. 7. Geraadpleegd op Delpher op 11-10-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:003625188:mpeg21:p00007

Een kort berichtje, maar wat een leed bevat het! Een heel gezin, bestaand uit vader, moeder en acht kinderen kwam op 13 april 1896 op de Eems ter hoogte van Statenzijl om het leven. Uit de berichten destilleer ik dat de schipper onverantwoordelijk is geweest. Een met steenkolen vol beladen tjalk, luiken open, ook steenkool op het dek, zonder dekkleden, slecht weer, aangeboden hulp van een passerende stoomsleepboot afslaan, het advies van de sleepboot om in ieder geval te ankeren negeren… een zeer trieste samenloop van omstandigheden die een heel gezin – met hond- wegvaagde.

De familie Kroeze was met hun vrij nieuwe ijzeren tjalk “Alida” (36 ton, in 1895 gebouwd in Martenshoek op de werf van de gebroeders Bodewes) net teruggekeerd uit Engeland. In Delfzijl pikte de schipper een lading steenkool op van het Britse stoomschip SS Dinnington.

Vanuit Delfzijl vertrok de “Alida” met als bestemming Statenzijl, tegenover Oudeschans. Het advies van de Delfzijster sluismeester, dat men beter de binnenlandse vaarroute zou kunnen nemen, werd in de wind geslagen. De schipper verkoos over de Eems te varen. Eenmaal op de Eems bood de kapitein van de passerende stoomsleepboot van Delfzijl nog aan het schip op sleeptouw te nemen, maar dat werd geweigerd. Toen er plotseling wind opstak en er een zware onweersbui overkwam, kwam het zwiepende water via de geopende luiken het schip in en begon de ‘Alida’ te zinken. Het hele ongeluk moet in ongeveer een kwartier tijds zijn voorgevallen. De bemanning van de teruggekeerde sleepboot zag alleen nog de masten boven het water uitsteken. De schipper was vastgebonden aan de mast en bezweken: men gaat er van uit dat hij zich mogelijk wilde ophijsen. Er viel niets meer te redden.

Waar men verwacht had de rest van het gezin aan boord te zullen aantreffen, bleek dat niet het geval. De beide jongste kinderen, Grietje (3) en Henderika (1) bevonden zich vermoedelijk wel in de kajuit en werden op 13 april geborgen, evenals de hond van het gezin. Oudste dochter Webina (15) en zoon Harm (9) spoelden een dag of twee later aan in het Duitse Ditzum en ze werden daar begraven. Eén van de kinderen werd in de tuigen van plaatselijke vissers gevonden, volgens een melding op 15 april 1896. Mogelijk betrof dit Maria (5). Jongste zoontje Hendrik (7) spoelde aan op de Oost-Friese kust tussen 13 en 15 april. Op 20 april werd Aaltje geborgen en in mei werd Johannes (13) in Oterdum bij Delfzijl gevonden.

Schippersvrouw Alida Kroeze-Dennekamp werd op 5 mei gevonden bij de Fimel, de punt van Rheide en door familieleden geïdentificeerd. Hoewel de schipper aan de mast van het schip werd gevonden, werd zijn dood pas officieel vastgesteld op 31 mei 1896 in Termunten. In het zelfde bericht is vermeld dat hij als laatste van de inmiddels acht aangebrachte lijken bij Statenzijl is geïdentificeerd. Daarmee zou het gezin compleet teruggevonden zijn.

De tjalk van de familie, de “Alida”, werd in juni door deurwaarder Achterbos is beslag genomen namens de scheepsbouwer Bodewes, omdat schipper Kroeze nog een schuld op de aanbouw van 1500,– gulden had. De door het ministerie aangewezen procureur Soer uit Veendam zou het schip in juli of augustus gerechtelijk moeten verkopen. Het schip lag in juli 1896 in de Westerwoldsche A, onder beheer van de burgemeester-strandvonder van Beerta. De executieverkoop vond plaats en – plottwist – wie werd voor 1000,– eigenaar? J.J. Soer, procureur…

Het gezin Kroeze-Dennekamp

Eernst Kroeze (Ernst, Erenst, Kroese) geboren 30-07-1859 te Oude Pekela, natuurlijk kind van Webina Klinkenberg, gewettigd bij huwelijksakte op 25-08-1860 te Oude Pekela van Johannes Kroeze en Webina Klinkenberg (arbeidster), overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide (met schip geborgen, vastgebonden aan de mast), akte opgemaakt op 31-05-1896 te Termunten, als weduwnaar van Alida Dennekamp,

huwt 13-11-1880 Oude Pekela huwelijk (als Eernst Kroese (21), schipper),

Alida Dennekamp (21) dv Harm Dennekamp (timmerman) x Aaltje Mattema, geboren in Oude Pekela op 03-10-1859, overleden op 13 april 1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems bij de punt van Reide, geborgen 05-05-1896 te Fimel, Punt van Reide

kinderen uit dit huwelijk:

k. Webina Kroese 19-12-1880 te Oude Pekela, vader 21 arbeider, overleden (15) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896, aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Joannes Kroeze 19-10-1882 te Oude Pekela, vader 23 arbeider, overleden (13) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, geregistreerd (gevonden) op 11-05-1896 te Oterdum gem. Delfzijl;

k. Aaltje Kroese 30-07-1884 te Oude Pekela, vader arbeider; overleden (11) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems; 20 april aan land gebracht (waarschijnlijk in Ditzum, geen overlijden gevonden in Groninger akten, Winschoter courant 22-4-1896)

k. Harm Kroese 04-02-1887 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (9) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aangespoeld te Ditzum tussen 13 en 16 april 1896; aldaar te Ditzumerverlaat begraven;

k. Hendrik Kroese 02-08-1889 te Oude Pekela, vader dagloner; overleden (6) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems (7 jarig jongetje aangespoeld aan de oost-Friese kust; Franeker courant)

k. Maria Kroeze 28-03-1891 te Oude Pekela, vader schipper; overleden (5) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems

k. Grietje Kroeze 29-04-1893 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (3) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, aan land gebracht in Statenzijl (Beerta), begraven in Oude Pekela.

k. Hinderika Kroese 26-02-1895 te Oude Pekela, vader schipper, overleden (1) op 13-4-1896 a/b van de tjalk ‘Alida’ op de Eems, (bevond zich nog in de kajuit volgens de Franeker courant

Hoogezand, Winschoterdiep: tjalk met gestreken mast,
Ansichtkaart; Datum 1903-1913, Uitgever Smit’s Boek- en Papierh.
Bron: 1986_11704.jpg Uit de collectie van Groninger Archieven

  • Bronnen: Delpher.nl, marhisdata.nl, allegroningers.nl, boek: de Dollard door G.A. Stratingh, S.S. Dinnington



81 jaar en nog bie t pad: Menko Pathuis

Bakker in Bellingwolde

Het lijkt zo’n onschuldig berichtje over een flinke senior. Maar als ik een dergelijk berichtje lees, gaan de alarmbelletjes af: het was vast geen fitness-oefening, maar bittere noodzaak! Een goede aanleiding om de wortels van M. Padhuis te onderzoeken.

Vervolg der Nieuwstijdingen. Binnenland. “Winschoter courant”. Winschoten, 14-10-1888, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 09-10-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRHCG03:163381122:mpeg21:p00003

De krasse wandelaar in bovengenoemd krantenberichtje is Menko Geerts Pathuis, geboren op 10-03-1807 te Oudeschans, zoon van Geerd Jans Pathuis (bakker) en Jantje Harms. Net als zijn vader was hij bakker. Uit het feit dat hij drager van het ‘metalen kruis’ was, blijkt dat hij heeft deelgenomen aan de militaire actie die bekend is als de Tiendaagse veldtocht in augustus 1831.

Hij huwt – voor het eerst – te Bellingwolde op 18-06-1836 met Anna Derks de Voogd, geboren op 04-02-1804 te Oostwolde, overleden op 23-04-1845 te Oudeschans gem. Bellingwolde, dochter van Derk Harms de Voogd (tapper) en Heike Hindriks Bodde. (Anna was weduwe van Eltje Hindriks Doedens, wolkammer tussen 1804 en 1828, overleden als Eltje Hendens Doedens, kanonnier, leeftijd 27 jaar, geboren te Winschoten, op 22-05-1831 te Bergen op Zoom. Eltje is waarschijnlijk onder de wapenen geroepen vanwege de belgische opstand. Er waren drie kinderen uit dit huwelijk.)

Menko en Anna kregen één kind:

k. Jantje Pathuis, geboren 13-02-1837 te Oudeschans gem. Bellingwolde, dienstmeid, overleden op 28-10-1875 te Oudeschans gem. Bellingwolde, leeftijd 38 jaar.

Menko hertrouwt binnen een jaar na het overlijden van Anna met Siebentje Berends Diekhart. Het huwelijk vindt plaats te Bellingwolde op 28-02-1846. Zij is een dochter van Berend Derks Diekhart en Betje Kampes als Sibentje, geboren 03-06-1810 te Scheemda. Siebentje Diekhart, dagloonersche, is overleden op 17-04-1860 te Oudeschans gem. Bellingwolde, als echtgenote van de bakker Menko Pathuis. Zij kregen de volgende kinderen:

k. Geert Pathuis, geboren 05-03-1849 te Oudeschans gem. Bellingwolde, overleden op 29-05-1849 te Oudeschans gem. Bellingwold, 12 weken.

k. Elisabeth Pathuis, geboren 15-11-1850 te Oudeschans gem. Bellingwolde, overleden op 29-07-1851 te Oudeschans gem. Bellingwolde, 8 maanden.

Menko vindt vrij vlot na het overlijden van Siebentje een nieuwe partner in winkelierse Hillechien Zuur, die sinds 04-12-1856 weduwe is van winkelier Bene Nobbe (Beene Alberts Nobbe). Het huwelijk tussen Menko en Hillechien vindt plaats te Bellingwolde, op 15-12-1860. Zij is een dochter van Evert Jans Zuur en Zwaantje Folkerts, geboren op 23-11-1811 in Bellingwolde. Hillechien is overleden op 25-05-1891 te Bellingwolde, 79 jaar oud, dagloonersche van beroep (aangifte door Eppo Kruize, 54j.; Pieter Hendriks, 48j. ; beide dagloners). En zo is Menko voor de derde keer weduwnaar en lijkt de pit er echt uit te zijn, want binnen een jaar na het overlijden van Hillechien en drie jaar na het bewust krantenbericht is Menko overleden, op 09-02-1892 te Bellingwolde.

De aangifte wordt gedaan door werkhuisvader Hendrik Meijer (37) en Adam Scheffer, werkhuispupil (59). We kunnen wel concluderen dat Menko na het overlijden van Hillechien in het werkhuis moet zijn beland. Hij is geregistreerd als Menke Pathuis, zoon van Geert Jans Bakker en Jantje Harms. De tweede en derde echtgenote worden nog genoemd, maar Anna Derks de Voogd komt niet voor op de aangifte. De kennis van de aangevers zal zover niet meer hebben gereikt.

Menko, die op zijn oude dag nog zo dapper langs de straten liep, heeft dus al zijn naasten overleefd. Zijn militaire medaille noch zijn erfenisje noch zijn flinke stapperij heeft hem voor de armoedeval kunnen behoeden.




Hoerenkint

Janna Willems

Op 31 januari 1769 wordt in Slochteren Jan Willems gedoopt. En het is geen gewoon kind, nee, het is een Hoeren kint!

Zijn moeder Janna Willems is ‘eenige Tijdt onderwezen, strengelijks bestraft over hare zonde.’

Of de strenge bestraffing echt heeft gewerkt? Misschien gedurende een poosje, maar zes jaar later…

bevalt Janna Willems van nog een zoon. De dominee noteert het wederom fijngevoelig: ‘Een zoontie gedoopt van Janna Willems, zijnde een hoeren kint genaamd Willem.’

De namen van de in onecht geboren worden ook verticaal geschreven, terwijl die van in echt geborenen kalligrafisch horizontaal genoteerd worden. Verschil moet er zijn!




Vermist: eenen Kunnegunda Remings

Advertentie. “Opregte Groninger courant”. Groningen, 14-03-17491

Claes Dinkgreve, bakker in de Oosterstraat te Groningen, heeft burgemeester en raad van die stad verzocht om zijn verdwenen echtgenote Kunnegunda Remings te laten opsporen. Daartoe wordt een drietal advertenties in de Groninger courant geplaatst.

Het loopt niet goed af. Een week na de laatst geplaatste advertentie wordt Kunnegunda begraven. De advertenties geven ons overigens wel een mooie beschrijving van de kleding die deze middenstandsvrouw in het midden van de 18e eeuw droeg.

BEKENTMAKINGEN.
Ten verzoek van de Bakker CLAAS DINKGREVE, word door Burgermeesteren ende Raad in Groningen een ieder, dar op Dingsdag den 4 February laastleeden, des avonds omtrent vyf uuren, is uyt Huys gegaan, en vervolgens tot hier toe vermist, eenen KUNNEGUNDA REMINGS, Huysvrouw van gemelde CLAAS DINKGREVE, zynde Oud 64 Jaaren, middelmaatig van Statuur, aan de Regter syde een weynig hoog van Schouder, smal en bleek van Weezen, Blauwagtige Oogen, yets hoog van Neus, Bruyn van Hair en Winkelbrauwen, hebbende een Hulle op het Hoofd, een bonte Doek om den hals, en aan hebbende een donker bruyne Borstrok, een dito Vyfschafte-Rok, met een blaauw Wollen Voorschoot, Swarte Koussen en gemostleeren Muulen, zonder dat haar Man eenigzins heeft konnen ontdekken werwaards gemelde Vrouw zig heeft begeeven, of waar dat mogt latiteeren of wat haar mogt zyn wedervaaren; Weshalven by deezen beloofd word, een premie van tien Zilveren Ducaatons, aan die geene te betaalen, zoo voornoemde KUNNEGUNDA REMINGS wederom weet te Regt te brengen, of met zeekerheyd aan te wyzen, hoe en waar dezelve zig mogt onthouden.

Kunnegunda, die rond 1682 geboren zal zijn, liet de volgende administratieve sporen in de geschiedenis achter:
Ze huwt 1) in de Academiekerk op 02-03-1712 te Groningen, met Jan Bebinck, bruid en bruidegom beide van Groningen, voor Kunnegunda1 is broer Hendrick Reminck present; kinderen uit dit huwelijk:

  • doop 22-11-1712 Martinikerk, Groningen: Barelt, in de Oosterstraat2.
  • doop 05-12-1713 Martinikerk, Groningen, Anna, in de Oosterstraat3
  • doop 19-03-1715 Martiniker, Groningen, Jantien, in de Oosterstraat4

Ze huwt 2) in de Martinikerk op 19-10-1717 te Groningen met Claas Helmer Dinkgreve, van Quakenbrugge, Kunnegunda5 als weduwe van Jan Bebink, van Groningen, pro qua Abraham Bartelts als neeve; het echtpaar krijgt vijf kinderen:

  • doop 09-01-1720, Martinikerk, Groningen: Jurrien,in de Oosterstraat6; overleden voor 10-2-1722
  • doop 10-02-1722 Martinikerk, Groningen: Jurjen, in de Oosterstraat7
  • doop 05-12-1723 Martinikerk, Groningen: Berendt, geboren 01-12-17238
  • doop 21-01-1725 Martinikerk, Groningen: Aeltjen, geboren 19-01-17259
  • doop 14-07-1726 Martinikerk, Groningen: Aleida, geboren 07-07-172610

Er is voor het huwelijk een huwelijkscontract opgemaakt:

Er is een huwelijkscontract opgemaakt op 23-09-1717 in Groningen: oor Kunnegunda11 zijn getuigen Jan (absent) Altingh, relatie onbekend, en Hindrick Reininck, haar broer. Voor bruidegom Claes Helmer Dinckgreve zijn z’n neven Jan Gerard Basse en Harmannus Gerrardus Dinckgreve present.

In het breukdodenboek van Groningen wordt Kunnegunda op 22-03-1749 als relatie van Claes Dinkgreve uiteindelijk voor de laatste keer beschreven.

De wijze waarop haar naam in de boeken is geschreven, is ook een studie waard: maar liefst 11 variaties. Niet één keer is de naam op dezelfde wijze geschreven.

Geraadpleegde bronnen: www.allegroningers.nl, delpher.nl




Ripperda, Ripperda, Johan Willem Ripperda!

Na het bezoek aan de Zummerbuhnevoorstelling “Ripperda”, moest ik nodig weer even het een en ander uitzoeken. Er was in de voorstelling sprake van twee kinderen uit het huwelijk met zijn eerste vrouw Alida van Schellingwou (Schellingwoude), en ik meende ooit ergens te hebben gelezen dat er drie kinderen waren geboren. Dat werd in de digitale archieven duiken, dus! (Spoiler: het waren er vier.)

Johan Willem Ripperda (geb. Oldehove, 7 maart 1682, ovl. Tetuan, Marokko, november 1737) was de zoon van Ludolph Luirdt Ripperda, kapitein van een compagnie infanterie en Maria Isabella van Diest, dochter van Jonker Johan Wilhelm van Diest van de Jensemaborg.

Ondertrouw 1704 Groningen: d Hoog Welgebooren Heer Johan Wilhelm Ripperda van Winsum, heer van Jensema van Groningen met belasting tot Oldehove en Ferwert (Feerwerd) en d Hoog Welgebooren Juffer Alida Schellingwou van Amsterdam
pro qua de heer Gerhardt Schatter vrijheer van Petten als stiefvader. Hiervan attestatie gegeven.

Trouw 1704 13 juli, Oldehove: De Hoogh welgebooren Johan Willem Ripperda van Winsum, heer van Jensema en de Hoogh welgebooren juffer Alida Schellingwou

Het echtpaar laat dopen in Groningen:

  • 1705 Grote kerk, 12 mei, Maria Nicoleta, dv Jonker Jan Willem Ripperda, heer van Jensema en Aleda Schellingwouw, Geltingstraat (thans Gelkingestraat); overleden voor 27-01-1709;
  • 1706 Grote kerk, 10 oktober, Maria Isabella dochter van Jan Willem Ripperda en Aleida Schellingwou, in Geltingstraat. Zij is jong gestorven, in ieder geval voor 1717;
  • 1707 Grote kerk, 13 november Ludolf Luirdt, soon van Jonker Johan Willem Ripperda, en vrouwe Alida Schellingwou in Ebbingestraat; overleden 1739.
  • 1709 Grote kerk, 27 januari, Maria Nicoleta, dochter van Joh. Willem Ripperda, heer van Jensema, en Alida Schellingwou, in Ebbingestraat.

Alida van Schellingwou is gedoopt in Amsterdam op 19 december 1685 en is overleden in 1717: op 31 mei van dat jaar werd zij begraven in de Brugkerk in Koudekerk aan de Rijn. Haar ouders waren Nicolaes Schellingwou(w) en Maria Commerstein (Commersteijn), ondertrouwd in Amsterdam op 4 februari 1683. Ze heeft nog een zus gehad: Margareta, gedoopt in Amsterdam op 21 december 1683. Maria hertrouwde in 1687 met mr. Gerhard Schatter, ergo: Nicolaas is overleden voor 1687. Maria en Gerhard kregen meerdere kinderen: op 8 juni 1689 laten ze dopen Mattheus Gerard, in Haarlem, op 10 mei 1691 in Haarlem wordt Johan Cornelis gedoopt, dan nog Jan Cornelis op 1 januari 1694 in Haarlem en Cornelia Maria Margareta, gedoopt in Groningen, 12 februari 1699, in de Grote kerk, de ouders zijn heer van Petten en vrouw van Poelgeest en wonen in de Oosterstraat. Op 1 augustus 1711 wordt Johannes Cornelius Schatter, Omlandus, als student L.L. aan de hogeschool van Groningen ingeschreven. Is hij dezelfde als degene die in 1694 in Haarlem gedoopt werd? Volgens mij is dat zeer wel mogelijk. De leeftijd, 17, past goed bij een inschrijving als student.

Gerhardt Schatter was voormalig ontvanger van de ‘gemene lants middelen’ in Haarlem. Hij werd op 28 maart 1695 door de raden van Westfriesland en Holland wegens fraude uit zijn ambt gezet en voor eeuwig verbannen op straffe des doods. Hij trok naar Groningen en overleed in de stad Groningen in mei 1716. Hij heeft als universeel erfgenaam achtergelaten zijn minderjarige zoon Joan Cornelis, met Maria als bewindvoerder, doch zij is in augustus 1716 eveneens overleden.

Johan Willem Ripperda komen we tegen als partij in een bijzondere casus: Maria Commersteijn voerde met haar tweede echtgenoot een rechtzaak over de aankoop van de heerlijkheden Poelgeest en Koudekerk, die ze zouden hebben gekocht van Gerard van Poelgeest. Hij levert echter niet. Voorts is eerst Gerard naar Groningen vertrokken en Maria is hem gevolgd. Het echtpaar heeft daar vastgoed aangeschaft. Zij stelt in het begin van het dispuut dat zij zelf over haar geld en zaken zou beschikken in haar huwelijk. Omdat haar man verbannen is en dus niet naar Holland kan, vraagt Maria het hof in 1706 om haarzelf te autoriseren haar zaken in Holland zelf administratief af te handelen. (Rechten van vrouwen in die tijd stonden dat niet toe. De man was handelingsbekwaam, de vrouw niet.) Dat recht krijgt ze provisorisch. Ze schenkt op papier de heerlijkheden en nog wat grond aan haar dochter. Het echtpaar laat vervolgens in Groningen verzegelen dat ze ieder hun eigen bezittingen zullen houden en laten. Omdat Gerard en Maria in 1716 overleden zijn, komt schoonzoon Johan WIllem Ripperda in beeld, om Poelgeest en Koudekerk op te eisen voor zijn minderjarige zoon Ludolf Luirt. Bij uitspraak van de Hoge Raad dd 22 december 1713 is hij de eigenaar van de heerlijkheden. In 1714 wonen Johan Willem en Alida dan ook op de burcht Groot Poelgeest. Was Maria wel gerechtigd deze te schenken aan Johan Willem Ripperda, danwel aan haar dochter? Haar zoon Joan Cornelis Schatter is inmiddels volwassen en doet ook zijn rechten gelden. Het hof stelt dat Maria weliswaar de administratie mocht voeren, maar dat dat niet betekende dat zij naar eigen inzicht mocht verschenken en handelen. Maria noemde zich in 1706 nog vrouwe van Poelgeest en heeft dat recht dus niet aan haar dochter gegeven, stelt het hof. Daarentegen heeft Ripperda al sinds 1705 diverse rechtszaken gevoerd, met succes, want hij mocht zich eigenaar van de heerlijkheid Koudekerck noemen. Maar… er had ook 1000 gulden betaald moeten worden voor dat recht. Dat nu is nooit gebeurd. En Joan Cornelis heeft inmiddels die 1000 gulden betaald. De heren constateren dat Maria Commestein uiteindelijk altijd eigenaar is geweest, niet Ripperda. En daarmee vervalt het aan haar enige zoon. Casus positie. Besloten in Den Haag, januari 1727.

Tussen augustus 1715 en september 1717 bevond Ripperda zich in Spanje. Daar bereikte hem het bericht van het overlijden van zijn vrouw. Vanaf september 1717 noemt hij zich de baron van Ripperda. HIj is door de koning van Spanje benoemd tot “Don Juan Guillermo Varon D Ripperda“: het rijk gedecoreerde adelsdiploma bevindt zich sinds 1908 in het Rijksarchief te Groningen.

Johan Willem Ripperda in 1715 tot speciaal envoy in Spanje werd benoemd namens de Staten Generaal. Als in 1717 zijn vrouw overlijdt is oa. schoonvader Gerardt Schatter zaakwaarnemer voor de minderjarige kinderen van Johan en Alida. Mogelijk wordt halfbroer Joan Cornelis volwassen verklaard in hetzelfde jaar, wanneer zijn beide ouders zijn overleden. In 1717 wordt hij aangezworen als voogd over de kinderen van Johan Willem Ripperda’s minderjarige kinderen. Dat duurt tot februari 1724. Ripperda zelf was destijds in Spanje. Schatter was evenals zijn vader niet van onbesproken gedrag. In 1723 stonden deurwaarders aan zijn bed. Het ging zover dat de sterke arm moest worden ingeschakeld. Hij maakt het uiteindelijk zo bont dat hij uit de provincie Groningen verbannen wordt. De appel valt niet ver van de vaderlijke boom. Jan Cornelis Schatter is op 1 december 1761 begraven in Amsterdam. Lees meer in de Groninger Volksalmanak 1898 over Jan Cornelis Schatters

In 1725 wordt op berzoek van Jan Cornelis een boedelscheiding gemaakt. Er is sprake van effecten in de waarde van honderd veertien duizend honderd twee en negentig gulden, zeven stuivers en acht penningen, een huis in de Hoofd Steeg en een grafstede in de oude kerk. Alida wordt ook genoemd in het document.

https://brugkerkaanderijn.nl/?page_id=216
Het rouwbord voor Alida van Schellingwou, in de Brugkerk aan de Rijn.

Meer informatie over het geslacht Ripperda op de volgende site: GENEALOGIE VAN HET GESLACHT RIPPERDA
EN COSIJN VON RIPPERDA

Over Groot Poelgeest: https://www.historischgenootschapkoudekerk.nl/wp-content/uploads/2021/04/HGK-Jaarboek-2000.pdf

Meer over Johan Willem Ripperda’s staatkundig bedrijf: hier.

Lidmaten Feerwerd: den 5 Junij 1698
Maria CommersteijnGerard Schatters huisvr, met 2 maaghden 
Trijntje en Hillighjen

Een bijdrage tot het leven van Johan Willem Ripperda.


Nog te bestuderen: 1233 Jonker Ripperda van Jensema en Maria Commerstein wegens huisvredebreuk en het toebrengen van lichamelijk letsel aan Gerhard Schatter, 1706. 1, 1534   Volle Gerecht van de stad Groningen, 1475 - 1811 
Alledrenten: 0616   Huis Mensinge te Roden nr. 1798 Akte van overdracht door Maria Commerstein, echtgenote van Gerard Schatter, aan haar dochter Alida Schellingwou van een huis met toebehoren in de Oosterstraat te Groningen; 1705