Da’s een das!

Gieten, 1836

Nu de Friezen een hek om hun provincie willen om wolven te weren, maakt een terugblik duidelijk dat de Drenten vroeger ook niet blij waren met wolven. Maar ook niet met dassen, naar blijkt. Of de das zich werkelijk met schapenbloed voerde?

Hier een citaat van das en boom

Dassen zijn alleseters, anders dan zijn zeer krachtige kaken zouden doen vermoeden. Want daarin lijkt hij op wolven of beren, die hun prooi met grote kracht en vasthoudendheid moeten overmeesteren. Voor zijn hoofdvoedsel, regenwormen, insecten, slakken, bessen en graan, lijkt die geweldige bijtkracht tamelijk overdreven.
Het vermoeden bestaat dan ook, dat dassen zich ooit, net als zijn Noord Amerikaanse broer en net als de veelvraat, toelegde op het volgen van grote roofdieren. Dassen wachtten toen rustig af, totdat deze een prooi van formaat gedood hadden, om vervolgens in actie te komen.

De das is een opportunist en past zich aan aan het aanbod, dat per seizoen en streek varieert. Zo bestaat in september en oktober een groot deel van het dagelijks menu uit mais en valfruit. Ook in die periode eten ze veel insectenlarven, die dan vlak onder het mailveld leven. Vooral in de wintermaanden, wanneer het niet vriest, bestaat het grootste deel van zijn voedsel uit regenwormen.

Mogelijk hebben de Gietenaren destijds toch een tikkeltje overtrokken gereageerd, net als nu de Friezen…

Bronnen:

www.delpher.nl

https://www.dasenboom.nl/index.asp?pa_id=35

Geef een antwoord