Scheidingsbrief wijlen Menso Ude(n)s

Verzegelingen Meeden, 6 maart 1635

Transcriptie


Hommo Wigboldi, Pastor, Ouwo Rinnolts, kerckvooget op de Meeden. Doen kundt en betuighen dat in persoon erschenen en gekomen, die Erbare Udo Nantkens, in qualitaet als voormundt, Haicko Gerardi, sibbe, Tiarck Tiarcks, mede kerkvooget, als vreemde vooghden tot en over wijlandt Menso Udens dochter Sijben Menses, neffens die Erbare Udo Mensens, soone van Menso Udens en Ide en die Erb. Aijoldt Luppens en Murcke sijn huisfrouw; bestonden en behouden voor haer, ende haeren pupill ’t sampt der selve arfhe een stede laste onwederroeplijke en eeuwigdurende arfscheidinge gemaket en t samen ingegaen van alle en alinge goederen [replijke] roeplijke, onroeplijke alse haer overleden vader Menso Udens op sijn sterfdagh heeft naegelaten, en op haer drie kinder verarvet.

In den ersten sal Udo Menses voor sijn part genieten en arflijken possideren, vijff ackeren in t wester einde van de Meeden geleghen, Eltie Wier genoemt, hebbende Bene Janssens ten oosten, in de selve heerdt tot naesten swette Eltie Fockes als meijer ten westen, de neije wateringe ten Noorden, streckende ten suiden in t vehn nabuir landen gelijk. Met nog drie ackeren in d’ooster heerdt onverscheiden in de selve heerd; van welcke heerdt Harcko Aijelkes ten oosten binnen de wegh naest beswettet, buten de wegh Johan Wever, Olde Hindricks Campe, Eggo Tiapkens, Geerdt Hendricks, Eede Jans, ten Westen Matthias Haijens arfhe ten noorden an de sijpe gaerwijs uutlopende, ten suiden streckende in t veen nabuir landen gelijk.
Noch ook ten derden de gerechte helfte van haer kinder landt op het sovenwoldt geleghen, waervan het kerckenlandt in de Eext ten oosten, de wegh ten westen naest an beswettet streckende ten Noorden en Haijcko Gerardi en Ide kampe itim de olde Ehe en Tiapko Poppens, Eedoch hebbende over de olde dijck Haicko en Ide campe ten oosten en Tiapko en Waldrik Poppens ten westen tot naeste swetten lopende ten suden ande sovenwolster dwarss wegh. Dese helfte sal Udo Mensens genieten en beholden an de oostzijdt van dit landt met allen der selver bovengenoembder landen eigendoom vrij en gerechticheiden item ook lasten en swaricheiden daerop vallende in d’arf. Dese percsilen alle sal Udo Mensens genieten vrij van behuijsinge. Hijrtegen sullen Aijoldt Luppes en Murcke voor Murcken part genieten en arflijken beholden tom eersten de huisheerdt, daerop Aijoldt en Murcke woenen, groot sijnde vijff ackerenn te weten vier acker eighen landt en een acker kercken landt, hebbende Richte Jans arfhe ten oosten, Hicko Hannes als provincie meijer ten westen strekkende tot naeste swetten, strekkende ten noorden an de Ehe, ten suiden in t vehn nabuir swetten gelijk.
Noch ten anderen de gerechte vierde part van haer kinder landt boven gelimiteert op het sovenwoldt geleghen wel te verstaen de westerse zijdt van dit landt. Met noch ten derden Olde Hindriks kampe, groot ongeveer twe deimten en een verendeel, Udo en Sijben met haer ooster heerdt ten westen, Eggo Tiapkens ten oosten ende ten noorden Johan Wever, ten suiden naest an beswettet.
[F/kantlijn: dese kampe voor de behuisinge so Aijolt en Murcke tot haer lust holden],
Wijders sal Sijben voor haer part ook genieten ende arflijken possideren ten eersten vier ackeren in de ooster heerdt daervan de swetten boven genoemt onverscheiden in deze heertdt geleghen acker, acker gelijk [toe]rekent; met noch ten anderen de gerechte vierde part van het sovenwoldt so boven verbepalet staet, te weten int midden haer part tussen haer broeder en suster genietende, dese percsielen sal ook Sijben genieten vrij van behusinge unde so voortsz. Een iegelijk sijn toegedeelde landt met allen eigendoom vrij ende gewechticheiden itim ook lasten ende swaricheiden op de landen vallende, possiderende en gebruikende.
Bovendien beholden de beide susters Murcke en Sijben in de mande twe kampen, d’ene geleghen an de olde wegh, Ouwo Rinnoldts ten oosten ende ten noorden de olde wegh; ten suiden de pastorije [gare], ten westen met haer laene ofte uutdrift naest beswetten, d’ander geleghen in Remene Frerijks [Eeblincken] so sie van Harmen Jacobs en Harmen Hindriks heeft gekoft midden in geleghen, lopende met het suder einde an de wateringe en met het noorder einde an een dwarssloot, groot ongeveer drieverendeel deimts. Noch ook de gerechte helfte van het vehn op [k/h]olde Munneken geleghen, so haer zal. vader op haer verarvet heeft, groot dese helfte twe ackeren na luid der koopbrief daer af sijnde, dese parten ook met haer eighendoom vrij en gerechtinheden itim lasten en swarincheiden daerop vallende, eedoch vrij van behuijsinge. Toe desen sullen ook de susters genieten en beholden twe ackeren vehn bij Winschoot geleghen uutgegraven veen en bouwte, onverscheiden in vier acker geleghen. De meente tot Winschoot ten oosten, ten westen de Munnekesloot, ten Noorden Haicko Eggerijcks, ten suden Haicko en Ide. Dit ook in qualiteet als vooren, eedoch beklemt onder het huir daerop staende. Comende tot de obligatie: sint twee obligatien bij Haicko Gerardi en Ide belopende t samen hondert vijftig daler principael, waarvan Sijben twedeelen te weten hondert daler en Murcke een deel vijftich daler sal genieten.
Noch twe obligatien bij Aijolt Luppens waeraf ook Sijben twe delen en Murcke de derde deel sal genieten [F/kantlijn: omreden Murcke te vooren hyrtegens so Vele der genoten hadde ]
Noch een versegelde rentebrief bij Tammo Tyddinga, sprekende van 50 daler principael, welcke de beide susters sullen gelijk deelen. Hijrmede sint dan opgenoembde vrinden, curatoren, broeder en susters vreedlijk geschiet en gesloten van weghen de bovengenoemde arfnisse van haer overleden vader Menso Udens op haar kinderen verarvet.

Beloven daerom contragenten opgenoemt geen [actie], anspraeck ofte questie weghen dese arfnisse op ofte tegens malkanderen te solden moveren ofte moveren laten.
Sonder arge list belijt tot versegelinge in kennisse van getughen alse die Erb. Geert Hindriks, en Ulcko Ulckens.
Oorkunde ondertekening gescheet den 6 maart 1635

Udo Nanckens
Haeijcko Gerardij
Tyarck Tyarcks
Sijben Menses
Udo Menses
Aeijelt Luppens
Murcke Aeijelts

Bij de transcriptie van bovenstaande akte worstelde ik met name met de aanduiding van een gebied dat ik later kon onderscheiden als sovenwoldt. Deze aanduiding kwam ik nergens in boeken over Meeden of in zoekmachines tegen.

Lang leve internet en dan met name twee twitteraars: @Gelkinghe kwam met de verklaring zeven en woud en @JanetBosmaH stuurde een link naar landschapsgeschiedenis en wees op de oude benaming van Duurswold: Zevenwolden. Daarmee werd zoeken een eitje.

In de atlas van Kuiper 1867 staat de Zevenwolsterweg vermeld: past precies bij de aanduiding in de acte. De weg bestaat nog steeds: de Zevenwoldsterweg.

Geef een antwoord